Kameroense burgemeester regelt zijn zaken liever zelf

Wachten tot ondernemers uit Nederland naar Afrika komen met hulp van het Dutch Good Growth Fund van Minister Ploumen? Daar doet de Kameroense burgemeester, Guy Emmanuel Sabikanda, niet aan. Sabikanda is deze week in Nederland om met bedrijven te spreken over de ontwikkeling van de haven van Kribi in het Zuid-Westen van Kameroen, of zoals Sabikanda het noemt: ‘Het nieuwe Rotterdam van West-Afrika.’ Maar hoe wordt zo’n samenwerking vorm gegeven en welke voorwaarden worden er gesteld? ‘Deze deal moet ook ten goede komen aan mijn eigen gemeenschap.’

 

Foto: Joseph Seh

In Kameroen wordt momenteel gewerkt aan een ambitieus project; de Kribi Deep Seaport, een enorme haven die een toegangspoort zal vormen voor West- en Centraal Afrika. Uiteindelijk moet deze haven een capaciteit krijgen van 100 miljoen ton per jaar. Daarmee wordt het een van de grootste havens aan de West-Afrikaanse kust. Vijftien procent van de financiering voor de haven komt van de overheid van Kameroen, de resterende 85 procent is een lening van de Export-Import Bank of China. Chinese bedrijven spelen een grote rol in de constructie van de haven, maar ook voor het Nederlandse bedrijfsleven kan het Kribi Deep Seaport Project interessant zijn om in te investeren.

Lokale stem

Om deze mogelijkheden verder uit te zoeken is de burgemeester uit Kribi op uitnodiging van The Centre for Collective Learning and Action (CCoLA), deze week in Nederland . ‘Vrij recent is er in Kameroen een proces van decentralisatie in gang gezet’, legt Joseph Seh, adviseur van CCoLA, uit. ‘Dit geeft de burgemeester de mogelijkheid om zelf zaken te doen en daarin ook de stem van zijn gemeenschap mee te nemen. Wij geloven heel sterk in de directe samenwerking tussen de lokale overheden en het bedrijfsleven. Daarom hebben wij hem uitgenodigd.’

‘Daarnaast hebben lokale autoriteiten beter zicht op de behoeften van lokale mensen en kleine ondernemers’, vult de burgemeester aan. ‘Wanneer er wordt samengewerkt tussen verschillende ministeries speelt de discussie zich voornamelijk af op beleidsniveau.’ Juist deze lokale stem is belangrijk, stelt Sabikanda; ‘als burgemeester heb ik het beste zicht op wat goed is voor de bevolking van Kribi’.

Dat dit lokale geluid belangrijk is bij de ontwikkeling van de Kribi Deep Seaport, blijkt wel uit eerdere berichten van IPS die waarschuwen dat de lokale bevolking tot nu toe weinig profiteert van de extra werkgelegenheid die het ambitieuze project met zich meebrengt. Onder de lokale populatie zijn weinig mensen die voldoende zijn geschoold om aan de functie eisen van banen in de haven te voldoen. Lokale scholen hebben echter veelal ook niet voldoende kennis in huis om mensen de juiste vaardigheden bij te brengen.

Voorwaarden

Een van de voorwaarden die een comité van de nationale overheid, waar de burgemeester van Kribi deel van uitmaakt, aan bedrijven stelt is dat zij hun personeel lokaal werven en zelf opleiden. Dit zal een van de onderhandelingspunten worden in het gesprek met APM Terminals, mochten zij worden geselecteerd om te mogen investeren in het Kribi Deep Seaport project. APM Terminals is gezeteld in Den Haag en gespecialiseerd in het opereren van containerterminals in grote havens. Andere kandidaten komen uit verschillende andere landen; Marokko, Frankrijk, de Filipijnen en België. Volgens Sabikanda hebben lokale organisaties niet de capaciteit om dergelijke projecten uit te voeren. Vandaar dat een Comite van de nationale overheid waar hij deel van uitmaakt een internationale tender heeft uitgeschreven.

‘Voor ons is het een vanzelfsprekendheid dat wij lokaal personeel inzetten’, stelt zegt Michiel Ybema, Director Port Investments & Projects in Africa & Middle East Region van APM. Dit betekent wel dat wij deze mensen zelf moeten opleiden en begeleiden. Daarvoor moeten trainers worden ingevlogen en moeten we intensief samenwerken met lokale partners. Dat is voor ons een hele investering. Voor de korte termijn is het opzetten van een terminal in Kribi dus voor ons niet winstgevend. Investeren in een dergelijk project is voor ons alleen interessant op de lange termijn. Dit betekent dat we lang zullen moeten blijven om een project winstgevend te maken.’

Deze lange termijn visie heeft lokaal veel voordelen volgens Ybema. ‘Bedrijven die komen met de intentie om alleen voor een korte tijd te blijven hebben alleen het maken van snelle winst voor ogen. Voor hen is het geen probleem als ze bijvoorbeeld natuurlijke bronnen uitputten, ze zijn toch zo weer vertrokken. Een bedrijf dat langer blijft kan partnerschappen aangaan voor langere periodes en werknemers stabiele banen bieden’, aldus Ybema.

Waakhond

Sabikanda ziet daarbij ook een belangrijke rol voor maatschappelijke organisaties weggelegd bij het uitvoeren van projecten als de Kribi Deep Seaport. ‘Ngo’s vervullen een belangrijke rol als interface’, zegt hij. ‘Zij kunnen goed de behoeften van lokale mensen identificeren en controleren of bedrijven hier aan voldoen.’ Ybema erkent ook de rol die ngo’s spelen in de samenwerking met de lokale overheid. ‘APM werkt gewoonlijk samen met zowel lokale als internationale ontwikkelingsorganisaties, bijvoorbeeld om het welzijn van onze werknemers te bevorderen’, geeft Ybema aan. ‘Daarnaast kunnen ngo’s de impact van bedrijven op het milieu bewaken en corruptie voorkomen. In deze waakhondfunctie zorgen zij ervoor dat deze commerciële mogelijkheid aan iedereen ten goede komt. Dat is een win-win situatie.’

Sabikanda zegt blij te zijn dat hij naar Nederland is gekomen om met het bedrijfsleven hier te spreken. Voor hem is het belangrijk dat hij een vertrouwensband kan opbouwen met de bedrijven waar hij wellicht mee in zee gaat. ‘Hier spreek ik mensen face to face, zie ik het gebouw waarin het bedrijf is gevestigd’. Zo regelt de burgemeester liever zijn eigen zaken. Een Nederlands stimuleringsfonds? Daar hoeft hij niet op te wachten.

Auteur
Lydwien Batterink

Datum:
18 juli 2014
Categorieën: