Vrijdagmiddagborrel: Het vervolgtraject van de strategische partnerschappen

Vanaf maart gaan het ministerie van Buitenlandse Zaken en de 25 geselecteerden het strategisch partnerschap verder invullen. Maar op welke basis wordt het geld verdeeld? Krijgen organisaties die een A-score hebben behaald meer geld dan organisaties met een C-score? Of is het nieuwe ronde nieuwe kansen? Marc Broere peilde voor deze vrijdagmiddagborrel de temperatuur in de sector. En het ministerie van Buitenlandse Zaken gaf het verlossende antwoord.

Ik had vandaag een complete ranking met scores willen publiceren van de 25 door minister Ploumen goedgekeurde voorstellen in het kader van de strategische partnerschappen. Aan de bezoekersaantallen van onze site kunnen we namelijk zien dat onze lezers dit soort lijstjes en inside informatie uit de sector altijd heel erg waarderen. Dan lijkt het net een afbeelding van een bergetappe uit de Tour de France met aankomst op een Col van de Buitencategorie. Helaas wilde het ministerie niet de namen geven van de zeven organisaties met de C-score omdat  ‘sommige organisaties dat niet willen’,  terwijl het dat eerder wel deed met de vier uitblinkers die een A-score hadden behaald.

Nog even ter herinnering. Precies twee weken geleden maakte minister Ploumen de lijst van 25 gelukkigen bekend die vanaf 2016 nog overheidssubsidie krijgen en met wie ze een strategisch partnerschap wil aangaan. Daarvoor is een bedrag van 185 miljoen euro per jaar beschikbaar. Als je dat deelt door 25, dan is het gemiddeld bedrag dat per partnerschap beschikbaar is 7.400.000 euro. Vooral voor de grote organisaties OxfamNovib, Hivos, Cordaid en ICCO is dat een enorme achteruitgang in vergelijking met wat ze nu nog krijgen. Ze gaan alle vier voor 20 miljoen, het maximaal vastgestelde bedrag voor een partnerschap. Cordaid-directeur Simone Filippini twitterde op de dag dat ze haar pitch had. ‘Invited for pitch Monday MinBuZa_news for 20 mln annual lobby & advocacy proposal. Will proudly present cordaid.’

Scores

Inmiddels is de stoelendans om de verdeling van het geld begonnen. Want hoe gaat het ministerie deze pot van 185 miljoen euro nu precies verdelen? Het lijkt voor de hand te liggen dat een eerste indicatie de score is die de verschillende partnerschappen tijdens hun beoordelingstraject hebben behaald; dat de hoogst scorenden ook het hoogste bedrag krijgen.

Joris van Bommel, projectleider namens Buitenlandse Zaken, vertelde tegen Vice Versa dat vier organisaties (BothEnds, OxfamNovib, IUCN en PAX) een A-score hebben behaald, veertien een B-score en zeven een C-score. Bij A gaat het om ‘verrassend uitmuntende voorstellen’,  bij B om ‘ook ontzettend goede voorstellen’ en bij C om voorstellen die een ‘voldoende’ scoren. Dan was er ook nog een groep indieners die een D-score behaalden; zij zijn sowieso niet geselecteerd. De voorstellen die een A of B scoorden zijn allen door naar de volgende ronde en uit 27 voorstellen die een C scoorden heeft het ministerie er uiteindelijk nog zeven geselecteerd om de lijst van 25 te voltooien. ‘Dat een ngo in de C-categorie zat wil helemaal niet zeggen dat het van slechte kwaliteit was’, voegde Van Bommel daar nog aan toe. Er zaten volgens hem ‘uitstekende voorstellen’ bij.

Vragen

Toch worden er nu door organisaties met een A en B-score een aantal begrijpelijke vragen opgeworpen. Waarom is het ministerie bijvoorbeeld niet gestopt bij 18 voorstellen met een A en een B-score? Dan had je 185 miljoen euro kunnen verdelen onder minder organisaties, maar wel onder voorstellen die allemaal van excellente kwaliteit waren? Waarom moest het toch nog worden opgetopt naar 25 partnerschappen?

Daarbij werd deze week bekend dat twee grote en invloedrijke organisaties, Cordaid en ICCO,  tot de aanvragers behoorden die een C-score hebben behaald en zich dus maar op het nippertje hebben gekwalificeerd voor een partnerschap. Dat roept bij sommigen de vraag op waarom juist deze organisaties met nog vijf anderen geselecteerd zijn uit de 27 C-voorstellen en niet bijvoorbeeld een paar kleinere aanvragers. Hiermee had Ploumen de kritiek kunnen ondervangen dat het altijd weer de bekende gezichten zijn en er weinig ruimte voor verrassing en vernieuwing in haar keuze is. Ook SNV en Rutgers WPF hadden overigens een C-score.

Logische keuze Ploumen

Toch kan ik deze keuze van Ploumen wel begrijpen. Ik kan me voorstellen dat de minister grote organisaties als Cordaid en ICCO, met ieder een grote achterban, liever niet tegen zich in het harnas wil jagen. Daar kun je nog last mee krijgen als je ze de deur wijst.

Ook inhoudelijk is haar keuze wel te billijken. Cordaid en ICCO zijn organisaties met een lange staat van dienst die mede aan de wieg hebben gestaan van het medefinancieringsprogramma in Nederland. Bovendien zorgt Ploumen er door deze keuze voor dat ICCO en Cordaid aan boord blijven als het om lobby en advocacy gaat. Vooral ICCO leek de afgelopen jaren behoorlijk weg te drijven op dit gebied.

De volgende stap

Op 12 maart vindt er een informatiebijeenkomst plaats waarin het ministerie van Buitenlandse Zaken de vervolgstappen gaat bekendmaken. Je kunt op twee manieren naar de volgende fase kijken. Ten eerste: iedereen begint weer op nul. Ofwel: nieuwe ronde nieuwe kansen. Of je gaat de score uit de eerste ronde mee laten wegen in de uiteindelijke honorering. Met andere woorden: kunnen Cordaid en ICCO met een C-score nog hetzelfde bedrag krijgen als OxfamNovib dat een A-score heeft behaald? Kan Simone Filippini nog steeds 20 miljoen euro krijgen, terwijl er 18 voorstellen waren die beter beoordeeld zijn dan die van Cordaid? Of kan Cordaid die slechtere score rechttrekken tijdens de bilaterale onderhandelingen over de invulling van het partnerschap met Buitenlandse Zaken? Een papieren voorstel is immers niet zaligmakend.

Mijn gevoel zegt dat de beoordeling wel mee zal moeten wegen. Bij een uitmuntend functioneringsgesprek krijg je immers een hogere loonsverhoging dan bij redelijk functioneren.

Reacties ICCO en Cordaid

Het is een gevoelig onderwerp, zo blijkt als ik wat rondbel en rondmail. Zowel de organisaties met een A-score als die met een C-score realiseren zich dat het op eieren lopen is. Je gaat je collega’s bovendien ook niet afvallen want bij een volgende tender kunnen de verhoudingen ook andersom liggen. Op de vraag aan ICCO of zij vinden dat de beoordeling moet worden meegewogen in de toekenning van het geld, wil topman Marinus Verweij alleen reageren op voorwaarde dat we zijn reactie integraal overnemen. Hij schrijft: ‘We zijn zeer verheugd dat het ICCO consortium strategisch partner is geworden van Buitenlandse Zaken. Uit de positieve beoordeling blijkt dat het ministerie de kracht van het consortium erkent. Wij hebben vooralsnog geen indicatie gekregen dat er een link is tussen budget en ranking van een C-score. Wij kunnen ons voorstellen dat er een koppeling is tussen budget en uitvoeringscapaciteit, de kwaliteit van het ingediende programma en het trackrecord van het ICCO-consortium.’

Simone Filippini van Cordaid schrijft in een reactie: ‘We zijn benieuwd naar de gesprekken met Buitenlandse Zaken over de invulling van de strategische partnerschappen. Daarin zullen we zeker ook de dialoog aangaan over de beoordeling van de indiening en met name de wederzijdse verwachtingen. Voor Cordaid is het belangrijk dat in een partnerschap beide partijen hun eigen geluid laten horen. Omdat de gesprekken met het Ministerie nog moeten plaatsvinden, lijkt het ons niet de bedoeling om op deze zaak vooruit te lopen. Er zijn 25 belangrijke, invloedrijke en diverse organisaties en coalities geselecteerd om via een strategische samenwerking invulling te geven aan lobby en beïnvloeding van agenda’s die voor beide kanten van groot belang zijn om te komen tot duurzame en inclusieve ontwikkeling in ontwikkelingslanden. Voor Cordaid gaat het daarbij om fragiele en door conflict getroffen landen en gebieden, waar we feitelijk niet kunnen zonder gezamenlijkheid op “samenspraak en tegenspraak” tussen alle verschillende spelers om tot resultaten te komen.’

Reacties PAX en BothEnds

Dan de andere kant, de organisaties met een A-score. Jan Gruiters, directeur van PAX, schrijft: ‘Kern van het strategisch partnerschap is het realiseren van meerwaarde door samenspraak en tegenspraak tussen overheid en maatschappelijke organisaties. Maximalisering van deze meerwaarde zou een logisch streven moeten zijn van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Het zou dan voor de hand liggen een premie op kwaliteit te geven, daarmee genereert het ministerie immers de meeste meerwaarde. We weten uit het verleden dat er vaak over deze premie wordt gesproken maar dat deze premie zelden wordt uitbetaald. Voor een minder goed scorende organisatie is dat natuurlijk prettig, voor een goed scorende organisatie soms wel frustrerend.’

Gruiters vervolgt: ‘De premie op kwaliteit zou je kunnen  uitkeren door categorie A- organisaties de kans te geven hun potentieel op gebied van pleiten en beïnvloeden zo goed mogelijk in te zetten. Een (verantwoorde) groei van het aandeel pleiten en beïnvloeden moet dan mogelijk zijn, uiteraard tot maximaal het afgesproken plafond van 20 miljoen. Voor de goede orde: een groei naar 20 miljoen is voor Pax/Amnesty niet verantwoord en niet aan de orde. Maar een verantwoorde groei van ons werk zou fijn zijn en mogelijk worden door een premie op kwaliteit. Tegelijkertijd is het van algemeen belang om het potentieel van de 25 organisaties zo optimaal mogelijk te benutten. Daar zal een modus voor gevonden moeten worden die verantwoord en fair is.’

Ook Danielle Hirsch van BothEnds behaalde een A-score. Zij schrijft: ‘Wat betreft de invloed van de scores op het budget, daar zijn natuurlijk in dit stadium veel speculaties en scenario’s mogelijk. Het lijkt mij dat de uiteindelijke score die duidelijk iets zegt over de relevantie van het beleidskader ook door zal werken in de toekenning. Andere criteria die mee kunnen wegen zijn netwerken en partners maar ook breedte van de inzet (op hoeveel dossiers raken de aanvrager en het ministerie elkaar) en daaraan gerelateerde FTE.’

En Farah Karimi, directeur van OxfamNovib, reageert op de valreep: ‘Natuurlijk ga ik er van uit dat de kwaliteit een heel belangrijke rol speelt in de hoogte van de subsidie.’

Reactie ministerie van Buitenlandse Zaken

Het verlossende woord moet natuurlijk van het ministerie van Buitenlandse Zaken zelf komen. Een woordvoerder van minister Ploumen is heel helder in zijn antwoord: de beoordeling weegt niet mee in het vervolgtraject. Iedereen begint gewoon weer op nul. ‘We zullen geen onderscheid maken tussen organisaties met een A,B of C-score. Alle aanvragen worden op één stapel gelegd en het maakt bij de toekenning van de hoogte van het bedrag niet uit wat je score was. De organisaties hebben allemaal hun beoordeling kunnen lezen en het is aan henzelf hoe ze onze opmerkingen meenemen in het vervolgtraject.’

Heldere woorden waarmee de vier gelukkigen in de A-groep denk ik niet zo blij zijn, maar voor de zeven C-organisaties een reden om dit weekend een extra feestje te vieren.

Tja, en wat vind ik zelf? Het komt op mij toch wat onlogisch over. Aan de andere kant: als je alleen met een 8 of hoger overgaat en niet met een 6,5 , dan was ik zelf nooit verder dan de eerste klas van de middelbare school gekomen.

Nagekomen bericht van Herman van Gelderen, de woordvoerder van minister Ploumen: ‘In de column van Marc Broere wordt een woordvoerder van minister Ploumen geciteerd. Dit citaat berust op een misverstand. In tegenstelling tot wat er staat spelen factoren als kwaliteit en score wel een rol bij de verdeling van middelen over de diverse organisaties en allianties. Zoals aangegeven in het beleidskader Samenspraak en Tegenspraak wordt binnen een maand na de selectie van de partners de wijze waarop de beschikbare middelen worden verdeeld bekend gemaakt. Dat is dus voor eind februari. Onze verontschuldigingen voor het misverstand.’

[Reageer op deze reactie]

Auteur
Marc Broere

Datum:
13 februari 2015
Categorieën: