De weerbare democratie

De wereldwijde trend richting meer democratie lijkt onmiskenbaar. Maar hoe universeel is democratie? En waarom heb je met vrije verkiezingen nog geen democratische samenleving? Ondanks wisselvalligheden zijn veel wetenschappers optimistisch, zo is te lezen in het openingsverhaal van de Vice Versa special over democratie die onlangs is verschenen. ‘Democratie is de geëigende vorm om tot balans te komen.’

Terwijl het ene Afrikaanse land vrije verkiezingen houdt, grijpen in een ander land bijna tegelijkertijd militairen de macht. In Tunesië, hét succesverhaal van de Arabische Lente, kan de bevolking dit jaar zowel een nieuw parlement als een president kiezen. Bovendien is er een grondwet ingevoerd die door kenners hoog is geprezen: transparant en progressief.

In Burkina Faso daarentegen nam het leger de touwtjes in handen, kort nadat president Blaise Compaoré onder druk van massale betogingen was afgetreden. Compaoré was zelf een kwarteeuw geleden weliswaar ook door een militaire coup aan de macht gekomen, maar sindsdien een paar keer keurig herkozen. De bange vraag is nu of het leger zijn belofte inlost en verkiezingen organiseert en ruimte maakt voor een burgerbestuur.

De twee voorbeelden geven aan hoe wisselvallig het democratiseringsproces verloopt in Afrika en andere niet-westerse continenten. Aan het begin van dit jaar hadden er van de 195 landen in de wereld 122 een democratisch stelsel, aldus een berekening van het Amerikaanse onderzoeksinstituut Freedom House (Tunesië hoort daar wel bij, Burkina Faso niet). Dat zijn er vier meer dan een jaar eerder. De nieuwkomers zijn Honduras, Pakistan, Kenia en Nepal: stuk voor stuk ontwikkelingslanden. Dat lijkt op het eerste gezicht een mooie score en een hoopvolle ontwikkeling.

Maar wie wat verder terugkijkt, ziet een minder rooskleurig beeld. Rond de eeuwwisseling waren er namelijk ook al rond de 120 ‘electoral democracies’, zoals Freedom House ze definieert. In 2000 kwam er een eind aan een stormachtige groei van het aantal democratieën dat een decennium eerder nog op slechts 69 stond – die aanwas was voor een belangrijk deel toe te schrijven aan landen in Oost-Europa die zich na de val van de Berlijnse Muur en de ineenstorting van de Sovjet-Unie aan het juk van het communisme hadden ontworsteld en de eenpartijstaat opzij hadden gezet.

Sinds de millenniumwisseling stagneert de boel dus, of zoals The Economist– redacteuren John Micklethwait en Adrian Wooldridge het in hun boek De vierde revolutie omschrijven: ‘De opmars van de  democratie is knarsend tot stilstand gekomen.’ En dan hebben we het alleen nog maar over landen die in naam een democratie zijn, waar eens in de zoveel tijd verkiezingen worden gehouden.

Stilstand

Kijken we iets dieper, naar politieke rechten bijvoorbeeld, naar respect voor de grondwet, naar volledige vrijheid voor de oppositie, een volwaardig rechtsstelsel, toegang tot onderwijs voor iedereen, dan kom je uit op 88 landen die zich werkelijk een liberale, vrije democratie mogen noemen; 48 landen zijn in de terminologie van Freedom House ‘niet vrij’. De rest, 59 landen, heeft het predicaat ‘gedeeltelijk vrij’: het kan vriezen en kan dooien. In deze categorie valt zowel Tunesië, een democratie, als Burkina Faso, geen democratie. In Noord-Amerika, Australië en Europa, continenten waar de democratie al eeuwen geworteld is, is de situatie stabiel, al zijn ook daar serieuze bedreigingen voor deze staatsvorm. De wijzigingen in de jaarlijkse opgave van Freedom House en andere instituten slaan vooral op Latijns-Amerika, Afrika, Azië en de voormalige Sovjet-republieken. Op de kaarten van die continenten en gebieden zijn de groene vlekken spaarzaam – groen is de kleur voor echte democratieën. Geel (voor halfvrije landen) en paars (onvrije landen, of dictaturen) komen veel vaker voor.

Er zijn veel meer indicatoren voor de stand van de democratie in de wereld. De een is fijnmaziger dan de ander, de onderzoeksmethode verschilt van instituut tot instituut. Als uitkomst geven de onderzoeksinstituten ruwweg hetzelfde beeld, namelijk dat er al tien, vijftien jaar sprake is van stilstand: het aantal democratieën groeit niet meer. Het meest positief is de zogeheten Mo Ibrahim-index, genoemd naar de Brits-Soedanese telecommunicatietycoon en miljardair, die alleen de Afrikaanse landen in kaart brengt. Uit de laatste index bleek dat er 39 van de 52 landen beter scoorden dan een jaar eerder op de vier terreinen van goed bestuur die Mo Ibrahim onderscheidt: veiligheid en recht, participatie en mensenrechten, duurzame economische kansen, en menselijke ontwikkeling; de overige dertien landen haalden een lagere score. Boven aan de lijst staat Mauritius, net als een jaar eerder; onveranderd ver onderaan bungelt Somalië.

Uit al die onderzoeken van politicologen zijn interessante conclusies te trekken. Zo blijkt dat landen die tot midden vorige eeuw onder koloniaal bestuur van Groot-Brittannië hebben gestaan, het over het algemeen op het punt van de democratie vrij goed doen; de Britten hebben een redelijk functionerend ambtenarenapparaat en rechtsstelsel achtergelaten, zo is de verklaring.   Voormalige koloniën van Frankrijk en Portugal daarentegen doen het weer een stuk minder.

Allesbehalve pessimistisch

Onder politicologen is de opinie over de huidige stand van zaken van de democratie in voormalige ontwikkelingslanden allesbehalve pessimistisch. Het had allemaal nog veel erger gekund, zegt de Vlaamse politicoloog Kristof Jacobs, verbonden aan de Radboud-universiteit in Nijmegen. Zeker als we de internationale economische crisis vanaf 2008 daarbij betrekken – een economische crisis is namelijk een natuurlijke tegenstander van democratie.

‘Er is goed, en er is slecht nieuws’, zegt Jacobs. ‘We kunnen constateren dat het over het algemeen heel lang duurt voordat een land zich een ware democratie kan noemen; daar gaan meestal decennia overheen. Maar als een land eenmaal een democratie is, dan duurt het ook heel lang voordat het eventueel weer wegzakt naar een dictatuur. Je zou bij zo’n mondiale crisis van de laatste jaren verwachten dat de democratieën bij bosjes zouden vallen. Dat is niet gebeurd. Ook in de vroegere ontwikkelingslanden zie je dat democratie, als die er eenmaal is, weerbaar is. Het is een gevestigd stelsel, het is verankerd, dat is een heel interessante constatering. Kijk naar Afrika. Daar zijn de laatste jaren maar een paar landen van een democratie naar een dictatuur teruggevallen. Er zijn bijna geen partijen of politici die resoluut zeggen: “We moeten de democratie afschaffen, weg ermee.” Dat is toch een hoopgevende ontwikkeling.’

Het hele artikel lezen? Neem dan snel een abonnement op Vice Versa en krijg dit nummer nagestuurd! Ontvang bovendien nog twee specials deze maand over voedselketens en religie en ontwikkelingssamenwerking en krijg daarbij óók nog een boek naar keuze cadeau (te kiezen uit ‘Hoe nu verder? 65 Jaar Ontwikkelingssamenwerking’ en ‘Reframing the Message’

Auteur
Co Welgraven

Datum:
10 december 2014
Categorieën: