‘De koopman en de dominee’

Thomas Hurkxkens daagde de sector uit om een heldere eenduidige keuze te maken voor de basis van ontwikkelingssamenwerking met als hoofdvraag: Waarom geven wij hulp? Hij kwam daarvoor met drie mogelijke argumenten: plicht, effectiviteit en eigenbelang. Algemeen directeur René Grotenhuis van Cordaid gaat in deze bijdrage de uitdaging aan. ‘Als we een keuze maken voor plicht óf eigenbelang, dan blijven we in een oud kader zitten. Dat kader moeten we van ons afschudden, ook al is het lastig in een tijd waarin alles herleid moet worden tot simpele redeneringen.’

Plicht, effectiviteit en eigenbelang zijn volgens Thomas Hurkxkens alle drie valide argumenten om zijn hoofdvraag, ‘Waarom geven wij hulp?’, te beantwoorden. De sector moet volgens hem duidelijkheid scheppen als ze overeind wil blijven. In de huidige discussie grijpen we in wisselende opportuniteit naar elk van de drie argumenten en dat leidt tot verwarring waardoor onze positie verzwakt, aldus Hurkxkens.

Speerpunt van beleid

Allereerst effectiviteit. Uit het feit dat er vaak in het ontwikkelingssamenwerkingsdebat over effectiviteit wordt gesproken, kunnen we niet afleiden dat het een basisargument is voor OS. Successievelijke bewindslieden maakten van effectiviteit een speerpunt van hun beleid. Ze hoopten hiermee het werk te kunnen verdedigen en zo critici de mond te snoeren. Dat bleek een mission impossible.

Effectiviteit is nooit de basis van een keuze, maar altijd slechts een randvoorwaarde. Effectiviteit gaat immers niet over de vraag of we de goede keuze maken, maar of we een keuze goed uitvoeren. Effectief het tropisch regenwoud kappen, maakt die activiteit in zichzelf nog niet zinvol en aanvaardbaar.

Klassieke keuze

Interessanter is zijn stelling dat we een keuze moeten maken tussen plicht en eigenbelang als verankering van ontwikkelingssamenwerking. Mijn stelling is dat dat de klassieke keuze is tussen de koopman en de dominee. Die keuze is niet meer van deze tijd. De realiteit is dat de koopman en de dominee in elkaar schuiven of twee kanten van dezelfde medaille zijn. In het verleden konden we dominee en koopman van elkaar gescheiden houden. De dominee deed wel in arme landen. De koopman zorgde voor onze eigen welvaart. Ze kwamen elkaar niet echt tegen en konden ook beleidsmatig gescheiden blijven. Dat kan niet meer.

De dominee kan niet meer werken als hij zich niet realiseert dat er belangen aan de orde zijn. Zonder dat is hij/zij naïef en doet wel in landen waar elites zich verrijken of waar ongelijkheid in stand wordt gehouden. Ook christelijk weldoen kan zich niet verschonen van de plicht tot rechtvaardigheid en daarmee te kijken machtsverhoudingen, uitbuiting en onderdrukking.

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Omgekeerd kan de koopman geen zaken meer doen zonder zich bewust te zijn van moraliteit. Het hele programma van maatschappelijk verantwoord ondernemen is gebaseerd op de constatering dat de koopman ook dominee moet willen zijn door zijn verantwoordelijkheid te nemen voor mensenrechten, sociale omstandigheden en milieu.

Als we een keuze maken voor plicht óf eigenbelang, dan blijven we in een oud kader zitten. Dat kader moeten we van ons afschudden, ook al is het lastig in een tijd waarin alles herleid moet worden tot simpele redeneringen. We bewijzen onszelf geen dienst als we in die keuze blijven zitten en daarmee het oude verhaal van ontwikkelingssamenwerking voortzetten. Ongetwijfeld kunnen we nog lessen leren over hoe we de koopman en de dominee goed verbinden, maar in die verbinding ligt de toekomstige basis voor internationale samenwerking.

Auteur
Rene Grotenhuis

Datum:
12 april 2012
Categorieën: