Het ontvlammen van ondernemerschap

VERSLAG – Juist in fragiele staten moet ondernemerschap gestimuleerd worden. Op langere termijn zorgt het namelijk voor stabielere staten, en dus minder migratie naar het Westen. In de eerste tien minuten van zijn openingsspeech maakte Yannick du Pont, directeur van SPARK, meteen duidelijk wat het doel en het grotere belang was van de 3e IGNITE! conferentie op 11 november 2015. Een indrukwekkende dag vol vernieuwende initiatieven waar het soms best wat meer had mogen knetteren tijdens de debatten.

SPARK had al een indrukwekkende lijst aan gasten voor IGNITE! 2015 maar het was de komst van Hare Majesteit Koningin Maxima die de organisatie het meest verheugde: daags voor de conferentie werd het nog extra aangekondigd. In afwachting van haar entree (‘Het voelt net alsof we op Sinterklaas wachten’, grapte host Bart Krull) maakten de 300 aanwezigen zich op voor een grote verscheidenheid aan workshops en key notes. En hoewel de rol van de koningin onduidelijk was en ze geen woord uitte, gaf haar aanwezigheid de conferentie inderdaad de glans die SPARK trachtte op te roepen in de prachtige Beurs van Berlage.

Centrale vragen

Wat zijn de kansen en de uitdagingen voor ondernemers in fragiele staten? Deze vraag stond centraal tijdens de gehele conferentie. Daarnaast wilde SPARK ook graag agenderen wat voor impact ondernemerschap en het opzetten van ondernemingen kon hebben in fragiele staten.

Du Pont benadrukte in zijn openingsspeech dat ondernemerschap niet alle problemen kan oplossen, maar dat het effect op individuele levens enorm kon zijn. Hij was dan ook trots om te kunnen aankondigen dat SPARK in samenwerking met regeringen en universiteiten gaat zorgen dat 10.000 Syrische jonge vluchtelingen hun studies aan de universiteiten kunnen vervolgen of starten in de omringende landen van Syrië. De optimistische toon was gezet.

Sociale impact in Liberia

Na een wervelende key note over Qelasy, de eerste Afrikaanse onderwijs-tablet, en een stortvloed aan grafiekjes en tabellen van de Wereldbank die aangeven dat het steeds beter gaat met ondernemingen en de voorwaarden voor ondernemerschap in fragiele staten, was het tijd voor de eerste workshop-ronde. In Social impact through spillover effects: Liberia’s special economic zone ging het vooral over de potentiële effecten van het stimuleren van ondernemerschap. Liberia is qua populatie een ontzettend jong land met een ongelofelijke drive om te ontwikkelen. SPARK probeert in samenwerking met investeerders, de Liberiaanse overheid, en het maatschappelijk middenveld in Monrovia, Liberia’s hoofdstad, een speciale economische zone te creëren om die drive in te zetten voor ontwikkeling. Die zone moet namelijk de bedrijvigheid zo bevorderen, dat de omringende gemeenschappen kunnen profiteren van onder andere meer werkgelegenheid, een grotere overdracht aan kennis en een verbetering van de infrastructuur. Onderzoekers van Cambridge probeerden te ontdekken hoe die “spillover effects” het beste konden worden aangemoedigd.

Vooral Chid Liberty, een sociaal ondernemer uit Liberia, viel op in het panel. Zijn enthousiasme en uitstekende inhoudelijke argumenten overtuigden de zaal van het belang van die speciale economische zone en zorgden ook dat er verder gekeken werd dan dit lokale initiatief. Libertys voorstel om fondsen aantrekkelijker te maken voor sociaal ondernemers door de rentestand afhankelijk te maken van hun sociale impact kreeg veel bijval.

Hulp en handel

Vlak voor de lunch stond een plenair debat gepland tussen Roelof van Laar (PvdA) en Joost Taverne (VVD), Tweede Kamer leden die beiden lid zijn van de commissie Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Ze zouden discussiëren over het hulp en handel beleid van de huidige regering en hoe ondernemers betrokken zijn bij internationale ontwikkeling. Van Laar leek zich goed te hebben voorbereid op een levendig debat, maar het kwam niet van de grond. Taverne kopte vooral de voorzetten in van moderator Krull over het hulp en handel beleid en er werd door Krull geforceerd gezocht naar de overeenkomsten tussen de idealen van beide coalitiepartners.

Waar Van Laar inhoudelijk inging op hoe ontwikkelingssamenwerking het beste kon worden ingezet, ontweek Taverne die discussie en pleitte dat ‘het hebben van teveel principes niet vooruit helpt’. ‘Liever’, vervolgde hij, ‘kies ik voor een pragmatische aanpak waarbij we mensen overal in de wereld zo snel mogelijk hun eigen verantwoordelijkheid voor hun ontwikkeling laten nemen.’ Hoe kan dit volgens hem worden bereikt?

Taverne: ‘Internationale ontwikkelingssamenwerking is een massief en log apparaat. Het heeft een verstikkend effect, hoe goed de bedoelingen ook zijn. We moeten beginnen de landen die we nu hulp blijven toeschuiven serieus te nemen en hun eigen beslissingen laten nemen. Niet meer dat infuus van hulp.’ Maar wat als mensen wel zelf hun verantwoordelijkheid willen nemen maar tegengewerkt worden door hun regeringen? Kan Nederland een rol spelen om dat te veranderen? ‘Ik denk dat we heel bescheiden moeten zijn in wat we überhaupt kunnen bereiken. Daar komt bij dat de hulp die wij nu bieden de negatieve gevolgen van corrupte regeringen dempt. Dit kan mensen de motivatie ontnemen om zelf het heft in handen te nemen en de regeringen te dwingen hun samenlevingen te helpen ontwikkelen.’

Jongeren buitenspel

De Palestijnse gebieden en Zuid Soedan zijn in ieder geval plekken waar die motivatie heel groot is, zoals later duidelijk werd in de volgende workshop ronde. De opzet van Youth Now! Youth Engagement and Participation was bedoeld om ervaringen uit te wisselen over (het gebrek aan) participatie van jongeren in de politieke arena en de arbeidsmarkt. Een interessant uur waar beide centrale vragen van Du Pont voor deze conferentie weer terugkwamen.

‘Jongeren in Palestina’, vertelde Hania Bitar, directeur-generaal van Palestinian Youth Association for Leadership and Rights Activation, ‘voelen zich niet gehoord door de oudere generatie leiders. Zij willen in de politieke arena vechten voor hun vrijheid en hun volk de kans geven zich te ontwikkelen. Maar ze moeten een hele lange adem hebben. Als jongeren iets willen ondernemen, worden ze niet gestimuleerd – verre van.’ Het was voor Zuid Soedanese jongeren ook moeilijk om hun leiders te wijzen op hun beloftes en verantwoordelijkheden, vertelde Lauren Servin van SPARK.

Door een gebrek aan focus kwam er tijdens de workshop echter weinig discussie op gang over eventuele oplossingen van de uitdagingen die zowel in de Palestijnse gebieden als in Zuid Soedan speelden. Dit had nog de verdieping kunnen bieden waar SPARK naar op zoek was tijdens deze conferentie. Een borrel bood daarvoor gelukkig nog uitkomst.

Auteur
Merel Berkelmans

Datum:
13 november 2015
Categorieën: