Slechte gezondheidszorg treft vrouwen hard

Minister Ploumen kan via haar speerpunt voor Seksuele en Reproductieve Rechten en Gezondheid (SRGR) bijdragen aan het beteugelen van een volgende virusuitbraak van ebola. Anke Tijtsma, directeur van Wemos, roept haar op om pleitbezorgster te worden voor investeren in sterke zorgstelsels.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) berekende dat er inmiddels meer dan 7900 mensen zijn overleden aan ebola. Ik volg al geruime tijd de wereldwijde inspanningen om ebola meester te worden en ik maak me zorgen. Die zorgen hebben te maken met de lastige strijd tegen het virus in de getroffen landen, maar ook het gebrek aan ‘gewone’ basiszorg voor mensen die geen ebola hebben. Waar kunnen zij terecht met hun kind dat last heeft van diarree? En waar gaat een zwangere vrouw heen als de weeën zich aandienen?

In de update aan de Kamer over ebola van 22 december jl. schrijven de ministers Ploumen, Hennis-Plasschaert en Schippers dat met de aandacht voor de bestrijding van ebola, “de preventieve en reguliere gezondheidszorg en de toegang tot tweedelijns gezondheidszorg onder druk komen te staan en in veel gebieden tot stilstand zijn gekomen.” Zouden we de slachtoffers hiervan optellen bij het aantal dodelijke ebola slachtoffers, dan zou de teller nog veel verder uitslaan, met uitschieters onder moeders en zuigelingen. De NRC-next van 2 januari jl. berichtte: ‘Voor iedere eboladode sterven 3,8 inwoners door een andere ziekte omdat die nu niet wordt behandeld.’ Dat is een schrikbarend hoog cijfer. Daar zijn meerdere oorzaken voor aan te wijzen. Een ervan is een slecht functionerend zorgstelsel met gebrek aan zorgpersoneel en medicatie.

Basiszorg essentieel bij strijd tegen ebola én voor behalen SRGR doelen

De WHO definieert zes bouwstenen voor een sterk en degelijk gezondheidssysteem: kwalitatieve zorgverlening, competent zorgpersoneel, adequate medicijnen en medische technologie, een goed informatiesysteem, een adequaat financieringssysteem, beleidsstructuren en leiderschap. Al deze zes bouwstenen zijn essentieel om resultaten te bereiken in de strijd tegen virusuitbraken, infectieziekten en andere gezondheidsuitdagingen. Dit geldt ook voor de uitdagingen op het terrein van Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten (SRGR). Vrouwen profiteren direct van een goed functionerend gezondheidssysteem.

Vrouwen en zuigelingen in landen en regio’s waar gezondheidsdiensten niet of onvoldoende beschikbaar zijn, ondervinden daar grote hinder van volgens het nieuwste rapport van het Bevolkingsfonds van de Verenigde Naties. Cijfers betreffende ziekte en sterfte in verband met zwangerschap en bevalling zijn nog steeds onaanvaardbaar hoog. Er sterven elke dag 800 vrouwen tijdens zwangerschap en bevalling. Cijfers in het hetzelfde UNFPA rapport geven aan dat van de 125 miljoen vrouwen die elk jaar bevallen, 54 miljoen vrouwen niet alle prenatale screenings ontvangen, zoals aanbevolen door de WHO. De WHO en UNFPA schatten moedersterfte in 2013 op 289.000, wat een gemiddeld sterftecijfer van 210 moeders per 100.000 levendgeborenen oplevert. Met Sierra Leone als ongelukkige koploper met een cijfer voor moedersterfte van 1100 per 100.000 levendgeborenen!

Zonder goede basiszorg haalt Ploumen haar SRGR doelen niet

Zonder investeringen in basiszorg kan de minister haar SRGR doelen niet behalen. Nederland is al jaren een vooruitstrevende pleitbezorger voor het aanpakken van de uitdagingen op het gebied van SRGR. Het Nederlandse ontwikkelingssamenwerkingsbeleid richt zich daarbij op de positie van vrouwen, de verbetering van de gezondheid van moeders (Millenniumdoel 5) en de bestrijding van infectieziekten zoals hiv/aids, tuberculose en malaria (Millenniumdoel 6). Een van de aandachtsgebieden in het Nederlandse beleid is: ‘Seksuele en reproductieve gezondheidszorg als onderdeel van toegankelijke en betaalbare basis gezondheidszorg’.

Onderdeel van investeren in basiszorg vormt het opleiden van voldoende zorgpersoneel en het vergroten van de beschikbaarheid van essentiële medicijnen en hulpmiddelen. De cijfers zijn schrijnend; zo heeft Liberia slechts 3 verpleegkundigen en vroedvrouwen en 1 arts per 10.000 inwoners beschikbaar. Dit is ver onder het internationaal vastgestelde essentiële minimum aantal gezondheidswerkers van 23 per 10.000. Alleen met voldoende goed opgeleid personeel, dat kan beschikken over medicijnen en andere essentiële middelen, is het mogelijk om toegang tot goede basiszorg te waarborgen. Een goed functionerend zorgstelsel is essentieel bij de bestrijding van ebola én voor de reproductieve zorg voor moeder en kind. Op dit vlak kan minister Ploumen haar invloed nog nadrukkelijker uitoefenen.

Ploumen als pleitbezorgster

Naast de hulp die Nederland al biedt, stuurde onze overheid onlangs 50 opgeleide laboranten om de strijd tegen ebola onder controle te krijgen. Dat is een waardevolle investering; we weten dat laboratoria en personeel cruciaal zijn om de uitbraak onder controle te krijgen. Temeer omdat er jarenlang stelselmatig onvoldoende is geïnvesteerd in het opbouwen van goed functionerende zorgstelsels in veel Afrikaanse landen. Door de overheden zelf, door de WHO, maar ook door donorlanden, waaronder Nederland.

Op dinsdag 9 december jl. schoof ik aan bij het ebola taakgroepoverleg in het gebouw van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Daar zei Hans Docter, de Nederlandse speciaal gezant ebola, dat we afkoersen op ‘een chronische noodhulp situatie in de getroffen landen’. Hij liet weten op 10 en 11 december in Genève tijdens een High-Level meeting van de WHO, Wereldbank en AfDB te gaan praten over wederopbouw en versterking van de zorgvoorzieningen in de getroffen landen. Ik lees daarover in de update aan de Kamer over ebola terug dat er ’door de getroffen landen vóór april 2015 plannen zullen worden gemaakt voor hervorming en versterking van hun gezondheidssystemen, die de basis kunnen zijn voor financiering door donoren’. Daarmee is opnieuw erkend dat basisgezondheidszorg versterkt moet worden. Ik kijk uit naar de toezeggingen van minister Ploumen op dit vlak.

Via het versterken van gezondheidssystemen wereldwijd kunnen toekomstige noodsituaties, zoals een virus-uitbraak, adequater opgevangen en beteugeld worden. Tegelijkertijd kunnen reguliere diensten zoals moeder- en kindzorg worden gewaarborgd. Dat is goed voor vrouwen én voor al hun gezinsleden! Ik zie minister Ploumen dan ook graag als pleitbezorgster voor investeringen in het versterken van zorgstelsels, overal ter wereld.

Auteur
Selma Zijlstra

Datum:
05 januari 2015
Categorieën: