Beleid op afstand vereist controle dichtbij

BLOG – In reactie op een artikel dat deze week verscheen in NRC over fraude met Nederlands ontwikkelingsgeld voor schoon drinkwater in Benin, schrijft Stef Smits van IRC dat teruggaan naar projecthulp desondanks geen optie is. We moeten juist investeren in de lokale overheid en maatschappelijke organisaties, aldus Smits.

In het artikel ‘Goede bedoelingen in Benin’ suggereert NRC-journalist Merijn Rengers dat het Nederlandse ‘beleid op afstand’ ook haar achilleshiel is, zoals naar voren kwam bij het ‘watergate’ corruptieschandaal in Benin. De oplossing voor dit soort corruptieproblemen ligt echter in het beschermen van de hiel, niet in het terugkeren naar projecthulp. 

De Parijs Declaratie over Effectiviteit van Hulp is een internationale afspraak tussen donorlanden om meer afstand te nemen van de projecten die ze financieren, en meer zeggenschap over de hulp te geven aan de ontvangende landen. Dit is een antwoord op de problemen van projecthulp, waarbij donoren geld verdeelden over vele projectjes, die vaak Trojaanse paard bleken: prachtige pompen, maar die veel energie slurpten, en gauw in verval raakten.

Daarnaast werd in de Parijs Declaratie ook het afleggen van rekenschap over de hulp opgenomen als leidend principe. Helaas wordt dat vaak verstaan als rekenschap tussen ontvangende overheid en donor. En dan krijg je situaties als in Benin. Pas als het te laat is, kan de accountant van de donor zien dat geld misbruikt is, en dat de bevolking geen druppel water krijgt.

Daarom is het afleggen van rekenschap en controle dichtbij, op lokaal niveau, ook nodig: dorpelingen die de waterkwaliteit meten, raadsleden die controleren of het gemeentelijk waterbudget goed besteed wordt, en burgermeesters die bij een ministerie aan de bel trekken als de beloofde gelden niet op tijd ontvangen worden. In onze ervaring zijn er in de drinkwatersector vele positieve ervaringen met dergelijke vormen van controle en rekenschap afleggen. Maatschappelijke organisaties en lokale overheden spelen daarbij de belangrijke watchdog rol, een rol die minister Ploumen ook erkent in haar ‘samenspraak en tegenspraak’ notitie. Dit gebeurt niet vanzelf. Maatschappelijke organisaties hebben ondersteuning nodig om complexe budgetten te lezen en gemeentes ontbeert het vaak aan middelen om te monitoren of watervoorzieningen aan de standaard voldoen.

De Beninzaak is geen geïsoleerd geval van corruptie. De drinkwatersector, met haar grote infrastructuur investeringen, is gevoelig voor corruptie: geschat wordt dat hierdoor tussen de 10 en 30 procent van gelden verloren gaat. Lokale controle is daarom juist in deze sector van belang. Minister Ploumen zou er dan ook goed aan doen om ten minste 25 procent van haar budget voor waterprogramma’s te besteden aan het ondersteunen van maatschappelijke organisaties in hun watchdog rol. Op die manier kan ze zowel Trojaanse paarden als achilleshielen vermijden.

Stef Smits is Senior Programme Officer bij IRC.

 

Auteur
Stef Smits

Datum:
18 december 2015
Categorieën: