Schijnwerpers op Merel Rumping

Hans Beerends gaat op bezoek bij iemand uit de sector die het verdient om in de schijnwerpers te staan. Deze keer sprak hij met Merel Rumping (29). Zij zet sociale ondernemingen op in ontwikkelingslanden en blogt hierover op ViceVersaOnline.nl.

Tijdens haar studies internationale betrekkingen in Groningen en sciences politiques in Toulouse specialiseerde Merel Rumping zich in ethiek rond ondernemen. Vervolgens hield ze zich bezig met microkredieten, financieel advies, marketingonderzoek, het organiseren van een reizend filmfestival voor de Nederlandse ambassade in Marokko en theater maken met straatkinderen en voormalig kindsoldaten in Colombia. Inmiddels zet zij sociale ondernemingen op voor haar huidige werkgever ProPortion in Amsterdam en schrijft ze sinds maart maandelijks een column over sociaal ondernemerschap voor ViceVersaOnline.nl. De hoogste tijd dus om haar ook aan de lezers van de gedrukte Vice Versa voor te stellen.

Tijdens onze ontmoeting bij mij thuis vertelt Merel met een aanstekelijk enthousiasme hoe ProPortion uitgaat van de aanwijsbare behoeften van mensen in opkomende economieën, hoe zij vervolgens nagaat welk business model hierbij past en helpt bij het opzetten van een sociale onderneming. ‘In Bangladesh’, vervolgt ze, ‘zijn we begonnen met drie fabriekjes die arsenicumvrij water produceren en we gaan binnenkort uitbreiden naar twintig. Het doel is de fabrieken winstgevend te maken, werkgelegenheid te scheppen en mensen tegen een redelijke prijs gezond water aan te bieden. Wij geloven dat sociaal ondernemerschap een duurzamere bestaansbasis oplevert.’

Om de woordenstroom even te verwerken ga ik een kopje thee maken en terugkomend vraag ik waar ze toch al die gedrevenheid, ambitie en energie vandaan haalt. ‘Je inzetten voor anderen werd me met de paplepel ingegoten’, antwoordt ze. ‘Mijn vader en moeder zijn beiden sociaal actief en mijn opa had energie voor tien en deed allerlei soorten vrijwilligerswerk. Tijdens mijn bachelor las ik over de Nobelprijs die Muhammad Yunus ontving vanwege zijn prestaties op het gebied van microkrediet. Eigenlijk geloofde ik niet zozeer in het model maar in Colombia, waar ik werkte op een microfinancieringsinstelling, ontdekte ik dat het voor velen positief uitpakt. Daar werd  97% van het uitgeleende geld terugbetaald. Mensen waren zo gewend dat door banken en overheid te worden gewantrouwd, dat alleen al het feit dat een instantie ze vertrouwde hun zelfwaardering enorm versterkte. Deze ervaring leerde mij iets over de kracht van kleine ondernemers.

Van alle werkzaamheden ben ik nog het meest trots op het succes van de theatervoorstelling die ik maakte met straatkinderen en voormalige kindsoldaten in Colombia. Ik bewerkte een populair verhaal, bekend als soap op televisie, tot een theaterstuk en de jongeren waren dolenthousiast. Hun zelfvertrouwen groeide en dat gaf mij diepe voldoening. Tegelijkertijd kon ik overweldigd worden door een intense triestheid bij het horen van alle ellende die ze meegemaakt hadden. Talent bij jongeren versterken vind ik nog steeds essentieel voor een gezonde ontwikkeling in de samenleving.’

Merel vertelt verder over een reeks andere succesvolle sociale ondernemingen. Tot slot vraag ik haar of die toenemende zelfstandigheid van mensen ook doorwerkt naar een kritische houding naar de overheid en tot het opeisen van sociale voorzieningen? Ze reageert met een verbaasde blik: ‘Welnee. Daar hebben die mensen toch geen tijd voor? En van de overheid verwachten ze niet zoveel. Op mijn enthousiaste uiteenzetting over een mogelijk nationaal en internationaal sociaal vangnet, reageert Merel terughoudend met: ‘Dan moeten ze toch weer hun hand ophouden. Het gaat er juist om dat mensen zelfredzaam zijn.’

We storten ons in een heftige discussie die eindigt met de constatering dat beide modellen belangrijk zijn en elkaar kunnen aanvullen, maar over de keuzeprioriteiten lopen onze meningen uiteen. Het gesprek is bijna rond maar Merel laat zich het laatste woord niet ontnemen. ‘Ontwikkeling moet van onderop komen’, betoogt zij. ‘En om een sociaal vangnet op te bouwen moet er eerst geld verdiend worden.’

Auteur
Hans Beerends

Datum:
20 mei 2014
Categorieën: