De kool en de geit

Foto: Andrea Moroni

BLOG – Er is de laatste tijd veel aandacht geweest voor de schadelijke effecten van veehouderij. Die kritiek is terecht, maar er is ook een andere kant van het verhaal: veehouderij kan een cruciale rol spelen in duurzame landbouw en een aanzienlijke bijdrage leveren aan armoedebestrijding. Gijs Paaimans en Rian Fokker van Heifer Nederland zetten uiteen hoe je met veehouderij armoede kunt bestrijden en het klimaat kunt besparen.

De vraag naar dierlijke producten zal de komende jaren flink blijven stijgen. Dit komt vooral door de toenemende welvaart in ontwikkelingslanden. Goed nieuws dus voor de miljoenen arme boerengezinnen in die landen voor wie vee het belangrijkste bestaansmiddel is. Of toch niet? We weten ook dat veehouderij grootverbruiker is van voedsel, land en water, en bijdraagt aan klimaatverandering. Degenen die hierdoor het hardst getroffen worden zijn juist diezelfde arme boeren. Je kunt dus zeggen dat zij met vee hun eigen graf graven. Maar dat is niet per se het geval. Met de juiste kennis en middelen kunnen kleinschalige boeren hun productie verhogen, hun kwetsbaarheid tegen klimaat- en milieuproblemen verminderen èn bijdragen aan de aanpak van de oorzaken ervan. En dit alles juist dankzij vee. Niet door méér vee, maar productiever vee, gehouden in een duurzaam en efficiënt systeem.

Vee als probleem

Er is steeds meer aandacht voor de bedreiging die veehouderij vormt voor het klimaat, de biodiversiteit en de voedselzekerheid. Eén van de meest besproken problemen is de uitstoot van broeikasgas. Met name koeien produceren tijdens hun spijsvertering methaan, dat veel schadelijker is dan CO2. Vee is mede daardoor verantwoordelijk voor zo’n 18 procent van de uitstoot van broeikasgas. De meeste koeien ter wereld bevinden zich in ontwikkelingslanden, het merendeel daarvan bij kleinschalige boeren. Bovendien hebben deze koeien gemiddeld een zeer lage melkproductie, waardoor de uitstoot per liter relatief hoog is. Kleinschalige boeren leveren dus een grote bijdrage aan het broeikasprobleem. Zoals gezegd wordt deze groep ook het hardst getroffen door de gevolgen hiervan. Zij kampen vaak toch al met schaarse natuurlijke hulpbronnen, gedegradeerde bodems en tekort aan water. Door klimaatverandering wordt landbouw in steeds meer gebieden helemaal onmogelijk.

Naast de uitstoot is ook de uitputting van natuurlijke hulpmiddelen door de veesector een probleem. Kleinschalige veehouderij belast vaak de kwetsbare lokale omgeving, terwijl intensieve veehouderij een gigantische mondiale voetafdruk heeft. Een derde van de wereldwijd beschikbare landbouwgrond wordt gebruikt voor veevoer volgens FAO. Zelfs in landen met een voedseltekort wordt een groot deel van de landbouwopbrengst als veevoer geëxporteerd. Hiervoor wordt regenwoud gekapt en land onteigend.

Dit is deels een gevolg van de manier waarop de intensieve veehouderij is georganiseerd. Met duurzamere productiemethodes (zoals biologische landbouw) kan er nog veel verbeterd worden. Maar het is niet zeker dat deze methodes toereikend zijn om aan de enorme vraag te voldoen. De vraag naar vlees zal tot 2050 naar schatting met zo’n 75 procent stijgen. Met name de groeiende markt in opkomende landen als China en Brazilië wordt vaak als een bedreiging gezien. Maar de vleesconsumptie is nog altijd verreweg het hoogst in westerse landen. In Nederland eten we jaarlijks gemiddeld 85 kilo vlees per persoon, in de VS zelfs 120 kilo. Overconsumptie is in veel landen één van de grootste gezondheidsproblemen. Bovendien wordt een derde van al het voedsel ter wereld weggegooid. De enige echt duurzame oplossing is dus het terugdringen van de overconsumptie en de verspilling van voedsel.

Niet overal is echter sprake van overconsumptie. In Bangladesh eet men bijvoorbeeld gemiddeld maar vier kilo vlees per jaar, in Burundi vijf kilo. Deze consumptie concentreert zich bovendien bij de rijkere, stedelijke bevolking. Miljoenen arme gezinnen, met name op het platteland, consumeren nauwelijks dierlijke producten. Tekort aan hoogwaardige eiwitten is hier juist één van de belangrijkste oorzaken van ondervoeding bij kinderen. Tegelijkertijd zijn 987 miljoen armen voor hun bestaan op vee aangewezen. Er is op het platteland nauwelijks werkgelegenheid, en in droge en onvruchtbare gebieden is vee de enige manier om oneetbare begroeiing om te zetten in voedsel. Ook dient vee als buffer voor moeilijke tijden. Veel kleine boeren kampen echter met zeer lage productie, hoge veesterfte en gebrek aan markttoegang.

Vee als oplossing

Juist bij deze groep kan veel winst behaald worden. Te beginnen met het terugdringe
n va
n het broeikaseffect. Zoals gezegd is bij een lage melkproductie per koe de uitstoot per liter melk zeer groot. In een land als Nederland levert een koe gemiddeld zo’n 22 tot 30 liter melk per dag. Daar valt nog weinig aan te verbeteren. Maar bij een koe in een ontwikkelingsland is dat vaak maar een of twee liter. Dit komt door de kwaliteit van het ras, maar ook door verkeerde voeding. Met beter vee en beter voer (dus niet per sé meer, maar wel voedzamer en beter verteerbaar), kan die productie flink toenemen. En daarmee daalt de uitstoot per liter melk substantieel. Uit onderzoek blijkt dat verbeteringen in het laagste productiesegment het grootste effect hebben. Een toename van twee naar acht liter per dag kan een uitstootvermindering van wel 600 procent opleveren, terwijl een toename van 12 naar 25 liter nauwelijks nog verschil maakt (zie figuur 1). Bij kleinschalige boeren valt dus de grootste slag te slaan in het terugdringen van de methaanuitstoot.

Ook de uitstoot uit mest kan worden verminderd door deze goed op te slaan, te composteren of tot biogas te verwerken. Dit zijn technieken die voor veel kleine boeren binnen bereik liggen. Compost verhoogt bovendien de capaciteit van de bodem om stikstof en andere stoffen vast te leggen, waardoor de uitstoot verder afneemt. Biogas vervangt hout als brandstof en voorkomt daarmee ontbossing. Methaan wordt daarbij door verbranding omgezet in CO2, wat zo’n 26 keer minder schadelijk is.

Naast het terugdringen van de uitstoot kunnen kleine boeren ook bijdragen aan het herstellen van natuurlijke kringlopen. Door vee slim met landbouw te integreren, kunnen beiden elkaar en de natuurlijke omgeving versterken. Dit begint met de bodem. Terwijl we in het Westen een mestoverschot hebben, kampen veel ontwikkelingslanden juist met gedegradeerde en voedingsarme bodems. Door vee op het bedrijf te houden voorkomt men verdere degradatie door overbegrazing, en gaat de mest niet verloren. De (gecomposteerde) mest wordt gebruikt om de bodemstructuur te herstellen en de vruchtbaarheid te verbeteren. De bodem kan hierdoor ook meer water vasthouden, waardoor uitspoeling ook afneemt. Dankzij de trekkracht van dieren kan men bovendien meer land bewerken. Hierdoor kan men meerdere gewassen verbouwen om zo het dieet te verbeteren en de risico’s te spreiden. Dit levert in ruil weer meer restproducten op om als veevoer te dienen. Met eenvoudige methodes (onder andere houtbesparende fornuizen, wateropvang, boomaanplant, duurzame bodembewerking) kan men de biodiversiteit in de omgeving herstellen en erosie tegengaan.

Dit is geen utopie. Organisaties als Heifer, maar ook de FAO en IFAD wijzen al jaren op het grote effect van investeringen in kleinschalige boeren en hun belang voor duurzame voedselzekerheid. Talloze projecten laten zien dat met verbetering van de veestapel, training in dierverzorging en voerproductie en verbetering van diergezondheidssystemen de productiviteit per dier kan verveelvoudigen. Zo kan een verschuiving plaatsvinden van grote kuddes die weinig opleveren naar efficiënte bedrijven met hoogproductief vee. Door kringlooplandbouw kan de oogst per hectare met wel 300 procent toenemen. Het mooie van al deze maatregelen is dat ze tegelijkertijd de voedselproductie vergroten, de weerbaarheid van gemeenschappen tegen klimaatverandering versterken, en de oorzaken ervan helpen bestrijden. Op deze manier worden kleinschalige boeren onderdeel van een duurzame oplossing voor voedseltekort, armoede en klimaatverandering.

Meer weten?

  • FAO: Livestock’s long shadow 
  • CGIAR: Can We Eat Meat and Still Reduce Greenhouse Gas Emissions? 
  • IFAD: Livestock and climate change 
  • Greenpeace: Cool Farming: Climate impacts of agriculture and mitigation potential 
  • Cowspiracy: the sustainability secret 
  • FAO: Integrated crop-livestock systems 

 

Of neem contact op met Heifer Nederland: info[at]heifer.nl.

 

Auteur
Gijs Paaimans

Datum:
24 december 2015
Categorieën: