Vrijdagmiddagborrel: Tussen hoop en wanhoop

Iedere vrijdagmiddag bespreekt hoofdredacteur Marc Broere actuele ontwikkelingen in de sector. Vandaag bericht hij vanuit El Salvador.

Zomaar een maandagochtend in een kliniekje in de wijk Mexicanos in San Salvador, de hoofdstad van El Salvador. We zijn met filmopnames bezig voor Al Jazeera om in het kader van hun documentairereeks Witness een portret te maken van Antonio Lopez-Tercero, beter bekend als Padre Tonjo. Over hem heb ik al eerder geschreven in deze vrijdagmiddagborrel en de bevlogen Spaanse priester siert ook de cover van de laatste Vice Versa. In een interview met ons blad vertelt hij over zijn drijfveren en over zijn ontwikkelingswerk op het scherpst van de snede. El Salvador behoort volgens statistieken van de VN tot de meest gewelddadige landen ter wereld. Tienduizenden jongeren, vooral uit de arme wijken, zijn lid van de mara’s (jeugdbendes) en de geweldsspiraal ontwricht het land.

Maar padre Tonjo laat een ander geluid horen. Hij is naast priester ook directeur van Servicio Social Pasionista, een aan de kerk gelieerde ngo met negentig sociaal werkers, artsen, psychologen, en pastoraal werkers in dienst. Tonjo  ziet de bendeleden niet alleen als daders, maar vooral als slachtoffer van sociale uitsluiting. De afgelopen dagen hebben we tijdens het filmen kunnen zien dat hij een baken van hoop is voor familieleden uit de gemarginaliseerde wijken van de stad en voor jongeren die uit de bendes willen stappen. Zij krijgen een plek in de sociale projecten van de kerkgemeenschap en doorlopen een rehabilitatieproces.

Onthoofd

Vanochtend willen we een jongere filmen die zijn tatoeages (als bewijs van lidmaatschap van de mara’s) laat verwijderen in het kliniekje. De jongen is wat aan de late kant. Terwijl we wachten moet ik denken aan de dag van gisteren die heftig was. We waren in een gevaarlijke wijk bij een moeder die twee kinderen verloren had aan het geweld. Haar zoon van 12 werd onthoofd teruggevonden en haar dochter, die een paar jaar ouder was, kreeg ze in vier stukken gehakt terug. Waarschijnlijk werden ze door de bende gebruikt om het geld van afpersingen te innen bij buschauffeurs, maar hadden ze -door armoede genoodzaakt- een keer het geld zelf gehouden. En daarvoor word je hard gestraft. De enige hoop die de moeder had was padre Tonjo die haar als priester psychologisch ondersteunde om met dit verdriet om te gaan.

Omdat het zondag was, volgden we de priester ook tijdens twee Missen waarin hij voor moest gaan. De ochtendmis was in de crypte van de grote kathedraal van San Salvador waar Oscar Romero begraven ligt, de aartsbisschop die in 1980 vermoord werd omdat hij preekte tegen de schendingen van mensenrechten in het land. Geheel in stijl van Romero hield padre Tonjo een indrukwekkende dienst en preekte hij voor sociale gerechtigheid. Hij viel de rijken in het land hard aan.

’s Avonds preekte hij in zijn eigen parochie in Mexicanos. De teneur van zijn preek was dat het al drie weken na Pasen was, maar dat El Salvador het stadium van Goede Vrijdag nog steeds niet voorbij was. Het land is blijven steken in het lijden en van een wederopstanding is nog geen sprake. Maar Tonjo sprak ook woorden van hoop en troost en tijdens het avondmaal brak hij het brood en vertelde zijn gemeente dat dit de essentie van het leven was: het gaat om het delen van het brood.

Safe house

Terwijl we moeten wachten in de kliniek, komt er een man naast me zitten die net een recept bij de apotheek heeft afgegeven. Ik raak met hem aan de praat. De man vertelt dat hij zich nergens veilig meer voelt en eigenlijk wacht op het moment dat de mara’s hem vinden en hij wordt doodgeschoten.

Zijn jongste zoon is uit de bende gestapt en informant van de politie geworden. Terwijl de zoon veilig in een safe house van de politie zit, worden zijn ouders bijna dagelijks gebeld met doodsbedreigingen. Hoewel hij door de politie naar een andere wijk is verhuisd, is de man doodsbang. In deze wijk is dezelfde bende actief en bovendien is de bende erin geslaagd om ook zijn nieuwe telefoonnummer te achterhalen. Het is onvermijdelijk dat hij een keer wordt gevonden.

Iedere dag heeft de man het gevoel dat het zijn laatste kan zijn. Vooral het gevoel om 24 uur per dag met angst te leven, begint de man en zijn vrouw op te breken. Emotioneel vertelt hij over het moment dat hij erachter kwam dat zijn zoon en een aantal klasgenootjes waren opgenomen in de bende en wat dit als vader met hem deed. Hij wilde zijn zoon meteen naar een andere school laten overplaatsen, maar zijn zoon zei: ‘Papa, het is te laat. Ik kan er niet meer uit.’ De man schudt zijn hoofd en zegt: ‘Dat moment heeft ons leven voor altijd veranderd.’

Zijn zoon is er echter toch uitgestapt en heeft de politie informatie over de mara’s verschaft. Daarom wordt er nu jacht op zijn ouders gemaakt. Het is alleen nog een kwestie van gevonden worden. De bende is genadeloos.

Als de man zijn medicijnen heeft gekregen, nemen we afscheid en gaat hij weer naar buiten. Een onzekere tocht naar huis.

Verdwaalde kogel

Een paar minuten later komt een jonge levenslustige moeder binnen met twee kleine kinderen. Ze omhelst padre Tonjo en er worden grapjes gemaakt. Ze stelt zich aan ons voor als Sarah en haar jongste dochtertje Alicia, die ze in haar armen vasthoudt en op haar schoot zit, begint meteen te zwaaien en te lachen naar ons. En dan opeens vertelt Sarah dat haar jongste dochter van 3 verlamd is, omdat ze geraakt is door een verdwaalde kogel. Alicia liep even buiten op straat toen een jongen achtervolgd werd door een paar mara’s. De jongen werd dodelijk geraakt door een kogel en viel over het meisje heen. Maar de kogel was ook bij Alicia in de nek naar binnen gedrongen en blijven steken in de ruggengraat.

Sarah en Alicia moeten nu regelmatig in het kliniekje komen voor controle van haar ademhaling. Een simpele longontsteking zou  meteen fataal kunnen zijn. Alicia heeft problemen met haar longen, darmen, blaas en ruggengraat. Haar moeder haalt een voor een alle medicijnen uit de tas die  haar dochtertje dagelijks moet gebruiken. Het gaat om tien verschillende medicijnen per dag.

Het wordt me even te machtig als de moeder een grote kogel in een plastic zakje tevoorschijn haalt.  Dit was de kogel die Alicia geraakt heeft. Het idee van deze kogel in het kleine lijfje van haar driejarige dochter doet me letterlijk even duizelen en padre Tonjo gebaart dat ik even moet gaan zitten.

De priester heeft Sarah nu een huis uit een van de projecten gegeven op vijf minuten van de kliniek zodat ze makkelijk voor medische bijstand kan komen. Ook wordt ze begeleid door een psycholoog uit de projecten, heeft ze een microkrediet gekregen voor een eigen winkeltje en is voor een rolstoel voor Alicia gezorgd.

Leven draaglijker maken

En zo heeft iedereen die op een gewone maandagochtend in de kliniek komt zijn of haar eigen verhaal. Een klein kliniekje aan de rand van een sloppenwijk in een van de gevaarlijkste steden ter wereld: het is werk dat in de miljarden die omgaan in de wereldwijde ontwikkelingssamenwerking niet opvalt. Veertien doktoren en verplegers doen er hier alles aan om levens van mensen te redden of in ieder geval iets draaglijker te maken.

Lange tijd werden de projecten van padre Tonjo ondersteund door Cordaid. Maar door de bezuinigingen is dit een van de projecten die zal verdwijnen. En dat vind ik eigenlijk doodzonde. Gelukkig was Cordaid verantwoordelijk voor maar drie procent van het jaarbudget van in totaal ruim een miljoen dollar, maar toch.

Bitter

Ook maken dit soort dagen me bitter richting Nederland. De meerderheid van de Nederlandse  bevolking, en dus ook de politiek, heeft tegenwoordig andere prioriteiten dan nog een beetje solidair zijn met mensen in de wereld die onder erbarmelijke omstandigheden moeten zien te overleven.

En de hulp die we nog geven moet vooral in ons eigenbelang zijn. Voor het Nederlandse bedrijfsleven is er inderdaad weinig te halen in een door bendes geteisterde sloppenwijk van San Salvador. Of het zou voor een Nederlandse wapenhandelaar moeten zijn, als die tenminste bestaat.

Als we overigens over een geopolitiek eigenbelang spreken, zou steun aan Midden-Amerika wel degelijk zeer nuttig besteed ontwikkelingsgeld zijn. Want ook Nederland heeft geen belang bij een regio die in toenemende mate in het teken staat van drugsoorlogen en geweld. Maar zo diep gaat de (politieke) discussie in Nederland niet als het over ontwikkelingssamenwerking gaat. De politiek praat liever over incidenten en de ontwikkelingssector is vooral bezig met haar eigenbelang, namelijk hoe de bezuinigingen op MFS op te vangen.

Ook als journalist hou ik mezelf een kritische spiegel voor op deze maandag. Vaak richten in ontwikkelingssamenwerking gespecialiseerde journalisten, waar ik mezelf onder schaar, zich op de mensen of organisaties die hulp verlenen of lokale leiders van ngo’s. Die hebben vaak goede verhalen, maar een uurtje luisteren naar de mensen die op een gewone maandagochtend naar een kliniek komen en voor wie hulp echt daadwerkelijk een verschil maakt in hun leven en voor een klein fonkeltje hoop zorgt, is eigenlijk veel beter. Ik ga in ieder geval eens vaker een ochtendje bij een willekeurig ontwikkelingsproject zitten om gewoon te luisteren en zie dan wel wat er langskomt.

 

Auteur
Marc Broere

Datum:
13 mei 2011