‘Staar je niet blind op tijdelijk onderdak’: zes vragen over de aardbeving in Nepal

Op meer dan 5000 doden en 8300 gewonden staat de teller nu, na de aardbeving die Nepal afgelopen zaterdag 25 april met een kracht van 7,8 op de schaal van Richter trof. Het epicentrum lag ten noordoosten van de hoofdstad Kathmandu, maar de schok werd tot in Bangladesh, Noord-India, Tibet en Pakistan gevoeld. Nu de noodhulp op gang komt, wordt duidelijk hoe groot de schade is. Was Nepal hierop voorbereid, hoe komt de hulp op gang en wat zijn de lessen die we uit eerdere aardbevingen kunnen trekken? Een ontleding van de ramp in zes delen. ‘Het is de vraag of dit echt de grote aardbeving was, of slechts aan waarschuwingssignaal voor een nog grotere.’ 

Konden we dit verwachten?

‘Natuurlijk hadden we dit kunnen voorzien!’, roept Lex Kassenberg uit in blokkerig beeld over Skype uit. Kassenberg is de landendirecteur van CARE in Nepal en woont sinds vijf jaar met zijn Nepalese vrouw in Kathmandu. ‘Toen ik hier vijf jaar geleden aankwam, waren er continu discussies over hoe we ons kunnen voorbereiden op natuurrampen. Iedereen wist dat dit kon gebeuren.’ Op basis van seismische gegevens van aardbevingen is namelijk berekend dat iedere tachtig jaar een grote aardbeving het land treft. De laatste grote, met een kracht van 8,3 op de schaal van Richter vond plaats in 1934, inmiddels eenentachtig jaar geleden.

De aardbevingen zijn zo frequent omdat Nepal op de grens van twee tektonische platen ligt, die per eeuw twee meter naar elkaar toe bewegen. De Himalaya is het resultaat van die beweging, omdat de Indiase plaat daar de Euraziatische plaat omhoog duwt. De spanning die daarbij opgebouwd wordt, kan alleen loskomen bij een aardbeving: eens in de tachtig jaar dus. Volgens de Washington Post was het zaterdag zover, en verschoof een stuk aarde van 120 bij 60 kilometer zo’n drie meter in 30 seconden tijd – met daar bovenop de hoofdstad Kathmandu en haar inwoners.

Als ze het al wisten, waarom is het resultaat dan zo desastreus?

Op de videobeelden die Kishnor Rana van Kathmandu maakte met zijn drone, wordt iets duidelijk van de verwoesting van de aardbeving. In de hoofdstad zijn grote delen van huizen ingestort, net als tempels en historische gebouwen. De teller staat al op 5000 doden en meer dan 8000 gewonden. Minister president Sushil Koirala heeft zijn vrees al uitgesproken dat dit aantal zelfs tot 10.000 op kan lopen. Hoe is het mogelijk dat een aardbeving die al verwacht wordt, toch zo’n desastreus resultaat heeft?

Het Asian Disaster Reduction Center wijdde in september 2014 nog een rapport aan de stand van zaken van rampenpreventie in Nepal. Het beeld dat geschetst wordt, is weinig hoopgevend. Vanwege de geografische ligging is Nepal van nature al kwetsbaar voor natuurrampen, maar de afgelopen dertig jaar is de frequentie van de rampen steeds hoger geworden. Voornaamste redenen zijn ongecontroleerde ontwikkeling en menselijk gedrag. Nu zijn aardbevingen uiteraard niet te voorkomen, maar veel van de bijkomende schade wordt veroorzaakt door mensen: ontbossing, snelle bevolkingsgroei, ongecontroleerde stadsontwikkeling, slechte infrastructuur en bovenal slechte woningbouw.

‘Nepal is een arm land, en een stukje grond kopen is ontzettend duur,’ legt landendirecteur Kassenberg vanuit Kathmandu uit. ‘Wat je dus vaak ziet is dat mensen een klein stukje land hebben, en dan verticaal omhoog bouwen. Huizen die gemaakt zijn voor twee verdiepingen worden soms uitgebouwd tot wel vijf verdiepingen hoog. Dat blijft natuurlijk niet staan bij een aardbeving.’

Daar komt bij dat juist de geografische ligging er ook voor zorgt dat hulp lang op zich laat wachten, zegt wetenschapper Tina Harris van de universiteit van Amsterdam, die onderzoek deed in Nepal. ‘Alle media-aandacht gaat nu uit naar de schade in Kathmandu, die natuurlijk verschrikkelijk is, maar de echte schade is vooral in de rurale gebieden. Het zijn afgelegen gebieden die moeilijk te bereiken zijn. Door de aardverschuivingen is het nu extra lastig om hulpgoederen te leveren.’

Vorig jaar was Maite Vermeulen van de Correspondent in Nepal om te kijken hoe de mensen zich voorbereiden op een aardbeving. Haar stukken geven nu een goed inzicht waarom de gevolgen van de aardbeving dan toch zo desastreus zijn: veel maatregelen blijken namelijk weinig effectief.

Wat doet Nepal aan het voorkomen van schade bij aardbevingen?

Bij aardbevingen en andere rampen valt de Nepalese overheid terug op de Natural Calamity Relief Act uit 1982, die zich vooral richt op hulp- en reddingsacties. Rampenmanagement, en de voorbereiding op rampen, zijn niet in de wet opgenomen. Volgens een artikel van IRIN was er in 2008 nieuwe wetgeving in de maak, maar is die vanwege politieke instabiliteit nog niet behandeld in het parlement, ‘laat staan dat het omgezet is in wetgeving.’ Wel heeft de overheid in 2005 rampenpreventie tot prioriteit gemaakt, wat in 2009 leidde tot een nationale strategie bij rampen. Ook werd er een National Emergency Operation Center opgericht, met verschillende regionale noodhulpcentra.

Hoe effectief zijn de wetten van de Nepalese overheid in deze noodsituatie? Daarvoor is het nog te vroeg om over te oordelen, meent Kassenberg. ‘Ik moet nog kijken hoe actief de overheid aan de slag gaat. De overheid is zeker betrokken, maar het grootste probleem is dat de financiële middelen ontbreken. Voordeel is wel dat de overheid niet bij nul hoeft te beginnen, omdat het land de aardbeving al verwachtte.’

Ook heeft de overheid de afgelopen jaren kleinschalige maatregelen genomen, zegt Kassenberg, zoals het opstellen van nieuwe normen waaraan huizen moeten voldoen. ‘Nieuwe huizen moeten van gewapend beton zijn. Ook moeten ze op palen gebouwd worden, zodat niet het hele huis instort als er een muur wegvalt. Maar,’ brengt Kassenberg daar meteen tegenin, ‘dat beleid is alleen in de steden uitgevoerd. In de rurale gebieden bouwen mensen hun huis nog traditioneel met stenen en klei. Als er dan een aardbeving komt, stort alles in.’

Aan de andere kant kun je nog zoveel voorbereiden maar als de aardbeving daadwerkelijk plaatsvindt, is het altijd erger dan verwacht: ‘Het treft je op een manier waarop je je mentaal niet kunt voorbereiden,’ zegt Kassenberg. Hij had intern besproken wat er bij een mogelijke aardbeving met de stafleden van CARE gebeurt, aangezien ze eerst hun familieleden moeten cremeren, en niet kunt verwachten dat ze meteen op kantoor zijn. ‘Maar we hebben het er nooit over gehad wat je doet met stafleden die getraumatiseerd zijn omdat ze hun huis of familieleden kwijt zijn. Tegen een medewerker die zijn huis kwijt is, zeg je niet: help mensen in dat dorp een huis bouwen. Niet als zijn eigen familie op straat staat.’

Hoe helpt Nederland mee?

Nederland is tegemoet gekomen aan het hulpverzoek van de VN en de Nepalese overheid door een expertteam naar Nepal te sturen. Het Urban Search and  Rescue Team, dat bestaat uit 62 Nederlanders en 8 honden, is gespecialiseerd in het zoeken naar mensen onder de puin. Op dit moment coördineert Nederland de reddingsteams, maar naar verwachting wordt dit later overgenomen door de VN, schrijft de Volkskrant.

Ook heeft minister Ploumen bekend gemaakt dat ze vier miljoen euro beschikbaar stelt voor humanitaire hulp, die uitgevoerd gaat worden door Dutch Relief Alliance. Deze nieuwe alliantie van het ministerie van Buitenlandse Zaken en twaalf Nederlandse hulporganisaties, waaronder Oxfam Novib, Cordaid, Care en Save the Children, werd vorige week gelanceerd. Doel is om beter samen te werken voor noodhulp bij geweld en rampen. Daarnaast zijn de samenwerkende hulporganisaties een nationale actie begonnen onder de noemer ‘Nederland helpt Nepal’. Ook is giro 555 opengesteld en is er aanstaande vrijdag een ‘Nederland helpt Nepal actiedag’.

Daarnaast zijn er clubs ter plaatse die niet deel uitmaken van de samenwerkende hulporganisaties. Rolinda Montsma van Artsen zonder Grenzen legt uit waar de medische organisatie op dit moment mee bezig is: ‘Vanuit verschillende landen komen er nu teams naar Nepal om een inschatting te kunnen maken van de schade en de behoeftes. Ook worden specialisten ingevlogen, vanuit Amsterdam komen bijvoorbeeld water en sanitair deskundigen. De teams vliegen met helikopters rond om te kijken waar de hulp het hardst nodig is, zodat we kunnen inventariseren welke goederen waar naartoe moeten.’

Wat zijn nu de prioriteiten? 

Volgens het meest recente Nepal Earthquake Situation Report van de VN is er allereerst behoefte aan eten, water, medicatie en onderdak. Op het moment hebben 1.4 miljoen mensen voedselhulp nodig, waarvan de helft in erbarmelijke omstandigheden vlakbij het epicentrum woont. Ook Montsma van Artsen zonder Grenzen geeft een eerste opsomming van de goederen die nodig zijn: ‘We hebben hulpmiddelen om te koken nodig, schoon drinkwater, zeep en medicijnen. Voor Artsen zonder Grenzen staat medische hulp op nummer één, maar als mensen niet zelf kunnen koken, geen onderdak en schoon drinkwater hebben, is de situatie nog steeds problematisch. Daar zetten we dus ook op in.’

Ook tijdelijk onderdak is hard nodig, zegt Lex Kassenberg. Toen hij aankwam in Kathmandu zag hij veel mensen in de open lucht zitten, omdat ze hun huis kwijt zijn of niet naar binnen durven uit angst voor naschokken. ‘We moeten zo snel mogelijk tijdelijke behuizing bij de mensen krijgen, van die grote plastic schermen. Het probleem is dat het veel geregend heeft, en de komende dagen ook regen voorspeld is. Mensen moeten dan ten minste onderdak hebben.’

Een andere prioriteit is om de hulp in de gebieden te krijgen waar die het hardste nodig is. Kassenberg: ‘Dat is voor de hulpverlening een hele uitdaging, omdat er soms geen wegen zijn. Ten eerste moeten we alle non-food pakketten en tijdelijke behuizing in Nepal krijgen, en dan naar de getroffen dorpen. Waarschijnlijk moeten we terug naar het oude Nepalese systeem waar je dragers gebruikt om de goederen mee te nemen, omdat de wegen niet goed begaanbaar zijn.’

Voor de komende maanden verwacht hij dat het een crisis blijft, als bijvoorbeeld door uitbraak van ziektes de ziekenhuizen onvoldoende capaciteit hebben. ‘Aan de andere kant is erosie een potentieel gevaar. Door de aardbeving heb je de kans dat de toplaag van de heuvels los is komen te liggen. Dat is nu misschien niet naar beneden gekomen, maar het maakt de kans op aardverschuivingen groter wanneer de regentijd eenmaal begonnen is,’ voorspelt Kassenberg.

‘Het hele enge van het verhaal is dat we niet weten of dit de echte grote beving was, of alleen een sterke waarschuwing dat de grote er nog aankomt. Je moet je niet voorstellen dat er nog een klapper overheen komt, dat zou pas echt desastreus zijn. Dan is de kans groot dat dan zelfs het gewapend beton kapot gaat.’

In het kijken naar prioriteiten schuilt ook een gevaar, aldus wetenschapper Tina Harris van de UvA, namelijk het blindstaren op de korte termijn. ‘Voor nu is er door alle media-aandacht een rush voor noodhulp. Maar voor de lange termijn is dit natuurlijk een ramp. Voor de mensen is het belangrijk om hun huizen te herbouwen, en daarvoor is juist een lange termijn verbintenis nodig.’

Welke lessen kunnen we uit het verleden trekken?

Een van de meest recente aardbevingen vond in 2010 plaats in Haïti, waar 150.000 mensen het leven lieten. Jan-Willem Wegdam werkt daar voor Cordaid als ‘shelter specialist’, programma-manager voor huizenbouwprojecten. De meeste rampen vinden plaats in rurale gebieden, legt hij uit, maar zowel in Haïti als in Nepal zijn vooral de stedelijke gebieden zwaar getroffen. ‘Daarvoor heb je een andere benadering nodig. In ruraal gebied bouw je alleen het frame voor tijdelijke huizen, daarna bouwen mensen het huis zelf af. In stedelijke gebieden werkt deze aanpak niet omdat je veel meer mensen moet huisvesten, en met meer belanghebbenden te maken hebt: de overheid, ondernemers en bewoners.’

Daarnaast gaat het niet alleen om de huizenbouw, maar ook aansluiting op elektriciteit, water, en vuilnisafvoer. Je moet ook kijken naar wat de oorzaak van de ramp in eerste instantie was, om die niet te herhalen. ‘Om met al die factoren rekening te houden, heb je een buurtplan nodig dat je stap voor stap uit kunt voeren.’

Staar je niet blind op tijdelijk onderdak, is de les die Wegdam uit de aardbeving in Haïti wil trekken: ‘Het belangrijkste is om zo snel mogelijk permanente huizen te bouwen. Tijdelijke huizen gaan namelijk maar drie jaar mee. In Haïti heb ik gezien hoe mensen tussen wal en schip raken, als die tijdelijke huizen kapot zijn, terwijl er geen geld meer is voor permanente bouw. Ook moet men investeren in de kennis van bouwvakkers, metselaars en timmerlieden om de huizen zo aardbeving bestendig mogelijk te maken. Alleen zo voorkom je dat de huizen bij een volgende aardbeving weer instorten.’

Foto: Gabriel Jens © Flickr

Auteur
Nienke Zoetbrood

Datum:
29 april 2015
Categorieën: