Abel Rodríguez, winnaar Prins Claus Prijs: ‘Zonder oerwoud is er niets’

Ronald de Hommel

Vandaag krijgt Abel Rodriguez de grote Prins Claus Prijs uitgereikt uit de handen van Prins Constantijn. Met zijn tekeningen legt de Colombiaanse kunstenaar eeuwenoude kennis over de Amazone vast. Ook beschrijft hij de relaties tussen planten, dieren, vogels, insecten en inheemse gemeenschappen. Merel Rumping zocht de kunstenaar en Amazone-kenner op in Colombia en maakte deze reportage voor Vice Versa. 

Met zijn camelkleurige pantalon, sportieve jas en keurige hoed gaat hij bijna voor stadsmens door, maar onder zijn nette zwarte herenschoenen kleven een paar takjes. Het zijn echter vooral zijn karakteristieke gelaatstrekken die verraden dat Abel Rodríguez afstamt van de Nonuya, een inheems volk uit de Amazone. Een uur te laat komt hij aanlopen bij het Tropenbos Instituut in Bogotá, waar hij sinds 1988 aan verbonden is, met aan zijn arm een prachtige kleine vrouw, een indígena (inheemse) met lang krullend haar.

Rodríguez gaat ons in vlotte tred voor de trap op. Hij is reeds de zeventig gepasseerd maar de fitheid van het opgroeien in de Amazone zit duidelijk nog in zijn lichaam. Zijn voetstappen echoën muzikaal op de gladde marmeren trap van het instituut dat zich inzet om verdwijning en degradatie van tropisch oerwoud tegen te gaan en onderzoek doet naar inheemse culturen.

We nemen plaats aan een groot bureau in een kleine kamer en ik vraag hem wat hem het meeste is bijgebleven van zijn jeugd in de Amazone. ‘Ik heb geleerd om te luisteren naar de wijsheden van de ouderen’, antwoordt hij. ‘Wijsheden als onze geschiedenis, verhalen, medicinale beoefening, kennis over het leven en werken in de jungle, de biologie van het oerwoud, botanische leer zoals de namen van de bomen en planten en de mythes die zij met zich meedragen. Voor mij is het belangrijk om onze gebruiken te kennen. Hoe onderhoudt iemand zijn thuis? Waarvoor kun je de bomen gebruiken? Hoe moet je ze verzorgen? Dit is ook wat ik het fijnst vond uit mijn jeugd; alles leren, vooral de namen van de planten en bomen.’ Het mysterie blijkt niet alleen in de kennis te zitten, maar ook in de manier waarop deze bewaard wordt. ‘Wij leren, maar wij schrijven niet. Wij slaan alles mentaal op. Woorden moet je opbergen in je canasto, jemand’, zegt hij terwijl hij naar zijn lichaam wijst. ‘En nu mag u raden waar dat zit, uw canasto.’ Ik probeer: ‘Het hart?’

Hij schudt nee terwijl hij grinnikt om mijn antwoord, en wijst ditmaal preciezer naar zijn borst van links naar rechts en weer terug. ‘Vanuit hier praten wij, werken wij, onderwijzen wij en leren wij tegelijkertijd. Dat is de plaats waar wij schrijven. Daar kan niets vallen, noch nat of gestolen worden. Alles wat hier zit kan niemand je afpakken. Het is onze kracht.’

Het lijkt bijna een mythe op zichzelf: het verhaal van een arme in de Amazone opgroeiende indígena, die later een internationaal exposerende kunstenaar wordt. ‘Jaren geleden, in 1988, ontmoette ik de onderzoekers van het Tropenbos Instituut, toen zij onderzoek deden naar de bomen en planten in de Amazone. Ik liep met hen mee en leerde hen over de namen en het gebruik van medicinale planten. Zij wezen mij aan als hun docent en moedigden mij aan om te gaan tekenen. Toen, langzaamaan begon ik met hun hulp te exposeren. De eerste jaren werkte ik vanuit de Amazone. Toen mijn vrouw ziek werd, zijn we in Bogotá gaan wonen.’

Poëtische kunst

Rodríguez’ nauwgezette studie van honderden soorten bomen en planten is van de meest complete referenties over de biodiversiteit in de regio. In het juryrapport van de Prins Claus Prijzen Commissie staat: ‘Rodríguez’ werk belichaamt een mooie esthetische sensibiliteit. Hij wordt geëerd voor het communiceren van de  holistische kennis van de Nonuya’s; voor het omzetten van mondeling overgedragen kennis in poëtische kunst die het ethno-botanische genre overstijgt; voor het tegengaan van dominante paradigma’s in de kunsten en wetenschappen en het aantonen van de relevantie van inheemse kennis in het denken over duurzaamheid van het milieu; voor het openbaren van het inheemse wereldbeeld als bron van kennis voor het algemeen belang, en voor het vestigen van de aandacht op de vaardigheden, talenten en het erfgoed en de rechten van inheemse gemeenschappen.’

Ik heb het idee dat Rodríguez zijn werk niet per definitie als kunst ziet. Hij ziet het als ‘zijn, werken en voor zichzelf en zijn familie zorgen’. Hij herhaalt: ‘Wij geloven in weten, leven, werken, onderwijs volgen, zichzelf vormen. We geloven in zijn. In onze kennis delen met de jongeren. Alles heeft betekenis. Ik kan verhalen vertellen over elke boom. Ik kan u al hun namen geven, vertellen over hun gebruik, maar ik houd er niet van om daar uit mijzelf over te praten. Ik vertel alleen als men me ernaar vraagt. Ik zing ook niet uit mijzelf. U vroeg mij net een indígena-lied te zingen in mijn moedertaal, en ik zong een welkomstlied dat we zingen de nacht voordat de dansers komen. Dan zingen en drinken wij en geven wij de beker door. Maar uit mijzelf zing ik niet.’

Hij mag er uit zichzelf niet veel over praten, maar zijn werk heeft wel een missie: het delen en overdragen van zijn kennis over de Amazone en het erfgoed van de indígenas. Zoals hij het samenvat: ‘Wij hebben een overeenkomst met het oerwoud. Wij moeten het beschermen. Zonder oerwoud is er geen wind, geen lucht, geen water. Zonder oerwoud is er niets.’

Dit is een verkorte versie van het interview dat in de nieuwste Vice Versa verscheen. Het hele interview lezen? Neem dan snel een abonnement op Vice Versa en krijg dit nummer nagestuurd! Ontvang bovendien nog twee specials deze maand over voedselketens en religie en ontwikkelingssamenwerking en krijg daarbij óók nog een boek naar keuze cadeau (te kiezen uit ‘Hoe nu verder? 65 Jaar Ontwikkelingssamenwerking’ en ‘Reframing the Message’)

Auteur
Merel Rumping

Datum:
10 december 2014
Categorieën: