Filosoferen met Ellen: Kant en de fondsenwerver

Ellen Mangnus (27) is ontwikkelingseconome, en heeft een grote fascinatie voor filosofie. Voor Vice Versa legt ze actuele kwesties in de ontwikkelingssector voor aan de knapste koppen uit de wereldgeschiedenis. Met vandaag: Kant en de fondsenwerver.

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in Vice Versa #2.

Tot voor kort hoorde mondiale solidariteit bij de Nederlandse identiteit en kon de ontwikkelingssector altijd rekenen op grote steun uit de Nederlandse samenleving. Steeds meer onderzoeken laten zien dat deze gouden tijden voorbij zijn, zowel de politiek als het publiek wordt steeds kritischer. Onze sector heeft een slecht imago, juist in een tijd dat imago zo belangrijk is voor het werven van ondersteuning en fondsen.

Organisaties werken daarom hard aan de verbetering van hun imago. Velen van hen spannen zich in om laten zien dat ze beantwoorden aan de wensen van de overheid. Ze profileren zich met de populaire thema’s van vandaag, zoals voedselzekerheid, klimaatverandering en de ontwikkeling van de private sector. Er wordt geïnvesteerd in campagnes met hippe spotjes en folders, en wervers op straat vertellen voorbijgangers wat de organisatie op bovengenoemde terreinen doet. Maar de consequentie van het volgen van de trends heeft niet het bedoelde effect, namelijk het werven van achterban.
Integendeel: het publiek lijkt juist in verwarring te raken over het imago van ontwikkelingsorganisaties. Is de gangbare manier van ‘imagebuilding’ wel de sleutel tot het terugwinnen van maatschappelijk en politiek draagvlak? En waarom raakt het publiek de draad kwijt?

Identiteit

Om je imago te versterken moet je als organisatie allereerst goed weten wie je bent en waar je voor staat. Het verbeteren van imago is daarom een zoektocht naar de identiteit van een organisatie. Maar waar moet je eigenlijk naar zoeken als je zoekt naar je identiteit?

Identiteit betekent letterlijk ‘gelijk zijn aan’ of ‘samenvallen met’. Met wat vallen mensen samen? In het boek Dus ik ben leggen Rob Wijnberg en Stine Jensen uit dat een mens allereerst samenvalt met zijn morele principes, de overtuigingen die bepalen hoe we over de wereld denken en hoe we onszelf zien. Door vast te houden aan je morele principes krijg je dus een ‘identiteit’. Iemand met sterke en consequente morele opvattingen wordt als een betrouwbaar persoon gezien, omdat hij zijn handelen niet afhangen van een situatie. Iemand die zich minder vereenzelvigt met zijn principes, wordt vaak bestempeld als zwak en onbetrouwbaar, omdat het niet duidelijk is wie hij is, wat hij vindt en hoe hij zal handelen.

Je identiteit wordt dus bepaald door de mate waarin je samenvalt met je morele principes, en je betrouwbaarheid met de mate waarin je handelingen met deze principes samenvallen. Maar wacht even…wat maakt een principe of een handeling eigenlijk moreel?

Ethiek

Hier kunnen we het gedachtegoed van de Duitse Immanuel Kant gebruiken. Kant leefde van 1724 tot 1804 en was universitair docent in logica, metafysica, wiskunde én: ethiek.

Volgens Kant wordt het morele gehalte van een handeling niet bepaald door de gevolgen van de handeling, maar door de aard van de handeling. Kant gaat er vanuit dat er een algemene wet is voor wat moreel is. Volgens hem hebben simpelweg alle mensen een denkvermogen dat vertelt of een handeling moreel goed of fout is. Kant verwoordde deze innerlijke ‘wet’ voor moraliteit als volgt: ‘Handel zo dat de maxime van je wil altijd tegelijk als principe van algemene wetgeving kan gelden.’ Als alle mensen bijvoorbeeld zouden stelen of moorden, zou er van de wereld niet veel overblijven en zou men op den duur niet eens meer kunnen stelen of moorden. Stelen en moorden voelen we volgens Kant daarom aan als immorele handelingen.

Kants’ strengchristelijke achtergrond beïnvloedde sterk zijn filosofie. In zijn algemene wet voor moraliteit kun je de Gulden Regel herkennen, die zich behalve in het Christendom overigens in bijna alle godsdiensten en culturen wel in een bepaalde vorm voordoet: ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.’

Tip voor de fondsenwerver

Morele principes hebben niets te maken met toevallige verlangens, belangen of behoeften, want die zijn te veranderlijk om een basis te vormen voor algemeen geldende overtuigingen. Mensen ondersteunen een organisatie als ze die betrouwbaar vinden, dus als deze stabiele morele principes laat zien. Van ontwikkelingsorganisaties wordt bij uitstek verwacht dat zij vertolkers en uitvoerders van morele principes zijn. Als deze organisaties meegaan met trends om overheidssubsidie en achterban te bemachtigen, verwart dat het publiek, omdat dit ze juist de indruk geeft dat ze niet standvastig zijn en dus geen heldere morele principes hebben. Kant zou stellen: ‘Organisaties die niet handelen op basis van morele principes, maar beslissingen laten afhangen van de mogelijke gevolgen, hebben weinig identiteit.’

Fondsenwervers, opgelet: het uitdragen van principes is belangrijker voor een sterk imago dan het beantwoorden aan trends. Uw huidige strategieën raken Kant nog wal.

Auteur
Ellen Mangnus

Datum:
16 augustus 2011