OESO-plan tegen belastingontwijking laat ontwikkelingslanden in de kou staan

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) heeft afgelopen maandag haar actieplan om mondiale belastingontwijking aan te pakken gepresenteerd, genaamd Base Erosion and Profit Shifting ofwel BEPS. Het is het eindresultaat van een toezegging gedaan door de G8 tijdens haar vergadering in 2013 in Ierland. Een plan dat door de staatssecretaris van Financiën, Eric Wiebes, erg positief is ontvangen en door de OESO als een krachtige oplossing wordt gepresenteerd. Maar is er wel genoeg reden tot juichen? Gijs Verbraak, Senior Policy Advisor Tax van ActionAid Nederland, plaatst een aantal kanttekeningen.

Ontwikkelingslanden worden enorm getroffen door belastingontwijking door multinationals. Deze landen zijn nog bovengemiddeld afhankelijk van vennootschapsbelasting van multinationals om basisvoorzieningen voor hun burgers te bekostigen.

Maar volgens medewerkers van het IMF lopen ontwikkelingslanden jaarlijks bijna  ongeveer 180 miljard  euro mis door belastingontwijking[1]. Uit recente cijfers van de United Nations Conference on Trade and Development (UNCTAD) blijkt dat het bedrag dat ontweken wordt bijna gelijk is aan de helft van de vennootschapsbelastingen die wel geïnt worden[2].  Hoewel dit al een schrikbarend bedrag is, zijn hierin de effecten van belastingkortingen aan multinationals en lagere bronbelastingen zoals vastgelegd in belastingverdragen nog niet eens meegenomen.

Ontwikkelingslanden buitengesloten tijdens BEPS-proces

Het is dus duidelijk dat ontwikkelingslanden veel te winnen hebben bij een krachtige aanpak van belastingontwijking door multinationals. Laat het BEPS-proces nou juist deze landen en hun behoeftes grotendeels genegeerd hebben in het vaststellen van het probleem en de oplossingen. Een groep van meer dan 100 landen is nooit betrokken geweest bij dit proces en waar er wel betrokkenheid was hadden ze geen gelijkwaardige stem.

Het komt dan ook niet als een verrassing dat het BEPS-project heeft geleid tot oplossingen die voor ontwikkelingslanden in hun strijd tegen belastingontwijking beperkt bruikbaar zijn. Zo zal het ontwikkelingslanden niet in staat stellen om de belastingontwijking, die op industriële schaal plaatsvindt, een halt toe te roepen of om tot een eerlijkere verdeling van de belastingrechten tussen OESO en ontwikkelingslanden te komen. Daarnaast zijn aangedragen relevante maatregelen erg complex. Dit maakt het voor ontwikkelingslanden lastig te implementeren, omdat zij doorgaans een belastingdienst hebben met weinig capaciteit en beperkte ervaring.

Geen transparantie

Ook zorgt de nieuwe aanpak niet voor meer transparantie, wat juist hard nodig is om het probleem van belastingontwijking echt aan te pakken, gezien de vaak zeer complexe constructies en dochterondernemingen waarvan gebruik wordt gemaakt. Het BEPS-plan introduceert weliswaar wereldwijde rapportage over waar bedrijven belasting betalen (zogenaamde country-by-country reporting), maar deze cruciale informatie zal vertrouwelijk blijven. Daarnaast is het ook de vraag of alle ontwikkelingslanden vanwege de specifieke  formele mechanismen die  hiervoor gebruikt gaan worden wel toegang kunnen krijgen tot deze voor hen broodnodige informatie.

BEPS staat echte oplossingen voor belastingontwijking in de weg

Bij de start van het OESO-proces is beloofd dat het ook een krachtig middel zou bieden om de belastingontwijking door multinationals in ontwikkelingslanden aan te pakken. Helaas is deze belofte niet alleen verbroken door de OESO-landen, ze staan ook nog eens een adequaat vervolgtraject in de weg. Tegen de wens van ontwikkelingslanden en NGO’s in, verzetten leden van de OESO zich met succes tijdens de Finance for Development (FfD) top afgelopen juli  tégen de instelling van een globaal en democratisch overlegorgaan binnen de Verenigde Naties om belastingontwijking gezamenlijk mondiaal aan te pakken.

En nu?

Moeten ontwikkelingslanden landen nu echt unilateraal en bilateraal actie ondernemen tegen  weeffouten in belastingsystemen die alleen multilateraal aangepakt kunnen worden? Gaan de ontwikkelingslanden in een OESO-vervolgproces meedraaien? Of draaien de OESO-landen bij en erkennen ze niet alleen de beperkte reikwijdte van het BEPS-proces, maar ook het beperkte mandaat van de OESO en daarmee de noodzaak voor een mondiaal democratisch proces om belastingontwijking echt een halt toe te roepen? We hopen dat laatste, dan hebben de ontwikkelingslanden ook een reden om te juichen.


[1]    

[2]     UNCTAD. World Investment Report 2015. June 2015, Estimates of CIT paid and avoided on p.185 and p. 200 respectively. See

Auteur
Gijs Verbraak

Datum:
08 oktober 2015
Categorieën: