Zeven inzichten uit Kopenhagen

Vorige week vond in Kopenhagen de Eurodad-IBIS conferentie plaats over Financing for development. Ngo’s uit Europa, Afrika, Azië en Latijns-Amerika kwamen in de Deense hoofdstad bijeen om bij te praten over de belangrijkste issues en om hun strategie te bepalen. Vice Versa was erbij, en zette een aantal inzichten op een rij. ‘Tot nu toe is het Finance for Development proces de enige kans waar je fundamentele vraagstukken van economisch bestuur in de VN kunt bespreken. En als we het FFD proces verliezen, is die kans voor altijd weg.’ 

1. Ministers van Financiën zijn sleutelspelers, alleen ze zijn nog niet echt betrokken.

Eerst even de planning: op 7 mei zag een nieuwe Zero Draft het licht, de derde versie sinds januari. Deze tekst dient als basis voor de onderhandelingen in Addis Abeba (mocht daar nog onderhandeld worden). De onderhandelingen vinden nu plaats in New York kleine groepen: zo voert de EU het woord namens Europese landen, vormt de G77+ China een (megagroot) blok van 133 ontwikkelings- en opkomende landen, en is er de Verenigde Staten samen met Canada, Nieuw Zeeland, Australië en Japan. De volgende grote onderhandelingsronde vindt plaats op 15-19 juni. Informele onderhandelingen zijn van 12-15 mei, 26-29 mei en van 1-5 juni. Last but not least: de conferentie zelf in Addis Abeba van 14-17 juli.

Dan het proces. Peter Chowla van UNDESA maakt zich een beetje zorgen. Het mondiale financiële systeem staat prominent op de agenda in Addis Abeba, maar de betrokkenheid van de ministers van Financiën laat nog te wensen over. Zo zeggen sommigen bijvoorbeeld dat wat er in Addis Abeba besloten gaat worden, toch geen effect zal hebben op hun werk. Terwijl de diplomaten in New York druk bezig zijn, gebeurt er in sommige hoofdsteden nog weinig en is er gebrekkige coördinatie tussen de betrokken ministeries, observeert Chowla.

2. Ze zijn er niet zo blij met de private sector

Goed, even een nuance: natuurlijk is de private sector belangrijk voor werkgelegenheid, banen, et cetera – dat onderkenden de ngo’s daar in Kopenhagen ook wel. De kritiek ontstaat op het moment dat er publiek geld naar de private sector gaat, en wanneer de private sector een wel erg grote stem krijgt aan tafel bij de VN (daarover later vandaag meer). Zo zei de Braziliaanse ambassadeur voor de VN, Guilherme de Patriota: ‘And to say that you use ODA to leverage private sector investment is an inadequate approach to what we need. We need ODA to strengthen the government’s capacity in weak development countries to better relate with the private sector.’ 

Het debat werd aldus in Kopenhagen veel radicaler gevoerd dan hier in Nederland. Over het algemeen nemen Nederlandse ngo’s een heel wat vriendelijker positie in tegenover de private sector en staan ze er positief tegenover om ODA geld te gebruiken om private geldstromen te mobiliseren (dit geldt overigens niet of in mindere mate voor SOMO, Both Ends en Oxfam Novib, toevallig ook de drie Nederlandse ngo’s die in Kopenhagen aanwezig waren). Dit leidt wel eens tot ergernis.

Sommige ngo’s in Nederland vinden dat de bad practices te veel worden uitgelicht door Europese ngo’s. Maar de ngo’s aanwezig in Kopenhagen, waaronder ook Zuidelijke ngo’s als IBON International, Taks Justice Africa, het Third World Network en Latindadd, hebben niet zozeer het idee dat het slechts over bad practices gaat: zij hebben veel meer fundamentele kritiek op een private sector die steeds meer publieke rollen op zich lijkt te nemen.

3. Dé issues zijn: de private sector, belasting, schulden.

De agenda voor Addis Abeba is, zoals eerder op deze site geconstateerd, enorm breed. Maar in Kopenhagen was er toch wel een duidelijke lijn in te ontwaren. De buy-in van de private sector, publiek-private-partnerschappen, belastingontwijking en de noodzaak die ngo’s zien voor een intergouvernementeel belastingcommittee binnen de VN zijn dé hot topics, en dat mag geen verrassing heten. Verrassender was wellicht de terugkomst van een oud probleem in een nieuw jasje: schuldenproblematiek.

Wat precies het probleem is met schulden, dat gaan we volgende week op deze site achterhalen. Maar dàt er een probleem gaat komen, zoveel is duidelijk. Wat dat betreft spreekt de cover van het volgende rapport van Eurodad boekdelen:

Verder: handel. Enorm belangrijk natuurlijk, maar hier is binnen de VN met een vastgelopen WTO niet zo enorm veel te winnen – al zijn bilaterale investeringsverdragen en investeringsgeschillenmechanismes misschien de uitzondering daarop (daarover meer in onze week over handel). En als het gaat over hulp staat vooral de 0,7 % commitment centraal, én de hulp aan lage inkomenslanden die nu een stuk lager uitvalt dan hulp aan middeninkomenslanden (over dit soort issues horen we meer in onze week over hulp).

4. Er staat heus wel iets op het spel

Laten we eerlijk zijn: de echte beslissingen over belastingen, handel, financiën of betrokkenheid met de private sector worden niet binnen de VN gemaakt, maar bij de VN, financiële instituties, de OESO of bij de WTO. Maar toch, door het Finance for Development (FDD) proces gaat de VN wel een meer centrale rol te spelen, zeggen ze bijvoorbeeld bij Eurodad, en het FFD proces heeft ook geholpen om bepaalde onderwerpen beter op de agenda te krijgen. Tijdens de eerste Monterrey conferentie gebeurde dat bijvoorbeeld op het gebied van het mobiliseren van binnenlandse hulpbronnen, het economisch en financiële systeem, en schuldenkwijtschelding.

Addis Abeba moet je eigenlijk zien als een proces, aldus Eurodad, en dat proces is misschien wel belangrijker dan politieke verklaringen. Het uitkomstdocument kan bovendien worden gezien als dé plek waar issues kunnen worden bediscussieerd die eerder niet internationaal werden erkend. Er zijn kansen, dus.

5. De G77 is niet machteloos, maar wel verdeeld

Ngo’s en de G77+ liggen qua standpunten dicht bij elkaar, omdat beide vechten voor een verandering in mondiale machtsverhoudingen. En de macht is, ondanks alle constateringen dat machtsverhoudingen veranderen, op institutioneel vlak toch nog vooral in handen van de EU en de VS. Volgens de Braziliaanse ambassadeur voor de VN, Guilherme de Aguiar Patriota, is de EU het meest flexibel, waar de VS koppig is. De VS wil geen extra commitments en wil niets van de beslissingsbevoegdheid van andere instituties als de OECD overhevelen naar de VN. Toch denkt dat de G77+ het verschil kan maken wanneer ze één blok vormen.

Het probleem? De kracht van de G77+, haar omvang, is tegelijkertijd ook haar grootste zwakte. De G77+ bestaat uit China, uit Brazilië, India en Zuid Afrika, uit Afrikaanse landen, lage inkomenslanden, middeninkomenslanden, en Small Island Developing States. Met name de meer arme landen zijn gevoelig om onder druk van hun donoren de politieke agenda van de VS en de EU te volgen. Daarbij willen de lage inkomenslanden graag meer hulpgeld, terwijl de middeninkomenslanden wijzen op de grote armoede die er nog in hun land bestaat. En voor de één is het schuldenissue nijpender dan voor de ander. Dus wat worden de prioriteiten precies? Sommige Afrikaanse ngo’s zijn bovendien kritisch op de rol van Brazilië, de grote voorvechter van de G77, en ietwat wantrouwend omdat ze Brazilië ervan verdenken armere landen voor het karretje spannen van opkomende landen.

Tegelijkertijd, zegt Guilherme de Aguiar Patriota op zijn beurt, is er een divide and rule tactiek van westerse landen. En ook volgens Tove Maria Ryding (Eurodad) moet er opgepast worden voor misleidende tactieken. Pas bijvoorbeeld op voor zogenaamde ‘vertrouwelijke informatie’: die is niet altijd juist.

6.    Ngo’s vragen niet veel – of toch eigenlijk best wel?

In dit document staan de belangrijkste aanbevelingen van civil society voor Addis Abeba (dit document gaat nog over de oude Zero Draft maar is desalniettemin verhelderend). Kort gezegd komt het erop neer dat veel ngo’s vinden dat de balans van de Zero Draft te ver doorschiet naar grote internationale financiële instituties en gevestigde belangen van de OECD, en dat er te weinig nadruk ligt op duurzame ontwikkeling en het recht van mensen op ontwikkeling.

Een vlammende samenvatting daarvan kwam uit de mond van Tove Maria Ryding, beleidsanalist bij Eurodad en voormalig Greenpeace activiste, tijdens een van de plenaire sessies. Voor het gemak citeren we haar hier volledig:

‘Ik zie geen enkele civil society eis waar regeringen fundamenteel moeite mee zouden moeten hebben. We vragen niet om fundamentele veranderingen. Als het gaat om belastingen, vragen we om een intergouvernementeel VN-lichaam [om het over belastingontwijking te hebben, in plaats van binnen de OECD zoals dat nu het geval is, red.]: dan hebben we het slechts over vergaderingen. We vragen niet om een legaal bindend instrument voor transparantie en eerlijke belastingen en om de race to the bottom te stoppen, ook al is dat wat we daadwerkelijk nodig hebben. Maar alsnog kijken regeringen ons aan alsof we iets belachelijks vragen. Op schulden vragen we om een multilateraal legal framework: landen zijn het daar al over eens te worden, en het enige dat we van westerse landen vragen is om naar enkele vergaderingen te gaan.

Op private financiering willen we een review van wat er speelt, we willen graag dat de private sector niet duurzame ontwikkeling ondermijnt of mensenrechten. We vragen niet om een wettelijk bindend mechanisme. En als we het hebben over hulp vragen we om een timetable om 45 jaar oude beloftes na te komen, en om hulp te ontbinden. We vragen hen niet om nieuw geld. Logischerwijs is er veel meer geld nodig als landen de ontwikkeling willen die ze in de SDG’s beloven, als donoren waarschijnlijk hulpgeld gaan geven aan klimaatfinanciering, en ze moeten ook nog eens de private sector geld geven. Maar die berekening hebben we niet eens durven maken, want dan zouden we een wel erg hoog getal krijgen. Kortom: het is realistisch wat we vragen, en we kunnen onze ambities niet verlagen want dan zou het business as usual worden.’

Maar daar is Stefano Prato van SID International het niet helemaal mee eens. Hij stelde: ‘Op het eerste gezicht lijken we kleine stappen te vragen, maar eigenlijk vragen we om grote stappen. We vragen om het zwaartepunt van economisch bestuur te verplaatsen van kleine clubs [zoals de OESO, G-20, Wereldbank en de IMF, red.] naar de VN. En dat is een gigantische stap. En daarom is er weerstand tegen, en willen regeringen liever het Finance for Development proces verzwakken en het onder brengen in andere processen zoals die van de SDG’s. Maar tot nu toe is Finance for Development de enige kans waar je fundamentele vraagstukken van economisch bestuur in de VN kunt bespreken. En als we het FFD proces verliezen, is die kans voor altijd weg.’ Zoals gezegd: er staat heus wel wat op het spel.

7. Er is nog wel wat om voor te vechten, maar het is maar hoe je het bekijkt.

Ja, er is nog genoeg om te bereiken, vindt Tove Maria Ryding(Eurodad) ‘Er is nog geen enkele paragraaf af. Dus pak ons positie paper en ga aan het werk.’

Nee, veel speelruimte is er eigenlijk niet meer, zegt Paul Okumu, directeur van het CSO Platform. Als ngo’s voor eind mei hun input niet leveren, heeft het daarna weinig zin meer – en dat laat slechts een paar weken over. ‘Na 30 mei zullen de deuren gesloten zijn en hebben we weinig meer te vertellen.’

Luister eens, misschien ligt de winst ook wel heel ergens anders, zegt Martin Khor, directeur van het South Centre, denktank van de G77. ‘Doordat we allemaal samenkomen, en een sociale beweging aan het bouwen zijn.’ Dat denkt ook Bhumika Machhala van het Third World Network: ‘We creëren een politiek momentum op normatief niveau.’ In een voorbeeld: ‘Bij de vrouwenrechtenbeweging kwamen vrouwen samen in de VN. Niet dat ze in de VN enige vooruitgang boekten, maar omdat ze hun netwerk uit konden bouwen en politiek momentum creëerden. Het FFD proces kan precies dàt doen.’

Als je lang hebt meegelopen met conferenties kun je cynisch worden of conservatief, brengt tenslotte Nuria Molina, directeur van ActionAid, in. In haar geval: cynisch dus. Maar er is één ding wat deze conferentie anders maakt dan andere conferenties: de mensen – en dan de mensen ‘op de straat’ – , hebben er genoeg van, volgens haar. Ze zouden genoeg hebben van een mondiaal financieel systeem dat niet werkt, terwijl ze ondertussen te horen krijgen dat de rijken rijker worden en bedrijven hun belasting niet betalen. Ngo’s kunnen op dat gevoel inspelen om mensen te mobiliseren.

Zo wordt FFD aan de huidige discussies over het financiële systeem gekoppeld en aan een publiek dat waarschijnlijk nog nooit van Finance for Development heeft gehoord. Dat kwartje is dan ook nog niet helemaal gevallen in de media en het publiek, maar misschien valt daar de komende weken voor civil society, in tegenstelling tot fundamentele verandering in de Zero Draft, nog wel het meeste winst te behalen.

Kijk hier de livestreams terug van de plenaire sessies, en vind hier een overzicht van sprekers.

Auteur
Selma Zijlstra

Datum:
11 mei 2015
Categorieën: