Vrijdagmiddagborrel: ‘Heb je die Van Ojik gehoord?’

Afgelopen maandag nam GroenLinks fractievoorzitter Bram van Ojik het eerste exemplaar in ontvangst van ‘Minder hypes, meer Hippocrates’, het boek waarmee Ellen Mangnus en Marc Broere de ontwikkelingssector van een positieve boost willen voorzien. Deze vrijdagmiddagborrel is een bewerking van de toespraak die Marc Broere hield en waarin hij vertelt waarom juist Van Ojik iemand is die een personificatie is van ‘meer Hippocrates.’

Met Bram van Ojik, de huidige fractievoorzitter van GroenLinks en een van Nederlands grootste (ervarings)deskundigen op het terrein van ontwikkelingssamenwerking heb ik al een lange geschiedenis. We kennen elkaar al zo’n 27 jaar. De School voor de journalistiek in Utrecht, waar ik midden jaren tachtig studeerde, werd in 1986 benaderd door de Tweede Kamerfractie van de PPR, een van de partijen waar GroenLinks enkele jaren later uit voortkwam. Of er studenten waren die interesse hadden om een brochure te maken over het Nederlandse vluchtelingenbeleid.

Ik hapte meteen toe en het was heel bijzonder om als 20-jarige student journalistiek opeens in het gebouw van de Tweede Kamer rond te lopen. Bram was toen verantwoordelijk voor de Radikalenkrant, het partijblad van de PPR. Ik kwam met hem in contact toen ik gevraagd werd om de brochure om te werken tot een journalistiek artikel.

Mooi portfolio

Na dit eerste artikel bleef ik stukken schrijven voor de Radikalenkrant. Ik had zo als student wat mooie bijverdiensten met De Radikalenkrant, het donateursblad van Hivos (onder de symphatieke leiding van Loe Schout) en ook toen al Vice Versa met Nico Kussendrager als journalistiek verantwoordelijke. Hoewel ze eigenlijk hoofdredacteur waren, was de officiële functie van zowel Bram als Nico die van eindredacteur. Alles wat naar ‘bazigheid’ riekte was toen in de jaren tachtig nog taboe in progressieve kringen. Net zoals directeuren van ontwikkelingsorganisaties ook nog gewoon coördinator of algemeen secretaris heetten.

Bij het tweede stuk dat ik voor de Radikalenkrant schreef, ontstond een conflict. Ik had een interview gedaan met Piet Boef, directeur van de idealistische ASN Bank. Toen ik mijn tekst voorlegde, eiste hij dat het niet geplaatst mocht worden.  Waarom, dat weet ik niet meer. Ik schrok me echter rot en durfde het slechte nieuws aanvankelijk ook niet te vertellen tegen Bram. Hier eindigt dan mijn journalistieke carrière, dacht ik toen nog als naieve jongeling. Uiteindelijk ging ik met hangende pootjes naar Bram toe en vertelde het verhaal. Ik gaf hem de fax van de heer Boef.

Bram keek even naar het papier en schoot toen in de lach. Het enige wat hij zei was: ‘Marc, zeg nu eens eerlijk. Zou jij je spaarcenten toevertrouwen aan een bankdirecteur die Boef heet?’

Begin van politieke loopbaan

Bram werd vervolgens voorzitter van de PPR en dat was het begin van zijn echte politieke loopbaan. Toen de PPR-krant 20 jaar bestond, dook ik in de geschiedenis van het blad en ging op zoek naar de vraag waarom de Radikalenkrant het enige partijblad van Nederland was met journalistieke onafhankelijkheid. Bram speelde in die onafhankelijke koers overigens een belangrijke rol. Ik schreef in mijn stuk: ‘In 1984 treedt Bram van Ojik aan als eindredacteur. Met hem neemt ook de inhoudelijke kritiek toe. Een voorbeeld daarvan is zijn commentaar op de bijdrage van Ria Beckers (de toenmalige fractievoorzitter van de PPR, mb) aan de algemene beschouwingen van 1986. Hij schrijft. “Zo was er in de eerste termijn een onnodig mistige passage van Ria Beckers over het financieringstekort.” En even later: “Pas als de voorstellen van de PPR beter onderbouwd zijn, kunnen PPR-alternatieven een serieuze rol gaan spelen in een parlementair debat.”’

Terwijl Bram voorzitter was van de PPR, bleef hij ook als journalist actief. We schreven ook enkele artikelen samen voor het blad onzeWereld, zoals grote stukken over de geschiedenis van Philips in de Derde Wereld en een stuk over commerciële adviesbureaus binnen de ontwikkelingssamenwerking.

Ontzettend aardig

Toen Bram in 1993 al eens kortstondig Tweede Kamerlid voor GroenLinks was, interviewde ik hem voor GroenLinks magazine. Bram zat toen net drie weken in de Kamer en ik vroeg wat hem zoal was opgevallen. Hij antwoordde toen: ‘In de eerste plaats doet iedereen ontzettend aardig tegen je. Of het nu mensen van de VVD zijn of van de SGP: men heeft respect voor andere opvattingen. Verder valt het me op dat er een enorme neiging is om in details te treden. Voor een nieuw Kamerlid betekent dit dat de discussie na tien minuten niet meer te volgen is. Je moet opeens iets zeggen over het stankbeleid, over de MacSharry-plannen voor veeteelt, de walvisvangst, de recente ontwikkelingen in Suriname, de nieuwe nota recreatiebeleid, inheemse volkeren. Ik word geacht om binnen enkele uren overal een mening over te hebben. Morgenochtend moet ik naar de VPRO voor een radio-interview over kernafval in zoutkoepels en ’s middags moet ik een alternatief verpakkingsconvenant aanbieden aan minister Alders.’

Ik vroeg Bram in datzelfde interview  toen ook naar hoe hij als woordvoerder met de portefeuille ontwikkelingssamenwerking zou omgaan. Het bleek dat ook toen al dezelfde discussies speelden als nu. Bram zei: ‘De sfeer die er rond ontwikkelingssamenwerking hangt is defensief. De houding is dat je blij mag zijn als er nog voldoende budget overblijft om een minimaal beleid te voeren voor ontwikkelingslanden. Vroeger liep Nederland voorop, maar we bezuinigen nu fiks op zuivere hulp, oftewel armoedebestrijding. Pronk (de toenmalige minister voor ontwikkelingssamenwerking) moet voortdurend op z’n hoede zijn voor zijn collega’s in het kabinet die als struikrovers op de loer liggen om hem weer wat af te pakken. Voor een echt inhoudelijk debat over ontwikkelingssamenwerking is niet veel ruimte meer.’

Spektakel moet terug

Maar ook over het algemene politieke plaatje en de rol van GroenLinks in de Kamer had Bram duidelijke opvattingen. ‘GroenLinks moet meer vanuit haar eigen politieke prioriteiten werken en minder achter de Kameragenda aanhollen. Het spektakel moet terug in de Kamer. Ik realiseer me dat het moeilijk is, maar ik wil er wel mijn best voor doen. Dat mensen de volgende dag op straat zeggen: heb je die Van Ojik gehoord? Ik ben het misschien niet met hem eens, maar…..’

Na zijn eerste periode als Kamerlid en een periode als rechterhand van Max van den Berg bij OxfamNovib, ging Bram naar het ministerie van Buitenlandse Zaken waar hij topambtenaar werd. Onder andere als directeur voorlichting van het ministerie onder Jan Pronk, rechterhand en ambassadeur in algemene dienst van minister Herfkens,  ambassadeur in Benin, directeur van de inspectiedienst IOB en directeur van de afdeling DSO waarmee hij verantwoordelijk was voor het reilen en zeilen van de particuliere ontwikkelingsorganisaties in Nederland. En nu is Bram dan terug als fractievoorzitter en politiek leider van GroenLinks

Vreemdgaan in gedachten

Waarom willen Ellen en ik dit eerste exemplaar van ons boek juist aan Bram van Ojik aanbieden?

In 1988 schreef Bram het  boek, Vreemdgaan in gedachte met als ondertitel Pleidooi voor een utopische politiek.  De koppeling tussen de hoofdtitel en de ondertitel begrijp ik overigens tot op de dag van vandaag niet.

Maar de tekst achterop het boek des te beter. Daarop staat:  ‘Hoe kan het ideaal van solidariteit nog vorm krijgen in een tijd van bezuiniging, falend overheidsbeleid en individualisering van de intermenselijke betrekkingen. Al te lang heeft de politieke fantasie in de ijskast gezeten. Er is een politieke cultuur ontstaan die niemand meer stimuleert. Het wordt tijd dat de utopie weer in ere wordt hersteld, zodat de politieke discussie weer serieus gevoerd kan worden.’

Ik denk dat de achterflap van dit boek van Bram goed aansluit met wat Ellen en ik in ons boek over ontwikkelingssamenwerking zeggen. Ons boek is ook een pleidooi om in de geest van de eed van Hippocrates trouw te zweren aan basiswaarden als solidariteit en kwaliteit, in plaats van telkens achter nieuwe hypes met bijbehorende geldstromen aan te rennen. Ons boek is ook een oproep ook aan ontwikkelingsorganisaties om trouw te blijven aan waar je voor staat en vooral dat te blijven doen waar je goed in bent. En om ook een werksfeer te creëren waarin ruimte is voor mensen om met hun deskundigheid ook vooral hun idealen gestalte te geven.

We zijn daarom heel erg vereerd om het eerste exemplaar van ons boek aan Bram aan te bieden, omdat hij voor ons toch wel in Nederland een van de meest prominente personificaties bent van iemand die leeft en werkt in de geest van de Eed van Hippocrates.

Auteur
Siri Lijfering

Datum:
29 november 2013
Categorieën: