Verbindingen vanuit gedeelde waarden leggen

Wie in de bijdrage van IKV/Pax Christi directeur Jan Gruiters de zoekfunctie zet op verbind, verbindt, verbinden, verbinding krijgt nul op rekest, betogen Rina Molenaar en Jan Lock van Woord en Daad.  En dat zit niet in het ontbreken van het woord verbinden alleen. ‘Gruiters heeft zijn bijdrage geschreven vanuit het kritische tegenover de eigenstandige waarde van overheid, markt en maatschappelijk middenveld. Als gevolg daarvan komt hij uit op een toch tamelijk eendimensionale legitimatie van de segmenten ten opzichte van elkaar.’

Door Jan Lock en Rina Molenaar

Het debat rond internationale samenwerking lijkt in een nieuwe fase terechtgekomen te zijn. In zekere zin moet de sector zich opnieuw uitvinden. Dat lukt niet alleen door zich te spiegelen aan het verleden. Het is zich ook verhouden tot een wereld waar ambiguïteit dominant is. Wat is in dat licht de eigenstandige toekomst van de maatschappelijke organisaties en hoe vervullen zij dan op adequate wijze hun rol? Terwijl aan de ene kant er gepleit wordt voor een bedrijfsmatige aanpak waarbij de maatschappelijke organisaties de marktkant opschuiven, is er aan de andere kant een roep om de ideologie die historisch verbonden is met het maatschappelijke middenveld vast te houden en vooral en terug te gaan naar de waarden in de kern.

In het kader van dit debat heeft Jan Gruiters van IKV/Pax Christi een belangwekkende notitie het licht doen zien[1]. In de notitie zitten elementen die in het debat al langere tijd door Gruiters e.a. voor het voetlicht zijn gebracht. De notitie pleit, in het licht van een aantal (historische) trends, voor een zelfbewuste en herijkte legitimatie van het maatschappelijk middenveld in het speelveld dat ze deelt met overheid en markt.

In het kader van het debat over de toekomst van de rol van het maatschappelijk middenveld in internationale samenwerking , zoals hier boven beschreven, is Rina Molenaar namens Woord en Daad bevraagd hoe we vanuit onze organisatie die legitimatie vormgeven. De genoemde notitie en het interview met Rina Molenaar vormen een uitgangspunt voor deze meer opiniërende bijdrage. Verder zoeken we naar antwoorden op de vragen die leven rond marktgerichte benadering en het benadrukken van de waarden.

Een missende schakel?

Met de startzin van dit artikel is al de waardering voor de bijdrage van Gruiters geuit. Maar dat betekent niet dat we niet kritisch zijn. De kritiek zit niet zozeer op wat geschreven is, maar meer op wat ontbreekt.

Wie in het artikel van Gruiters de zoekfunctie zet op verbind, verbindt, verbinden, verbinding krijgt nul op rekest. En dat zit niet in het ontbreken van het woord verbinden alleen. Gruiters heeft zijn bijdrage geschreven vanuit het kritische tegenover en de eigenstandige waarde van overheid, markt en maatschappelijk middenveld. Als gevolg daarvan komt hij uit op een toch tamelijk eendimensionale legitimatie van de segmenten ten opzichte van elkaar.

Het is op zich terecht dat Gruiters pleit voor een scherpe, eigenstandige legitimatie, die het maatschappelijk middenveld naar de anderen toe afbakent om zo verschraling van het segment en verschraling van solidariteit te voorkomen en tegen te gaan. In die benadering zoek je je heil meer in het kritisch tegenover dan in verbindende waarden.

Van grens naar kern

De vraag is of deze benadering in al haar facetten nog standhoudt. Historisch heeft Gruiters een punt. Maar dat is in zekere zin nog dezelfde historische context waarin het denken in zuilen, blokken, instituties en het denken in gesloten sectoren kon groeien en bloeien. Het is het denken in grenzen, die helder en scherp getrokken worden.

Die tijd is volgens ons voorbij. Het huidige tijdsgewricht is juist een tijd van het vervagen en perforeren van grenzen. Dat heeft met veel dingen te maken. Bijvoorbeeld met mobiliteit, met internet, met mobiele telefonie, met het verdwijnen van drempels die toegang tot kennis, informatie en relaties blokkeren. Met het wereldwijd steeds relatiever worden van de nationale staat, de toenemende betekenis en kracht van regio’s. Het heeft ook te maken met het wegvallen van de basis onder oude vertrouwde instituties. De toenemende ambiguïteit in relaties[2]. Die vervaging van grenzen, daagt uit tot terugvallen op de kern. Dat doet Gruiters in zekere zin. Maar omdat hij naar ons inzicht toch nog te veel neigt tot afbakening en dus begrenzing, mist hij daarin net de nodige scherpte en vragen we ons af of dit de juiste benadering is in een netwerksamenleving.

Netwerk

In de netwerkcontext, want daar hebben we het over, valt ieder terug op zijn eigen kern, eigen visie, eigen overtuiging, eigen waarden. En van daaruit zoekt hij naar verbonden partijen en verbindende partijen. Die partijen zullen altijd waarden delen. En dan maakt het niet uit in welk segment de partijen zitten. Dat is sowieso in een netwerk niet van belang. Een netwerk is doeltreffender naarmate het fijnmaziger is en krachtige verbindingen weet te leggen, die vanuit gedeelde waarden (want daar gaat het om!) sterker en effectiever doelstellingen weet te bewerkstelligen. Verbindingen leggen vanuit gedeelde waarden betekent dan met elkaar kijken hoe je de gezamenlijke doelstelling kunt bereiken zonder je zelf of de ander te willen veranderen én door waarde toe te voegen.

Door vanuit de gedeelde waarden, bijvoorbeeld een waarde van solidariteit, partijen met elkaar te verbinden, wordt de vraag of het maatschappelijk middenveld nu wel markgericht moet denken ineens veel minder interessant. Want in een netwerk voegen partijen per definitie altijd waarde aan elkaar toe. Als die toegevoegde waarde er namelijk niet is, doen ze of niet mee of is fusie veel interessanter. In een netwerk zitten partijen die aan elkaar waarde toevoegen. En die waarde is alleen helder, als ieder zijn of haar eigen rol vanuit eigen missie en visie scherp heeft, scherp houdt en scherp operationaliseert.

Dan is het niet zozeer de uitdaging dat het maatschappelijk middenveld zich het marktdenken eigen maakt. Maar wel dat de maatschappelijk organisaties in de markt partijen zoeken en aan zich verbinden die vanuit gelijke waarden maar met andere competenties en expertise hetzelfde zoeken en willen bereiken in een wereld van gebrokenheid, onrecht, ongelijkheid en uitputting.

En dit denken kan heel concreet in de praktijk worden gebracht. Bengaalse vakjongeren bezochten in november 2011 een VMBO school in Zeeland. Tijdens deze vakuitwisselingsweken in Nederland bezochten ze de ondernemers in de omgeving. Vanuit hun ervaringen hier en in Bangladesh spraken ze met PvdA, VVD en SGP Kamerleden over het vakonderwijs in Bangladesh en de bijdrage die de overheid van Nederland zou kunnen leveren. De verbetering van het vakonderwijs in Bangladesh was het gezamenlijke doel. Een gezamenlijk doel waarbij elke partij zijn eigen thema invulling gaf. De ondernemer: het maatschappelijke verantwoord ondernemen, de VMBO school: internationalisering en burgerschap van de VMBO-er, de partnerorganisatie met de Bengaalse jongeren vanuit verbetering van het programma en de overheid vanuit de invulling van het OS beleid.

Als maatschappelijke organisatie ben je op dat moment de verbinder die vanuit de gedeelde waarden de partijen bij elkaar brengt.

We zijn het wel met Gruiters eens dat ieder zijn of haar rol zuiver moet spelen. Maar we proeven in de bijdrage van Gruiters ook dat hij daarin een te smalle legitimatie zoekt.

Meerdimensionale legitimatie

Gruiters probeert in zijn bijdrage legitimatie als herijkend principe voor de positie van het maatschappelijk middenveld te gebruiken. Waarbij het maatschappelijk middenveld vanuit een stevigere eigenwaarde een rol speelt richting de overheid en de markt. Dat is een goede benadering. Alleen lijkt hij daarin uit te komen op een tamelijk eendimensionale aanpak. Of achterban, of partnernetwerk in het zuiden, of de markt.

Gruiters doet namelijk voor de overheid de suggestie met diverse loketten te werken voor de diverse rollen van public service contractors, political change agents en humantarion aid. Gruiters pleit hierbij passende financieringsvormen en verantwoordingssystemen die de overheid in staat stellen om zo tot een prioriteitstelling te komen. Het woord verbinding ontbreekt van alle kanten. Volgens Gruiters is de centrale vraag bij de discussie rond de plaats van het maatschappelijk middenveld: van wie zijn de maatschappelijke organisaties eigenlijk? De bestuurders en professionals, de overheid, de partners in het zuiden, de achterban in Nederland? Maar met het opwerpen van deze vraag wordt er weer vanuit het een dimensionale gedacht. En een maatschappelijke organisatie verplicht een keuze te maken uit een van deze stakeholders.

Wanneer de discussie op die wijze gevoerd gaat worden en we op die wijze gaan zoeken naar de plaats van het maatschappelijk middenveld missen we de kern, namelijk die van verbinding. De kracht van het maatschappelijk middenveld is dat ze juist een centrale rol spelen tussen deze groepen. Dat betekent niet loketten maken maar de muren tussen de loketten afbreken en met elkaar om tafel het gesprek aan gaan. Waarbij het maatschappelijk middenveld de rol als makelaar op zich kan nemen en de partijen met elkaar in contact kan brengen. Dan is het niet de vraag van wie de maatschappelijke organisatie is maar is het de vraag vanuit welke kern de maatschappelijke organisatie spreekt en vanuit deze kern een brede groep vertegenwoordigt vanuit alle stakeholders en vanuit die kernwaarden de groepen en mensen met elkaar verbindt.

Dat vraagt feitelijk om een meerdimensionale legitimatie. Omdat in de netwerkomgeving een speler zich naar meerdere partijen of stakeholders moet kunnen legitimeren. De eendimensionale legitimatie hoort bij de tijd van de blokken, de zuilen, de instituties, de staat. En die tijd is voorbij.

Meertalig

Waar Gruiters terecht mee worstelt, is de vereenzelviging van de verschillende klassieke segmenten overheid, markt en maatschappelijk middenveld. Die vereenzelviging is de dood in de pot. Maar als onze analyse juist is, is er een ander antwoord nodig dan het antwoord dat Gruiters geeft.

Het kerndenken vraagt in een netwerk om verbinden met verschillende actoren. Dat vraagt niet alleen om zicht op de eigenstandige waarde ten opzichte van anderen. Het vraagt ook meertaligheid. Denk nog even aan het voorbeeld van de Bengaalse jongeren. Om de boodschap van een verbetering van vakonderwijs in Bangladesh aan de orde te stellen spreek je een andere taal tegen de VMBO-er dan richting de overheid. En richting de ondernemer spreek je weer op een andere wijze wat je bezig houdt. Dat vraagt lenigheid van de OS sector. Eigen heilige huisjes afbreken en over je eigen grenzen heen kijken. Als OS sector zijn we eentalig en vaak ook eenhandig. Dat vraagt binnen de OS sector een radicale omslag.

De samenwerking van Woord en Daad met de Bengaalse partnerorganisatie die met hun vakschool een inhoudelijke samenwerking zijn aangegaan met de VMBO school in Zeeland is een goed voorbeeld hiervan. Maar we werken ook al een decennium lang intensief samen met ondernemers. In het begin gaf dat aanleiding tot spraakverwarring over en weer. Ieder dacht vanuit eigen hokken en dit gaf emotionele botsingen over en weer t.a.v de juiste analyse van de oorzaken en de aanpak van armoede. Er was ook een gebrek aan luisteren.

Het vraagt van alle partijen en nieuwe vorm van leiderschap om met dat soort conflictueuze situaties om te gaan in en die situaties ook door te gaan. Binnen Woord en Daad zijn we nog steeds een NGO in hart en nieren. Met een luisterend oor naar onze achterban en onze partners. De meer dan 200 ondernemers met wie we samenwerken zijn nog steeds ondernemer. In hart en nieren. Af en toe laaien de emoties in discussies rond ons werk nog steeds hoog op. Maar dat is niet meer omdat we elkaar niet verstaan of omdat we niet luisteren. Maar omdat we het af en toe hartgrondig oneens zijn en dat ook uitspreken. Tot nu toe komen we er altijd uit. Omdat in de kern we met elkaar verbonden zijn en in de kern hetzelfde willen. Maar we het ieder wel op eigen wijze en met toevoeging van waarde aan elkaar doen. En dat ook graag zo laten, want alleen op die manier bereik je synergie. Als op die wijze markt, overheid en maatschappelijk middenveld elkaars plek weten, is er eerder sprake van verdieping dan verschraling van solidariteit. Verschraling treedt alleen op bij vereenzelviging, en dat moeten en mogen we niet laten gebeuren.

Anderstalig

Het is ook zoeken naar een andere taal. Dat kan goed uitgelegd worden aan de hand van het marketingbeeld dat Jan Gruiters hanteert. Dat marketingbeeld ziet de donateur als een flappentap, die alleen op gang komt als je hem of haar weet te verleiden geld over te maken. Het valt niet te ontkennen dat Gruiters hier een punt heeft. Veel van de marketing, juist in de goede doelen sector werkt op die manier. Het is de push methode, waarin de klant target is, niet een medestander. Je bekijkt dan de klant door de bril van de verkooptargets. Daarin speelt de klant zijn rol.

De pull methode gaat veel meer vanuit de inhoud en verbinding en wint vanuit de inhoud medestanders. En vanuit die positie creëer je een gezamenlijke beweging, die zich niet in één sector laat opsluiten. Van ons mag je de pull methode best marketing blijven noemen, maar de taal en de benadering en het effect zijn van een andere orde dan in de push methode. Het vraagt ook een andere manier van denken over resources.

In zekere zin vraagt ook de positie van de overheid om een anderstalige benadering. In zekere zin beweegt de sector zich noch steeds in de steeds benauwdere ruimte, waarin we ooit met elkaar gezwommen zijn. Gruiters constateert terecht dat de relatieve betekenis van de overheid als bron van geld (én als bron van kennis en kunde) sterk is afgenomen, maar de invloed van de overheid op de sector lijkt groter dan ooit. Dat komt omdat we naar elkaar nog steeds de taal van de oude verhoudingen spreken. En elkaar daar op aanspreken. De uitdaging ligt vooral aan de kant van wat we nu nog sector noemen: een opnieuw uitvinden van onze rol en vanuit die rol in nieuwe taal de overheid aanspreken. Verbindingen zoeken. En waar die verbinding niet gemaakt kan worden, de overheid ook links durven laten liggen, omdat we vanuit onze kern anderen vinden die met ons meegaan.

Zelfbewust

We staan met elkaar voor de uitdaging op die zelfbewuste wijze vanuit de kern onze rol te nemen. Zodat markt en overheid weten dat ze iets waardevols kwijt raken als zij zich niet met ons verbinden en onze taal niet leren. En omgekeerd. Beseffen dat vanuit die zelfbewuste rol we ook de taal van de markt en de overheid leren en meertalig en lenig de verschillende talen spreken en toepassen op diverse momenten. Dan hoeven we als organisaties ook niet meer druk te zijn met het oppoetsen van een imago, analyses loslaten op wie we zijn of moeten zijn of te zoeken naar marketing strategieën om ons hoofd boven water te houden. Maar vanuit de inhoud je stakeholders  interesseren voor het werk en het nieuwe denken. Aan de hand van concrete voorbeelden zodat het direct toe te passen is. De partner in het Zuiden, de ondernemer in Nederland, de vrijwilliger die collecteert en de VMBO-er die concreet aan de slag gaat.

We denken dat de crisis in de sector is dat we dat zelfbewustzijn nog niet hebben. Het vraagt in zekere zin dat we onszelf echt opnieuw uitvinden. In de netwerksamenleving. Die in de kern van ons bestaan vraagt om een meerdimensionale legitimatie en een meertalige vertolking van wie we zijn en wat we zinvol betekenen. Voor de ander. Met de ander.

 

Jan Lock, bestuurder Woord en Daad
Rina Molenaar, manager Communicatie en Fondsen Woord en Daad

Met dank aan Riek Lock-Hasselaar, cultureel antropoloog en zelfstandig consultant, voor haar kritische rol in het lezen van dit artikel en het aandragen van de begrippen kern- en grensdenken.



[1]Jan Gruiters, Waardevol Maatschappelijk Middenveld, Utrecht 2011

[2] Zie bijvoorbeeld:
Pieter Couwenberg, de louterende zegeningen van deze crisis. Financieel Dagblad 24 december 2011
Govert Buijs, Afkicken van het  paradijs. Nederlands Dagblad 31`december 2011

Auteur
Rina Molenaar

Datum:
13 januari 2012
Categorieën: