Een nieuwe resolutie over vrouwen, vrede en veiligheid – tijd om woorden in daden om te zetten

OPINIE – Vorige week was het 15 jaar geleden dat Resolutie 1325 van de VN Veiligheidsraad werd aangenomen; een mijlpaal in de strijd van –georganiseerde- vrouwen in de gehele wereld voor erkenning van hun specifieke positie in tijden van gewelddadige conflicten. Tot dan toe was oorlog een ‘mannending’ geweest. In 2000 werd voor het eerst erkend dat vrouwen vaak op specifieke wijze –denk aan (massa-) verkrachtingen- slachtoffer- worden in conflicten, maar ook dat deelname van vrouwen aan vredesbesprekingen en vrouwelijk leiderschap essentieel kunnen zijn bij het tot stand komen van duurzame vrede en veiligheid.

Nu, 15 jaar en zes aanvullende resoluties later, wordt algemeen erkend dat Resolutie 1325 niet heeft gebracht wat ervan werd gehoopt. Dit voornamelijk door gebrek aan politieke wil bij de VN-lidstaten. ‘Het belangrijkste instrument voor vrede en stabiliteit heeft de wereldgemeenschap links laten liggen de afgelopen jaren, namelijk: het betrekken van vrouwen in vredesprocessen,’ aldus de Zuid-Afrikaanse Phumzile Mlambo, hoofd van UN WOMEN, de VN Vrouwenorganisatie. Zij sprak deze woorden tijdens het open debat op 13 oktober waarin een ongekend aantal van 112 sprekers de Veiligheidsraad aansprak op de magere resultaten van de historische Resolutie 1325. De Veiligheidsraad nam prompt een nieuwe resolutie aan: nummer 2242, ter bevordering van de inbreng van vrouwen in vrede en veiligheidsvraagstukken.

Wat nu te verwachten van deze nieuwe Resolutie 2242? Is het de zoveelste papieren tijger? De toekomst zal het leren. Vooralsnog zijn er redenen om hoop te koesteren:

Het is een hernieuwd commitment, een versterking van de formele positie van waaruit vrouwenorganisaties wereldwijd hun agenda op het gebied van vrede en veiligheid kunnen doordrukken, inclusief concrete routes voor de manier waarop zij dit kunnen doen. Kortom: het moment om de VN-Veiligheidsraad en de lidstaten met hun neus op hun verplichtingen te drukken is daar.

Wat de structuur en het functioneren van de VN zelf betreft: de nieuwe resolutie schetst concrete stappen en stelt ambitieuze doelen. Vanaf nu zal de Raad bijvoorbeeld de vrede en veiligheidsbelangen van vrouwen expliciet benoemen en in de agenda’s opnemen van alle besprekingen van conflicthaarden in welk land dan ook. Er komt een Informal Expert Group die het overzicht en de voortgang van de uitvoering van gemaakte afspraken moet bewaren en bewaken. Gegeven het feit dat de oprichting van deze Informal Expert Group ongeveer de meest controversiële kwestie was bij de onderhandelingen over de ontwerp-resolutie, zou deze IEG wel eens heel belangrijk kunnen worden. Ieder geval veel belangrijker dan de naam op het eerste gezicht doet vermoeden.

Cijfers voor de man-vrouw verhouding worden opgenomen als indicator voor de individuele prestaties in alle formele afspraken met senior managers bij zowel het VN-hoofdkwartier als in de landen waar de organisatie actief is. En op het gebied van vredeshandhaving moet het aantal vrouwen dat deelneemt aan leger- en politieacties van VN-vredesoperaties in vijf jaar tijd worden verdubbeld.

Een ander positief punt is dat de Raad nadrukkelijk het belang erkent van bijdragen van belangrijke maatschappelijke organisaties bij internationale en regionale vredes- en veiligheidsbijeenkomsten. Daarbij ligt het in de bedoeling deze organisaties uit de samenleving, waaronder vrouwenorganisaties, vooraf in de gelegenheid te stellen de Raad te informeren over hun standpunten over voor dat land relevante thema’s. Helaas ontbreken vooralsnog de formele structuren waarbinnen de bijdragen van de maatschappelijke organisaties aangeleverd kunnen worden, waardoor deze afspraken nogal vrijblijvend lijken.

En dit geldt ook voor afspraken rond andere thema’s. De Raad spreekt haar ‘ernstige bezorgdheid’ uit over het feit dat vrouwen nog steeds ondervertegenwoordigd zijn in de besluitvorming rond vraagstukken van vrede en veiligheid -ondanks recente tekenen van vooruitgang- en roept donorlanden op om financiële en technische bijstand te verlenen aan vrouwen in vredesprocessen. Maar Resolutie 2242 geeft hiervoor geen concrete doelstellingen of tijdschema’s. Impliciet geeft zij daardoor een vrijbrief aan de lidstaten om op dezelfde voet verder te gaan en niets te veranderen in hun trage en inconsistente implementatie van de rol en de belangen van vrouwen.

Een ander punt van zorg betreft het gebrek aan aandacht voor het cruciale belang van de deelname en consultatie van lokale vrouwenorganisaties en hun belang voor de verwezenlijking van nationale actieplannen. Dit staat los van het belang van evenredige vertegenwoordiging van vrouwen op hoge politieke niveaus. Zonder afstemming met deze zogenaamde ‘grassroots vrouwen’, die kunnen aangeven waaraan prioriteit moet worden gegeven in een land en conflict en die kunnen toezien op (het uitblijven van) de resultaten, blijven concrete verbeteringen moeilijk. Zo dreigt Resolutie 1325 dan nog steeds slechts een papieren vuist te maken voor de rechten en belangen van de zwaarst getroffen vrouwen in conflictgebieden.

Tot slot erkent de Raad het belang van de bescherming en bevordering van de rechten en het leiderschap van vrouwen in humanitaire settingen en de secretaris-generaal wordt aangespoord daartoe het leiderschap binnen de bestaande kaders te versterken. Alle betrokken partijen en individuen worden opgeroepen ervoor te zorgen dat de Vrouwen, vrede en veiligheid agenda wordt gekoppeld aan de resultaten van de eerste World Humanitarian Summit. Deze top ter verbetering van humanitaire hulp in de wereld wordt voor het eerst gehouden in mei 2016 in Turkije. Inderdaad zijn beide onlosmakelijk met elkaar verbonden. Als de Humanitaire Top echt werk wil maken van een transformatieve verandering in de ‘humanitaire staat’ waarin de wereld zich bevindt, dan is een streven naar daadwerkelijke gendergelijkheid onontbeerlijk. Iedereen zal zich hiervoor sterk moeten maken en er zal een duidelijk pleidooi voor moeten worden opgenomen in de eindresolutie van deze topconferentie.

Het aannemen van de nieuwe Resolutie 2242 is een belangrijk politiek signaal aan de lidstaten dat er meer moet worden gedaan om vrouwen een positie te geven om een verandering te bewerkstelligen in de vrede en veiligheid in de wereld. Tijd om woorden in daden om te zetten.

Lotte ten Hoove is werkzaam voor CARE Nederland als advocacy manager

Auteur
Lotte ten Hoove

Datum:
28 oktober 2015