Samen op weg naar wereldwijde voedselzekerheid

Op 18 november zonden minister Ploumen en staatssecretaris Dijksma de brief ‘Nederlandse inzet voor wereldwijde voedselzekerheid’ aan de Tweede Kamer. De brief bevat de visie van het kabinet op dit grote vraagstuk en is volgens Marcel Beukeboom, hoofd van het cluster voedsel- en voedingzekerheid van het ministerie van Buitenlandse Zaken, een uitnodiging aan iedereen die dit wil en kan om bij te dragen. De uitdaging is immers zo groot dat deze niet door de (een) overheid alleen aangegaan kan worden.

Het  beleid richt zich ten eerste op degenen die lijden aan honger en ondervoeding, met name de meest kwetsbare mensen zoals jonge kinderen en hun moeders. Daarnaast wordt ingezet op agro-ondernemers, in het bijzonder vrouwelijke, die met hun bedrijven voedsel lokaal beschikbaar maken en economische groei stimuleren. Een derde doelstelling is het verantwoord beheer van natuurlijke hulpbronnen, zodat voedselsystemen ook op langere termijn houdbaar en productief zijn.

Open, innovatief en samen

Verschillende Kamerleden stelden tijdens het AO Voedsel van 9 december dat we geen tijd hebben tot 2050. Voor mensen met honger telt elke dag. Dat vindt de Nederlandse regering ook. Minister-president Rutte ondertekende tijdens de Algemene Vergadering van de VN de Zero Hunger pledge. Tegelijkertijd past hierbij bescheidenheid. Het zou van weinig realiteitszin getuigen wanneer de Nederlandse regering zou pretenderen dit alleen te kunnen.

Daarom kiezen we voor een open en op samenwerking gerichte houding. We sluiten niets uit dat potentieel kan bijdragen. Veronderstelde waarheden en tegenstellingen zijn in de echte wereld zelden absoluut. Een ecologische benadering van de landbouw heeft veel te bieden. Maar net zo goed heeft een industriële benadering van de landbouw veel te bieden. Nederland heeft wat beide betreft veel kennis en kunde in huis.

De uitdagingen zijn niet alleen groot, maar ook onvoorspelbaar en grillig. Denk aan voedselprijzen, aan klimaatverandering, aan schaarste van water en grondstoffen. Innovatie is dus cruciaal. De antwoorden van vandaag zijn immers niet dezelfde als die voor morgen.

Samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en de overheid, hier en in de landen die het betreft, is de meeste effectieve manier om tot oplossingen te komen. Niemand kan in z’n eentje wat we met z’n allen kunnen. Het is een kwestie van samen zoeken en ontdekken wat werkt. De zogenaamde ‘Dutch diamond approach’, de naam waarmee deze benadering internationaal school maakt, werpt z’n vruchten af.

Vernieuwing

In de kamerbrief worden de belangrijkste nieuwe accenten voor de komende jaren aangegeven: meer aandacht voor voeding, ook in relatie tot seksuele en reproductieve gezondheid en rechten. Meer aandacht voor weerbaarheid van mensen en voedselsystemen en voor voedselverwerking en agrologistiek (en dus voor het tegengaan van voedselverliezen). Partnerlanden zullen worden geholpen bij ontwikkeling van landbouwbeleid. Nederlandse kennis en kunde zal worden ingezet voor duurzame ontwikkeling van veehouderij.

Al deze nieuwe accenten zullen worden ingebed in de huidige programmering. Het gaat immers om dwarsdoorsnijdende aspecten (voeding, weerbaarheid, ketenontwikkeling, duurzaamheid) die zoveel mogelijk integraal moeten worden in- en uitgevoerd. Het feit dat de ruimte voor nieuwe, in de zin van op zichzelf staande, initiatieven beperkt is, is dus geen belemmering voor vernieuwing van de inzet op voedselzekerheid. De achtergrond waartegen dit alles plaatsvindt, is er immers een van stevige bezuinigingen.

Een eerlijke hap

Op 15 december deelden Anke Tijtsma en Anselm Iwundu namens het consortium A Fair Bite for Food Rights hun visie op het Nederlandse beleid gericht op wereldwijde voedselzekerheid. In de uitwerking van het beleid is het goed over concrete kwesties te spreken. Alleen zo komen we tot nadere invulling. Belangrijk is hierbij elkaars rollen te erkennen. Niet alles kan door de Nederlandse overheid worden opgelost.

In de kamerbrief staat: ‘Ieder mens heeft recht op voldoende voeding van goede kwaliteit om een gezond en actief leven te leiden’. Dat is een expliciete erkenning van het recht op voedsel. Het realiseren van voedselzekerheid impliceert het realiseren van het recht op voedsel. Daarnaast onderschrijft Nederland de bestaande mensenrechtenkaders, waaronder het recht op voedsel als onderdeel van de sociale, culturele en economische rechten van de mens.

De private sector is de motor van productie en distributie van voedsel, zowel in lokale als in internationale voedselsystemen. Zonder levensvatbare, winstgevende bedrijvigheid valt er uiteindelijk niets te verdelen. Uiteraard worden daarbij sociale en milieurandvoorwaarden in acht genomen. Naast deze doelstelling staan de twee andere hoofddoelstellingen met betrekking tot kwetsbare mensen en duurzaamheid.

De brief besteedt aandacht aan zowel ondervoeding als aan nutriëntentekorten, in relatie tot kwaliteit van voeding en eventueel in combinatie met overvoeding. Overgewicht in ontwikkelingslanden is onderdeel van het beleid voor zover dit samenhangt met onvoldoende toegang tot een gebalanceerd voedselpakket. Overgewicht is in die gevallen een gevolg van te eenzijdige calorierijke voeding en gebrek aan eiwitten, vitaminen, mineralen en spore elementen. Overgewicht als gevolg van een, al dan niet vrijwillige, persoonlijke keuze voor een ongezond voedingspatroon valt buiten het voedselzekerheidsbeleid.

Borstvoeding krijgt in de brief geen expliciete aandacht, maar is impliciet onderdeel van de inzet op goed gevoede moeders en moeder- en kindzorg. Bovendien is het zorgen voor goed gevoede moeders de eerste stap om te zorgen dat de volgende generatie met een goed geboortegewicht start. Kinderen die met een te laag gewicht worden geboren lopen extra risico om als volwassene overgewicht te ontwikkelen omdat hun lichaam als het ware voor schaarste is geprogrammeerd.

Wordt vervolgd

Vele betrokkenen en belanghebbenden weten de weg naar onze ministeries en onze ambassades te vinden. Ze hebben bijgedragen aan de totstandkoming van de kamerbrief via brede consultaties en blijven dit hopelijk ook doen in het vervolg. Hun organisaties brengen unieke kennis en uitvoeringscapaciteit die in allerlei soorten partnerschappen bijdragen aan het realiseren van het ultieme doel: honger en ondervoeding de wereld uit.

Marcel Beukeboom is Hoofd van het cluster Voedsel- en Voedingszekerheid van het Ministerie van Buitenlandse Zaken

Auteur
Marcel Beukeboom

Datum:
22 december 2014
Categorieën: