Simon Jelsma (1918-2011)

Afgelopen dinsdag overleed Simon Jelsma, de grondlegger van de Derde Wereldbeweging en oprichter van Novib en de Postcodeloterij. ‘Met zijn overlijden is Nederland een man kwijt die al een wereldburger was ver voordat de term zijn intrede deed en die tot het einde toe zich bleef inzetten van betrokkenheid bij vraagstukken van achterstand en ongelijkheid in de wereld’ zei staatssecretaris Knapen gisteren terecht. Wie was Simon Jelsma en wat was zijn betekenis?

Pinksterzaterdag 1954. Duizenden mensen trekken op naar het Plein in Den Haag om te luisteren naar de eerste openbare Pleinpreek van pater Simon Jelsma. Vanaf de trappen van het bordes van de Hoge Raad heeft Jelsma, missionaris van het Heilige Hart, een goed overzicht over de toegestroomde menigte.

De opkomst is boven verwachting. Zijn controversiële uitspraken voor de radio en zijn prikkelende column in Vrij Nederland zijn daar niet vreemd aan. Nog onlangs had bisschop Mutsaerts hem een verderfelijke doorbraakpriester genoemd.  Het katholieke episcopaat deed er alles aan om te verhinderen dat katholieken over de schutting keken. Maar toch waren ze vorig jaar met een groep katholieke geestverwanten bijeengekomen en een groep te vormen onder de naam Plein.

Verlangen naar vrede

Plein was gekozen omdat het symbool stond voor een plaats waar iedereen kon komen om mee te denken en mee te praten. Ze hadden wekelijks open avonden belegd met tientallen bezoekers. Menig politicus was langsgeweest, bekende wetenschappers als Jan Tinbergen bezochten de bijeenkomsten en de media waren geïnteresseerd.

De voorbereidende minuten zijn voorbij, Jelsma begint aan zijn toespraak. Een geluidsinstallatie is er niet, want die is door de burgemeester verboden. Jelsma’s toon is die van een echte preek. ‘In 1945 werd op dit plein de bevrijding gevierd. Er was toen grote openheid en eenheid. Maar nu, negen jaar later, is er opnieuw vervreemding. Iedereen heeft zich weer teruggetrokken achter de eigen gordijntjes. Wij behoren tot de katholieke kerk, maar wij wensen ons niet in die kerk op te sluiten. Wij weten dat er in onze stad, in ons land en in onze wereld allerlei oprechte mensen zijn die het helemaal met onze overtuiging eens zijn. Op het punt van de noodzaak van rechtvaardigheid, eerlijkheid, naastenliefde, dienstbaarheid en menselijkheid zijn we het echter wel eens. Als er iets is wat ons bindt, dan is dat ons verlangen naar vrede. Om Gods vrede te bereiken zullen we moeten stoppen met het steeds meer produceren van wapens, terwijl tegelijkertijd duizenden mensen omkomen van de honger. Plein wil geld inzamelen voor het kinderfonds van de Verenigde Naties. Dat is nog maar de eerste stap. Uiteindelijk zal er in Nederland een organisatie moeten komen die opkomt voor de armen in de Derde Wereld.’

Watersnoodsramp

Die brede nationale organisatie voor steun aan ontwikkelingslanden zou er snel komen. Hiervoor zocht Jelsma contact met een ander opmerkelijk initiatief dat net was gestart. In het weekblad Vrij Nederland was na de watersnoodsramp van februari 1953 een artikel verschenen met als kop: ‘En nu wij.’ In dit artikel kwam de vraag aan de orde of ons volk na de februari-ramp, waarin het zo edelmoedig door tientallen volken werd bijgestaan, niet de plicht had aan de nood van andere volken te denken. De redactie van Vrij Nederland vond dat ‘Nederland, ontroerd door een overweldigende hulp, het initiatief moest nemen voor de oprichting van een Fonds der Wereldsolidariteit.’

Het artikel inspireerde de protestantse dominee Hugenholtz om iets dergelijks te gaan opzetten, samen met de hoofdredacteur van Vrij Nederland. Jelsma zocht contact met Hugenholtz en sprak met hem af in een café in Den Haag af om eens te praten. Daar werd besloten om zo’n brede organisatie op te richten. Hugenholtz had ondertussen een aantal invloedrijke mensen om zich heen verzameld, onder wie de voorzitters van de verschillende vakcentrales en werkgeversorganisaties. Uit die geheel is een kleine werkgroep ontstaan om de weg naar deze organisatie te plaveien.

Pittig karakter

De onderhandelingen duurden bijna twee jaar en hadden, zo laten de notulen zien, soms een pittig karakter. Ook toen al kwam het spanningsveld naar voren tussen mensen die aan charitas wilden doen en mensen die vooral op de lijn van bewustwording zaten. Tijdens een vergadering in 1955 riep Simon Jelsma uit. ‘Het is zeker niet de bedoeling om uitsluitend acties te voeren en fondsen te werven. Wij willen vooral voorlichting geven, opvoeden, het geweten van het volk wakker roepen, de aandacht vestigen op de nood, solidariteitsbewustzijn oproepen. Kortom, een klimaat scheppen waarin de gedachte aan hulpverlening kan groeien. Wij hebben dus een geestelijke doelstelling. Fondsen zijn reële doelstellingen. Daarmee verbonden en daaraan ten grondslag liggend is het bewerken van de openbare mening.’

Op 23 maart 1956 werd in het Tropeninstituut in Amsterdam de oprichtingsvergadering gehouden van de Novib, de Nederlandse Organisatie voor Internationale Bijstand. Simon Jelsma zou tot na zijn pensioen in 1983 vice-voorzitter van de Novib blijven.

Stroomversnelling

Maar in plaats van een rustig pensioen belandde zijn leven opnieuw in een stroomversnellng. Hij kwam weer in contact met Boudewijn Poelmann en Herman de Jong, twee mensen die hij in de jaren zeventig nog bij Novib had aangenomen. Poelmann was hoofd voorlichting en fondsenwerving van Novib geweest en was een eigen marketingbureau begonnen, Novamedia. In opdracht van de Novib moest hij een vestiging van IPS, een derdewereldpersbureau, oprichten in Amsterdam. Hij vroeg Jelsma of die niet wilde meedenken over de fondsenwerving van dat bureau. Zelf was Jelsma na zijn pensioen ook betrokken geraakt bij Vluchtelingenwerk Nederland, waarvoor hij eveneens de nodige fondsen probeerde te werven.

Soms kwam hij met Poelmann en De Jong samen bij elkaar ‘om uit te huilen’ omdat fondsenwerving een tijdrovend en vaak frustrerend karwei is. Op een gegeven moment zeiden de drie tegen elkaar dat er eigenlijk een machine voor goede doelen moest komen waar gewoon geld uitkwam. Die machine kwam er, de Nationale Postcodeloterij.  Jelsma zag de Postcodeloterij als niets anders dan het voorzetten van zijn oude werk dat ooit op het Plein was begonnen. De loterij zou een enorm succes worden en nu er door de overheid steeds meer bezuinigd wordt op subsidies aan ontwikkelingsorganisaties neemt haar relevantie alleen maar toe.

Opwinden over immigratiebeleid

Jelsma bleef tot aan zijn dood betrokken bij een rechtvaardige wereld. De laatste jaren kon hij zich vooral opwinden over het harde immigratiebeleid van Nederland. Eigenlijk is ieder mens een vluchteling, zei hij dan. Toen ik enkele weken geleden bij hem op bezoek was, zag hij er broos uit. Maar nog steeds kwam Jelsma soms uit de hoek, zoals alleen hij dat kon. Hij haalde een gesprek aan met een paar jongeren die eerder dit jaar aan hem vroegen. ‘Meneer Jelsma, gaat u dat nog meemaken, een rechtvaardige wereld?’ Waarop Jelsma antwoordde: ‘Ja, die rechtvaardige wereld ga ik meeMAKEN, net als jullie.’ Zelf heeft Jelsma bijna zijn gehele en lange leven die betere wereld helpen meemaken.

Toen ik hem eens vroeg hoe hij na zijn dood herinnerd wilde worden, zei Jelsma: ‘Als iemand die geloofde en ook daadwerkelijk geloofde. Verder zou ik mijn karakter aan vier d’s willen ophangen. Ik ben een dromer, een denker, een doener en een doorzetter. En ook in die volgorde.’

Lieve Simon, dank voor al je inspiratie en een prachtig leven!

Auteur
Marc Broere

Datum:
17 november 2011
Categorieën: