Kamerdebat Voedsel: de ambitie is er, maar de uitdaging is groot

Gisteravond vond de commissievergadering over voedsel plaats, waarin alle onderwerpen die met voedsel te maken hebben aan bod kwamen: van verduurzaming van voedselketens en tegengaan van voedselverspilling tot het veranderen van consumptiepatronen. De ambitie van staatssecretaris Sharon Dijksma (Economische Zaken) en minister Lilianne Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingsamenwerking) is zonder twijfel merkbaar, maar de Kamerleden moeten nog even geduld hebben voordat er een concretere invulling van het beleid komt.

De agenda waarop maar liefst 22 stukken waren geagendeerd, was inderdaad enigszins ambitieus, zoals Evert-Jan Brouwer (Woord en Daad) al voorspelde in zijn blog vorige week. De Kamerleden van elke fractie benutten hun spreektijd dan ook liever door te focussen op bepaalde belangrijke thema’s, dan over elk agendapunt een vraag te stellen. Zorgt die focus ook voor de gewenste politieke analyse waar Wijnhoud, Van Paassen en Dalhuisen op hoopten? Een politieke analyse die rekening houdt met de allerarmsten en die voor een echt duurzame voedselvoorziening zorgt?

Als het aan Elbert Dijkgraaf (SGP) ligt mag de lat in ieder geval hoog worden gelegd. ‘Wij kunnen het wel vragen maar in het kabinet moet het gebeuren’, Dijkgraaf wil deze avond vooral proeven hoe ambitieus de staatssecretaris is. Andere Kamerleden vragen om meer concreetheid.

Waarom hebben we eigenlijk geen voedselakkoord?

Staatssecretaris Dijksma, die regelmatig overlegt met haar collega’s van de VN, stelt dat de wereld voor twee grote uitdagingen staat. De eerste is het verduurzamen van de energieconsumptie, de tweede is het aanpakken van het voedselvraagstuk. Het is dan ook geen rare vraag van Eric Smaling (SP) waarom we eigenlijk geen voedselakkoord hebben naast een energieakkoord. Volgens hem loopt de overheid achter op de markt. Hij beweert dat het aanpakken van het voedselvraagstuk hoe dan ook geld gaat kosten, voor zowel de publieke als de private sector. Smaling: ‘Unilever legt de lat hoger dan onze regering als je naar hun doelstellingen kijkt’.

Ook Marianne Thieme (Partij voor de Dieren) vindt dat er actie nodig is. Nederlandse economische belangen vormen een bedreiging voor de wereldwijde voedselzekerheid. Thieme vraagt de staatssecretaris daarom welk pad het kabinet kiest: ‘Kiezen we voor de mond, of de motor en de stront?’.

Actie van de overheid is ook nodig om de macht van grote voedselketens te doorbreken, zegt Jesse Klaver (GroenLinks). Monopolies zijn ongezond voor de markt. ‘Waar gaat het mis met de verantwoordelijkheid van de overheid?’ vraagt Sjoera Dikkers (PvdA) zich af.

De complexe verantwoordelijkheid van de overheid

Verantwoordelijkheid nemen is geen makkelijke taak, volgens staatssecretaris Dijksma: ‘Om de macht van voedselketens te doorbreken heb je mededingingsregels nodig die tegelijkertijd duurzaamheid tegenwerken.’ Klaver (GroenLinks) wil toch weten wat het kabinet gaat doen, waarop Dijksma toezegt in het voorjaar terug te komen op hoeveel speelruimte mededingingsinitiatieven moeten hebben.

Meer opmerkingen van de Kamerleden zijn ‘makkelijker gezegd dan gedaan’. Op Smalings vraag of voedselketens korter gemaakt kunnen worden om duurzaamheid te bevorderen, antwoordt Dijksma dat de afhankelijkheid van het buitenland een grote belemmering vormt voor het verkorten van voedselketens, ‘maar, we willen zoveel mogelijk doen waar mogelijk’, zegt de staatssecretaris.

Een ander probleem is de toegang tot krediet, volgens minister Ploumen. Dit probleem wordt al op verscheidene manieren aangepakt. Ploumen geeft het voorbeeld dat Nederland zich meer inzet op landbouwverzekeringen. Dat is wennen voor zowel de verzekeringen als de boeren. Zo zullen boeren niet gelijk overtuigd zijn om twee euro per week te besteden aan een verzekering. Maar op het moment dat er slecht is geoogst, zien ze de voordelen.

Ook blijft de minister positief over het Dutch Good Growth Fund (DGGF). Dijkgraaf stelt de vraag wat minister Ploumen gaat doen als boeren niet geregistreerd zijn, een probleem dat Brouwers ook al aanstipte. Zonder papieren kunnen boeren niet aankloppen bij het DGGF. Toch meent Ploumen dat ook kleine boeren zullen profiteren van het systeem, maar dat het veel inzet vergt.

Versterken van boerenondernemerschap

De allerarmsten en het belang van een echte duurzame voedselvoorziening wordt niet vergeten door de minister: ‘Mensen gaan dood en honger ondermijnt hele samenlevingen. Het is daarom nodig om te investeren in lokale voedselsystemen op een manier die duurzaam is.’ Als Nederland wil inzetten op wereldwijde voedselzekerheid is de eerste stap het uitbannen van honger. Concrete stappen hoe de allerarmsten geholpen worden blijven echter onduidelijk.

Wel benoemt Ploumen het belang van jonge boeren en vrouwen. Niet alleen in Nederland geldt het vraagstuk hoe landbouw interessant gemaakt kan worden voor jongeren, maar ook in ontwikkelingslanden. De meeste jonge mensen geloven dat een toekomst achter een bureau beter voor hen is. Landbouw moet daarom weer sexy worden gemaakt. ‘Dit is wel een grote uitdaging’, geeft Ploumen toe.

Investeren in innovatie is dan ook in meerdere opzichten belangrijk. Naast vermeerdering van productie en het ontwikkelen van producten met meerdere voedingsstoffen, zoals Bart de Liefde (VVD) aangeeft, kan technologie helpen om landbouw aantrekkelijker te maken voor jonge mensen. Het gaat er volgens Ploumen ook om dat boeren niet alleen voor zichzelf produceren, maar zich uiteindelijk aansluiten op mondiale ketens. Staatssecretaris Dijksma is het eens dat innovatie een belangrijk onderdeel voor wereldwijde voedselvoorziening vormt. Ze moet alleen toegeven dat de communities of best practices nog geen vorm hebben gekregen om innovatie te stimuleren, maar als de Europese Commissie met concrete voorstellen komt het kabinet hier zeker mee aan de slag gaat.

De abstracte ambitie

Dat voedselakkoord komt er voorlopig niet, maar het is duidelijk dat de ambitie van Nederland voor wereldwijde voedselzekerheid verder gaat dan Nederlandse wetgeving alleen. Dijksma: ‘Op het moment dat we inzetten op wetgeving is het vooral belangrijk dat we dit ook op Europees niveau doen’. Een voorbeeld is het tegengaan van voedselverspilling door het initiëren van de ‘THT’ (tenminste houdbaar tot) regels bij de Europese landbouwraad, die nu worden besproken in Brussel.

Dijksma en Ploumen komen met enkele concrete voorbeelden, maar er is zeker nog een lange weg te gaan. Zo geeft Ploumen aan dat er gewerkt wordt aan het tegengaan van landroof, maar hoe de armste papierloze boeren in aanmerking komen voor het DGGF blijft nog onduidelijk. Toch lijkt het erop dat Dijksma en Ploumen alle vragen van de Kamerleden goed hebben weten te beantwoorden. De Kamerleden die nadachten over het indienen van een motie zagen daarvan af, met de voorwaarde dat de staatssecretaris nog open zal staan voor adviezen voor een verdere invulling van het voedselbeleid.

Auteur
Iris Visser

Datum:
10 december 2014
Categorieën: