Het dreamteam van de ontwikkelingssector in 2015

De eerste week van het nieuwe jaar blikken we toch nog even terug. In 2014 stelde hoofdredacteur Marc Broere namelijk zijn dreamteam samen van de Nederlandse ontwikkelingssector. De afgelopen weken hebben we deze prominenten en toptalenten gevraagd hún dreamteam te presenteren: wie waren volgens hen de opmerkelijkste personen binnen de Nederlandse ontwikkelingssector in 2015? Een volstrekt subjectieve en willekeurige opstelling. 

1. Ruerd Ruben die Marc Broere in 2014 roemde om zijn deskundigheid en de prachtige erfenis die hij achterliet bij de inspectiedienst IOB nomineert Dirk-Jan Koch. ‘Dirk-Jan is terug van weggeweest. Na zijn promotie in Nijmegen was hij door Buitenlandse Zaken uitgezonden naar Congo, maar daar mocht hij niet langer blijven. Hij ging toen zijn eigen weg en werd regionaal directeur van Search for Common Ground, een Amerikaanse NGO. Deze eigenzinnigheid is beloond door hem te benoemen als speciaal gezant voor grondstoffen op het ministerie van Buitenlandse Zaken. Hij is de drijvende kracht achter de lancering van eerlijk goud. Door die inzet moet hij zeker onderdeel zijn van het dreamteam van de ontwikkelingssector.’

2. Ayaan Abukar, die binnenkort de Mogadishu Blues organiseert, kon echt niet kiezen tussen Marina Diboma, senior projectmanager bij de Netherlands-African Business Council, en Elisabeth van der Steenhoven, directeur van WO=MEN. ‘Beide vrouwen verdienen een plek in dit dreamteam. Marina doet geweldig werk bij NABC en strijdt onvermoeibaar tegen de verstoorde stereotype beeldvorming van het Afrikaanse continent. Ze begeleidde handelsmissies van en naar Afrika en speelde zo een belangrijke rol in de hulp en handel agenda van minister Ploumen. Voor Elisabeth en de vrouwenbeweging in Nederland en internationaal was 2015 een belangrijk jaar. De VN Resolutie 1325 over de rol van vrouwen bij vrede en veiligheid bestond dit jaar 15 jaar, er werd een nieuw NAP samengesteld en de vluchtelingencrisis en het toenemende aantal conflicten wereldwijd hebben de rol van de vrouwen flink onder druk gezet. Elisabeth bleef ondanks alle uitdagingen met enorm veel passie en deskundigheid samen met haar team de positie van vrouwen nationaal en internationaal op de agenda zetten.’

 

3. Marc Broere noemde Siri Lijfering in 2014 ‘misschien wel het grootste talent van de ontwikkelingssector’. Zij was dit jaar zelf erg te spreken over Merel Rumping. ‘Hoewel ze in 2014 ook al in het dreamteam zat denk ik dat 2015 echt het jaar was van Merel en ze het dubbel en dwars verdient er weer in te staan. Merel heeft dit jaar vanuit haar functie bij ProPortion, een organisatie die sociale ondernemingen in lage- en middeninkomenslanden ondersteunt, de Legbank opgezet. De Legbank brengt betaalbare prothesekokers naar mensen die een onderbeen missen in een laaginkomensland. Hierdoor werd ze genomineerd voor de VIVA400 als wereldverbeteraar en won ze met haar initiatief de ASN wereldbankprijs en de Cordaid Social AdVenture Challenge. Niet alleen heeft ze fantastische ideeën, haar enthousiasme werkt aanstekelijk en we zullen in de komende jaren nog veel van haar horen!’

4. Bart Romijn, directeur van Partos, nomineert Jan Pronk voor het dreamteam van 2015. ‘Ik had graag een jong iemand willen noemen, want er zijn zoveel met name vrouwelijke talenten, maar allen die bij me opkwamen haalden het toch niet bij Jan Pronk. Mijn motivatie – in de stijl van Jan “ik noem tien punten” Pronk – 1)  hij weet zowel jong als oud te inspireren, 2) hij blijft niet hangen in het verleden, maar koppelt heldere historische duiding en actuele ontwikkelingen aan scherpe actielijnen voor de toekomst, 3) hij brengt dat met het temperament van een zelfbewuste activist, 4) hij speelt in zijn maatschappijkritiek niet op de man of vrouw en 5) hij luistert naar jonge mensen. Zonder dat hij dat weet, leer ik veel van hem.’

5. Simone Filippini groeide volgens Marc Broere in 2014 meteen uit tot een van de meest gezichtsbepalende mensen van de Nederlandse ontwikkelingssector. De directeur van Cordaid vindt dat in 2015 er geen sprake is van bijzonder leiderschap in Nederland. Zij nomineert daarom Paus Franciscus, ‘vanwege zijn leidersrol in de discussie richting klimaattop, waar hij ook de relatie legt tussen klimaatdegradatie en armoede, onrecht, en uitsluiting. Anti-leiders vond ik Geert Wilders (PVV) en Joost Taverne (VVD).’

6. Merel Rumping, sociaal ondernemer, columnist en fado-zangeres, was dit jaar zo druk met haar eigen project Legbank dat ze voor haar gevoel niet één persoon uit de ontwikkelingssector kan nomineren. Door haar werk is ze wel veel in aanraking gekomen met nieuwe, innovatieve startups die bijdragen aan mondiale ontwikkeling. Het liefst ziet ze meer sociale ondernemingen, zoals het Solly Systeem dat bijdraagt aan onderwijs over duurzaamheid, natuur en techniek, als onderdeel van het dreamteam. Rumping: ‘Of Twende, een app waarmee consumenten in Nairobi, Kenya een Boda Boda taxi kunnen oproepen waardoor transport veiliger en effectiever wordt. Dit betekent minder onnodige km, dus minder file en uitlaatgassen. En Boda Boda chauffeurs kunnen door een goede beoordeling meer klanten werven en daarmee hun inkomsten verbeteren.’

7. Roelof van Laar werd door Marc Broere in 2014 geroemd om zijn ‘motie Van Laar’ die het voor Zuidelijke organisaties mogelijk maakte penvoerder te zijn in de nieuwe strategische partnerschappen van minister Ploumen. Van Laar zelf geeft aan dat Yannick du Pont onderdeel zou moeten zijn van het dreamteam. De organisatie die hij heeft opgericht, SPARK, is actief in landen waar de meeste organisaties wegblijven, zoals Jemen. ‘Juist dit jaar hebben ze daar een business point geopend. Hij slaagt er door het innovatief aan elkaar koppelen van oude en nieuwe geldstromen in daar het verschil te maken waar het telt. Bijvoorbeeld door 10.000 Syrische jongeren naar de universiteit te laten gaan. En door in fragiele staten jongeren het zetje te geven dat ze nodig hebben om hun toekomst in eigen hand te nemen. Hij woont en werkt in Cairo, Belgrado en Amsterdam en reist daar omheen nog veel, waardoor hij er ook persoonlijk in slaagt daar te zijn waar hij nodig is.’

8. Betteke de Gaay Fortman, directeur van de Karuna Foundation, vindt dat Willem van de Put, directeur van HealthNet TPO, lid moet zijn van het dreamteam.

‘Hij is al jaren een opmerkelijk persoon binnen de Nederlands ontwikkelingssector. Willem is iemand die sterk wordt gedreven door de wil verandering in levens van kwetsbare bevolkingsgroepen in fragiele staten te bewerkstelligen. Samen met lokale gemeenschappen werkt HealthNet TPO aan gezondheidszorg als middel om mensen weer bij elkaar te brengen. Willem is inhoudelijk sterk, snel en scherp. Daarnaast is hij iemand met lef die subsidieverstrekkers niet naar de mond praat. Zijn organisatie ging door een moeilijke periode in 2015. Willem trok er hard aan en ging en gaat door. Waarom? Door zijn betrokkenheid bij mensen die vaak al jarenlang lijden onder geweld en door zijn geloof in het mét deze mensen werken aan het herstel van hun eigen zorgstructuren. Iemand met dit soort gedrevenheid en een eigen visie hoort zeker in het OS dreamteam thuis.’

9. Christiaan Rebergen, Directeur-Generaal van Internationale Samenwerking bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, vindt dat we aan één dreamteam niet genoeg hebben als we Global Goals willen scoren. ‘Daar is echt teamwork voor nodig: op verschillende niveaus en vooral internationaal. Maar goede voorbeelden inspireren. Daarom vind ik dit een leuk initiatief. En ik wil het gebruiken om het werk van ons ministerie te belichten. Samenwerking voor ontwikkeling is immers meer dan de inzet door NGO’s.’

‘Ik dacht eerst aan Michiel Rentenaar. Die werkte als Nederlandse Klimaatgezant mee aan de succesvol afgesloten klimaatconferentie in Parijs. En daarna aan Koen Davidse. Die coördineerde de Nederlandse bijdrage aan de conferenties over Financing for Development (Addis) en de SDG’s (New York) en koppelt nu als tweede man van de VN-missie in Mali ontwikkeling aan veiligheid.

Maar na wat rondvragen kies ik toch voor ‘jong en vernieuwend’ en stel Lotte Dijkstra voor. Lotte studeert geneeskunde in Amsterdam en is tegelijk onze jongerenambassadeur voor Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten. Werken aan ontwikkeling is in beweging. Jonge mensen als Lotte belichamen dat. Ik kies ook voor haar omdat het voor echte ontwikkeling belangrijk is dat jongeren zelf moeten kunnen kiezen of en met wie ze seks hebben, een relatie aangaan of trouwen, en al dan niet kinderen krijgen. Lotte heeft daar in 2015 in binnen- en buitenland op een heel eigen en persoonlijke manie hard en succesvol aan gewerkt. Door voorlichting, lessen en gesprekken (en niet alleen met jongeren). Maar ook door lobbywerk bij de Verenigde Naties. Zo vervult ze voor mensen hier en in het buitenland meer dan een voorbeeldfunctie.  Verder vind ik het initiatief voor een jongerenambassadeurschap voor SRGR van Ministerie en  Stichting CHOICE for Youth and Sexuality gewoon een goed voorbeeld van modern partnerschap. Want ook Buitenlandse Zaken verandert en vernieuwt.’

10. Hans Guyt gooide in 2013 en 2014 hoge ogen met de ‘Sweetie-campagne’ van Terre des Hommes, de organisatie waarvan hij directeur-projecten is. Volgens hem is er eigenlijk maar één persoon in Nederland die in aanmerking komt voor het dreamteam ‘en dat is gewoon Marc Broere ‘himself’. ‘Als er nu één individu is in ons ‘wereldje’ die niet alleen volhardend blijft geloven in ontwikkelingssamenwerking maar dat dan ook stug en consequent blijft uitdragen, dan is het Marc wel. Tegen de stroom in en ondanks snoei harde tegenwind. Hij verdient daarmee niet alleen onze waardering en bewondering maar ook verbazing en verwondering! Waar haalt hij toch de energie en overtuiging vandaan? Marc Broere is zonder enige twijfel en terughoudendheid mijnerzijds DE ontwikkelingsman van het jaar.’

11. Kellie Liket, ‘een OS-wetenschapper met een grote persoonlijkheid’, nomineert Peter Huisman voor het dreamteam van 2015. Hij werkt al meer dan 20 jaar bij Oxfam Novib en zet zich als projectleider monitor en evaluatie in om deelnemers van projecten zoveel mogelijk te betrekken bij het meten van impact. Hij startte daarom het World Citizens Panel, een methode om impact te meten waarbij deelnemers het woord krijgen. Een revolutionaire evaluatiemethode, waar Vice Versa in 2014 een artikel aan wijdde. Liket: ‘Wat hij met monitoring en evaluatie doet is een innovatieve stap in de juiste richting. Daarom hoort hij absoluut thuis in het dreamteam.’

Wie hoort volgens u in het dreamteam van 2015 thuis? Laat het hier weten!

Auteur
Merel Berkelmans

Datum:
05 januari 2016