Eerste verjaardag DGGF: de hete hangijzers

DGGF: One Year Anniversary, zo luidt de titel van het seminar dat aanstaande woensdag zal plaatsvinden,  georganiseerd door het ministerie van Buitenlandse Zaken. De eerste verjaardag van het unieke, revolverende honderdenmiljoenenfonds – in een eerder artikel op Vice Versa bestempeld als hét paradepaardje van Ploumen. Aanleiding voor Eddie Krooneman, politiek adviseur van Woord en Daad, om in aanloop naar het seminar alvast wat hete hangijzers aan te wijzen en een aantal vragen op te werpen waar men woensdag niet omheen kan.

Het Dutch Good Growth Fund (DGGF) werd zelfs in het regeerakkoord van Kabinet Rutte-II genoemd. Temidden van alle zinnen over bezuinigingen en afbraak van ontwikkelingssamenwerking, was dit het enige positieve voornemen. Eén van de spannendste vragen rondom het ontwikkelingsbeleid van Ploumen, is dus toch wel de vraag hoe het nu eigenlijk écht zit met de uitrol van het fonds. Ploumen zit deze zomer op de helft van haar ambtstermijn, dus het wordt ook wel tijd om resultaten van het DGGF te zien.

Brokjes informatie

De voornemens wat betreft doelstelling, invulling en beheer van het fonds zijn ons genoegzaam bekend. Op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland vindt de Nederlandse ondernemer die naar één van de 68 DGGF-landen wil exporteren of daar wil investeren, de nodige informatie en contactgegevens. Ook is er informatie te vinden voor investeringsfondsen die gebruik willen maken van het DGGF.

Interessant is het overzicht van de voorgenomen en aangenomen transacties. Beknopte informatie over partijen die gebruik maken van het DGGF, en de bedragen die met de overeenkomsten gemoeid zijn, licht een tipje van de sluier op als het gaat om de stand van zaken rond het fonds. De echte speurneus vindt dus hier en daar wel een brokje informatie, en wie in contact staat met geïnteresseerde impact investeerders of ondernemers, vangt ook op die manier wel af en toe wat geluiden op. Maar opvallend genoeg is het van systematische verantwoording middels een brief richting de Kamer tot op heden nog niet gekomen. Gelukkig slaapt de Kamer niet, getuige dit recente verzoek van de Kamer aan Ploumen. Overigens was het VVD Kamerlid Teeven die om een update vroeg, en niet één van de criticasters van den beginne waar je het van zou verwachten.

Ambitieuze doelstellingen

Ook al is hier en daar wel wat informatie te vinden, toch zou het buitengewoon interessant zijn om zo langzamerhand wat meer systematisch inzicht te hebben in de voortgang van het fonds. Lukt het om de beoogde resultaten te behalen? Wat zijn de belangrijkste successen en bottlenecks op elk van de drie sporen? Het DGGF bevat namelijk een interessante combinatie van doelstellingen. Zo moet het fonds een diverse doelgroep bedienen: exporteurs, investeerders en investeringsfondsen (elke doelgroep heeft uiteraard zo zijn eigen aardigheden). Daarnaast dient het fonds revolverend te zijn: de uitgezette middelen moeten dus weer worden terugbetaald, eventueel met rente of door betaling van een rendement. Maar misschien wel de lastigste doelstelling van het DGGF is dat het expliciet de zogenaamde ‘missing middle’ moet bedienen. Het fonds moet additioneel zijn aan wat commerciële partijen reeds doen.

Het missing middle bereiken

In de Kamerbrief ‘Ondernemen voor ontwikkeling: investeren in duurzame en inclusieve groei’ verwoordt de minister het als volgt: “Het gebrek aan financieringsmogelijkheden in lage- en middeninkomenslanden vormt een rem op de groei van kleine en middelgrote ondernemingen. Volgens schattingen van de Wereldbank zijn er wereldwijd 40 miljoen ondernemers in lage- en middeninkomenslanden met een gezamenlijk financieringstekort van meer dan 800 miljard dollar. Lokale ondernemers kloppen vaak tevergeefs aan bij banken in hun eigen land.” Het DGGF wil eraan bijdragen om hieraan een eind te maken.

Met name op het vlak van het bereiken van deze missing middle ligt dan ook de additionaliteit van het fonds. Het is expliciet níet de bedoeling dat het fonds simpelweg €700 miljoen extra is, wat anders de Development Finance Institutions en impact gerichte commerciële partijen hadden kunnen doen. In dit kader is het saillant te vernemen dat diverse aanvragen die perfect binnen het kader en de doelstelling van het DGGF passen, zijn afgewezen vanwege een te laag verwacht rendement.

Een veelgehoorde uitspraak in de hele wereld van impact investeerders is dat er wel voldoende geld is, maar te weinig goede projecten om te financieren. Dat leidt ertoe dat er in sommige gevallen concurrentie is tussen impact financiers: de ene biedt zijn geld nog goedkoper aan dan de andere. Ook vanuit dit oogpunt is het belangrijk dat het DGGF additioneel is. Laat het fonds zich richten op de hoog risicovolle, lastig te financieren segmenten van de markt. Daarmee heeft  ze duidelijke toegevoegde waarde en zit ze andere partijen niet in de weg.

De degens kruisen

Bij het seminar zullen experts met diverse achtergronden aanwezig zijn: de fondsbeheerders, impact investeerders, exporteurs, ambtenaren, financiële instellingen, kennisinstellingen. Het zou dan ook goed zijn als de deelnemers de degens met elkaar zouden kruisen over de belangrijkste hete hangijzers. Om er een aantal te noemen:

–        Het bereiken van het missing middle. Profiteren inderdaad die MKB bedrijven in ontwikkelingslanden die bedragen tot €500.000 nodig hebben, en die veelal te risicovol zijn voor commerciële partijen? Kortom, wil het DGGF werkelijk zijn nek uit steken en impact investeerders die de onderkant van het missing middle willen bedienen helpen het risico te dragen en het intensieve en het kostbare traject dat daarbij komt kijken meefinancieren?

–        Wat kan er gezegd worden van de ontwikkelingsrelevantie van de toegekende aanvragen? Welke indicatoren gebruikt RVO om na te gaan of de impact investeringen daadwerkelijk aan lokale economische ontwikkeling bijdragen?

–        Aanvragen zijn afgewezen vanwege te laat verwacht rendement. Een belangrijke vraag bij het DGGF is welke criteria de boventoon voeren in de investeringsafwegingen: impact voor MKB ondernemers en hun omgeving, of rendement. Is de (politieke) druk om van het DGGF daadwerkelijk een revolverend fonds te maken dusdanig groot dat men automatisch aan de veilige kant gaat zitten? Veilig- bij uitstek een woord dat op gespannen voet staat met het doel van het bereiken van het missing middle. Zou ontwikkelingsimpact niet juist dé leidende factor moeten zijn in de beoordeling?

–        Samenwerking met lokale banken in spoor twee. Draagt het DGGF inderdaad bij aan de versterking van de lokale financiële sector? In dit kader is het tekenend dat een van de medewerkers van Buitenlandse Zaken, belast met het DGGF, recent op Twitter aangaf dat versterking van de lokale financiële sector wel een intentie is, maar nog niet gerealiseerd: “Ik verwacht wel dat we voor de zomer ook met lokale banken wat gedaan hebben.”

–        Animo voor elk van de drie sporen bij Nederlandse en Zuidelijke ondernemers. Lukt het om de begrote bedragen op een zinvolle manier weg te zetten? Of is er sprake van onderbesteding, een gerucht dat de ronde doet? En is het daarom relatief eenvoudig om uit het fonds te snoepen, zoals de Minister ook zelf doet met €50 miljoen voor het creëren van kansen voor Afrikaanse jongeren om te voorkomen dat ze migreren?

–        Zo’n 10% van het totale budget kan aangewend worden voor technische assistentie. Deze assistentie moet eraan bijdragen dat de voorwaarden op de terreinen van onder meer revolverendheid, ontwikkelingsrelevantie en maatschappelijk verantwoord ondernemen kunnen worden vervuld. Dat biedt kansen. De vraag is hoe deze technische assistentie in de praktijk gecombineerd wordt met de toegekende aanvragen. Tijdens een recent vragenuurtje antwoordde minister Kamp richting D66 Kamerlid Sjoerdsma: “We helpen jonge ondernemers in het gebied bij de financiering, maar ook bij het opstellen van businessplannen, bij de logistiek en bij het vinden van een afzetmarkt.” Zien we hier inderdaad iets van terug?

–        Voldoen aan MVO standaarden. Hoe zijn in elk van de drie sporen de aanvragen getoetst op de tien MVO aandachtspunten uit het kader? En hoe wordt naleving van de MVO normen, na toekenning van de financiering, in de praktijk gecontroleerd?

–        De bedoeling was om het fonds niet te laten concurreren met andere fondsen; het moest additioneel zijn aan de markt. Begint dit al zichtbaar te worden?

Hete aardappel

Woord en Daad hoopt, net als ieder ander, dat het DGGF inderdaad een succes wordt. Met het oog op zowel de kansen voor ondernemers in ontwikkelingslanden, als de kansen voor Nederlandse ondernemers die in het zuiden willen investeren of daar hun product kwijt willen op een manier die bijdraagt aan lokale economische ontwikkeling. Het DGGF heeft de potentie om bij te dragen aan inclusieve en duurzame ontwikkeling. Maar dan moeten we continu oog hebben voor en met elkaar in gesprek blijven over de bovengenoemde zaken. Op bijna elk van deze aspecten zal het DGGF ook geëvalueerd worden. We kunnen er niet omheen. Laat het daarom vooral hete hangijzers zijn, en niet de spreekwoordelijke hete aardappel.

Foto: World Bank Photo Collection

Auteur
Eddie Krooneman

Datum:
29 juni 2015
Categorieën: