Ontwikkelingssamenwerking, ben jij het waard?

BLOG – Met meer en heftiger conflicten brengt werken in het buitenland steeds meer risico’s met zich mee voor hulpverleners. Maar wie draait er op voor de kosten van veiligheid van ngo’s in het buitenland? Wat kost het eigenlijk als een project vanwege onveiligheid wordt vertraagd of gecanceld? Steeds meer donoren en ngo’s maken zich niet alleen zorgen over de personele consequenties, maar ook over de financiële gevolgen van onveiligheid in het buitenland. Ebe Brons (Centre for Safety and Development) geeft een aantal tips.

De onveiligheid van internationale hulpverleners kent veel, soms verborgen, kosten. Wat voorbeelden; als een medewerker wordt berooft dan verliest de organisatie misschien een laptop en wat geld, maar ook arbeidsproductiviteit, wanneer dit op  de werkplek het gesprek van de dag is. Daarnaast is het de vraag of de medewerker in kwestie de beroving goed verwerkt of mogelijk naderhand nog hulp nodig heeft. Hoeveel kost dit? Een ander voorbeeld; Een ontvoering van een collega kost gemiddeld 100.000 euro aan managementkosten. Maar wat kost een evacuatie van een week of een maand? Veel van deze kosten zijn niet inzichtelijk maar kunnen flink oplopen.

Het is mogelijk het risico op deze kosten te verkleinen. Met veiligheidsmaatregels zoals een veiligheidsadviseur, trainingen, goede communicatiemiddelen en verzekeringen. Maar uiteraard brengen deze maatregels ook weer kosten met zich mee.

Niets doen aan onveiligheid kan dus een kostbare zaak zijn. Wel veiligheidsmaatregels nemen kost ook geld. Uiteindelijk is de vraag, wie betaalt deze kosten?

Ketenverantwoordelijkheid

Om deze vraag te beantwoorden is het begrip ‘ketenverantwoordelijkheid’ van belang. Dit begrip gaat er vanuit dat een bedrijf, ngo of een donor een verantwoordelijkheid heeft voor de gehele keten tot aan de eindgebruiker. Een voorbeeld hiervan uit een andere sector is de verantwoordelijkheid van een Nederlands kledingbedrijf voor de veiligheid in een lokale kledingfabriek in Azië. In de ontwikkelingssector gaat deze keten vaak van de donor, via ngo’s, via lokale partners naar de “eindgebruiker”. Hoewel er ook vele andere ketens mogelijk zijn.

Volgens dit principe is de donor dus medeverantwoordelijk voor de veiligheid in de hele keten. Dit kan een lange keten zijn en lastig voor een donor om grip op te krijgen. Het controleren van de veiligheid in de keten vraagt nogal wat van de donor. Zijn er veiligheidsplannen, wordt het personeel getraind, wordt er gebriefd, is de ngo verzekerd? En als ze plannen heeft, houdt de ngo zich aan deze plannen of is het een papieren tijger? Omdat veiligheidsmaatregels variëren op basis van de mate van onveiligheid, kunnen deze maatregels ook verschillen per regio. Dit alles maakt het lastig om de veiligheid in de keten kwalitatief te beoordelen.

Percentage

Op financiële gronden kan de veiligheid ook worden beoordeeld. Veel ngo’s werkzaam in Afghanistan rekenen bijvoorbeeld een percentage van het programmabudget voor veiligheidsmaatregels. Hoewel deze percentages variëren, geeft dit toch een mogelijke standaard om het veiligheidsniveau te beoordelen. Een kwantitatieve beoordeling door de donor kan dus met een lumpsum bedrag of een procentueel bedrag van het totale budget.

Op zich lijkt het budgetteren voor veiligheidsmaatregels dus simpel. De donor stelt een procentueel bedrag, of zo mogelijk een kwalitatieve eis (of beide) vast in haar tenders. De ngo’s die meedoen aan de tenders reserveren een onderbouwd bedrag voor veiligheid en gebruiken dit bedrag tijdens de uitvoering van het project.

Concurrentie

De realiteit is echter anders. Uit gesprekken in de ngo wandelgangen blijkt dat veiligheid niet altijd op deze manier wordt meegenomen en wel om drie redenen. Ten eerste weet de ngo soms niet dat er budget beschikbaar is voor veiligheid. Veel donoren hebben pas recentelijk  budget voor veiligheid beschikbaar gesteld en dit nieuws is nog niet altijd doorgesijpeld naar de betreffende Ngo’s.

Ten tweede bezuinigen sommige ngo’s op budget voor veiligheid om een zo laag mogelijk tenderbedrag in te kunnen leveren. Hierdoor hopen ze competitiever (lees goedkoper) te zijn dan de concurrerende Ngo’s en op deze wijze de tender te winnen. Steeds vaker wordt met deze methode echter het tegenovergestelde bereikt. Veel donoren begrijpen dat een ngo met een matig veiligheidsbeleid niet altijd de professionaliteit heeft om in risicogebieden te werken. De kans dat een project dan tot een goed einde komt is kleiner en resulteert in een groter financieel risico voor de donor. Daarom hebben sommige donoren het beleid dat veiligheid los van het tenderbedrag gebudgetteerd moet worden om concurrentie op veiligheid te voorkomen.

De derde reden is dat Ngo’s niet weten hoe ze een budgetlijn voor veiligheid moeten onderbouwen. Wat komt daarin? Trainingen, satelliettelefoons, een veiligheidsadviseur? Het is voor veel Ngo’s niet duidelijk.

Het European Interagency Security Forum (EISF) heeft daarom een tool ontwikkeld om de kosten te berekenen van veiligheidsmaatregels. )  Met deze tool kun je een opsomming maken van alle aspecten van veiligheid en het bijbehorende budget. Het loont vaak de moeite om aan collega ngo’s te vragen welke maatregels zij getroffen hebben in een bepaald gebied. De tool kan dan gemakkelijker ingevuld worden met gebruik van deze informatie.

Verder is het aan te raden om aan de donor te vragen wat zij aan maatregels vergoeden. Dit kan per project en per donor verschillen. Om daar van tevoren naar te informeren kan veel giswerk schelen. Zeker als de donor bij soortgelijke projecten die ze laat uitvoeren een standaardvergoeding heeft ontwikkelt.

Als laatste nog een opmerking. In de ketenverantwoordelijkheid is ieder verantwoordelijk voor de organisaties verderop in de keten. Hoewel de donor bovenaan staat, heeft iedere organisatie in de keten zijn eigen verantwoordelijkheid. Het is goed mogelijk dat je voor “donor” dus de naam van je eigen organisatie invult. Kunnen de organisaties verderop in de keten bij jou aankloppen voor veiligheidsbudget?

Voor NGOs die willen weten hoe, waar en hoeveel veiligheidsbudget er aangevraagd kan worden, organiseert CSD op 16 april de NGO Security Conference; Security because you are worth it! Donors, budgets and costs.

Naast veiligheidsverantwoordelijken is deze conferentie bedoeld voor programme managers, fondsenwervers en proposal writers. Er zal in de ochtend worden gesproken over de kosten van onveiligheid, of wel de financiële baten van veiligheidsmanagement. Tijdens de middag van de conferentie zijn donoren uitgenodigd om specifiek aan te geven wat je van ze mag verwachten op het gebied van budget voor veiligheid. DFID, BUZA en ECHO hebben al toegezegd te komen. Tijdens de conferentie kun je vragen stellen aan donoren zelf, er zijn interessante sprekers en interactieve presentaties. Het doel van de conferentie is om de kennis over kosten en veiligheidsbudgetten te vergroten om daarmee de continuïteit van hulpprogramma’s in risicogebieden te verbeteren.

 

Auteur
Ebe Brons

Datum:
02 april 2015
Categorieën: