Langs de Grenzen van Turkije wint Dick Scherpenzeel Prijs 2012 – buitenlandjournalistiek bloeit ondanks krimpende budgetten

Foto: Niels Vinck

De vierdelige VPRO-serie Langs de Grenzen van Turkije heeft de Dick Scherpenzeel Prijs 2012 gewonnen voor beste journalistieke productie over ontwikkelingsprocessen en de niet-Westerse wereld. Dat is dinsdagavond bekend gemaakt tijdens de feestelijke onthulling in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. De serie werd gemaakt door regisseurs Doke Romeijn en Stefanie de Brouwer en gepresenteerd door Bram Vermeulen. Op de avond werd ook de balans van de buitenlandjournalistiek opgemaakt, dat, ondanks krimpende budgetten, bloeiende is.

 

De makers van Langs de Grenzen van Turkije kregen veel lof van de jury. Voorzitter Hans Laroes (voormalig hoofdredacteur van het NOS Journaal en huidig mediaconsultant): ‘Langs de grenzen van Turkije is teamwork. Deprimerend mooi gedraaid. De kracht van de serie zit in de verbeelding van de grote thema’s: nietige scenes op verlaten perronnetjes waar het grote transnationale verhaal wordt verteld, waar duidelijk wordt welke scharnierfunctie Turkije bezit in een wereld die kolkt en schuurt. Een grootmacht die wij hier met iets te veel desinteresse en een te gemakkelijk oordeel bekijken.’

Monique Samuel wint Aanmoedigingsprijs

De Dick Scherpenzeel Aanmoedigingsprijs voor jong talent werd toegekend aan de 23-jarige Monique Samuel voor haar boek ‘Mozaïek van de Revolutie’. In het boek beschrijft Samuel de complexe realiteit van het Midden-Oosten.

Uit handen van juryvoorzitter Hans Laroes en vertrekkend jurylid Tanja Lubbers ontvingen beide winnaars een cheque met respectievelijk 7.500 euro en 1.000 euro.

Hoog niveau

De jury was zeer te spreken over de hoge kwaliteit van de inzendingen. 2012 was een topjaar, vonden de leden.  Er was specifiek gelet op het vermogen om te tonen hoe verhalen samenhangen met de transnationale ontwikkelingen van een globaliserende wereld. De jury signaleerde de ambitie van veel (vaak jonge) collega’s om met een opvallend doorzettingsvermogen op pad te gaan, en het onverwachte op te zoeken.

De andere twee genomineerden van de Dick Scherpenzeel Prijs waren Maarten Zeegers voor zijn boek ‘Wij zijn Arabieren’ en Minka Nijhuis voor haar reportage ‘Een voorzichtige vrijheid’ die werd gepubliceerd in Vrij Nederland. Minka Nijhuis ontving veel complimenten van de jury: ‘Zo mooi geschreven, zo mooi geobserveerd, haar eigen ervaringen en kennis verweven in een reportage die vol kennis en inzicht zit, persoonlijk is zonder dat het woordje “ik” er bovenmatig veel, en afleidend, in voorkomt. Haar hart is bij haar verhaal; de mensen beziet ze met betrokkenheid zonder ze ook maar een moment slaafs te volgen.’

De jury bewonderde het lef van Zeegers, die studeerde in Syrië, op eigen gezag en eigen initiatief, en een zeker toeval volgend. Laroes: ‘Hij vertrok niet als journalist maar hij was het en hij werd het. Hij is er bij als de opstand tegen Assad begint, de Geheime Dienst komt in zijn wereld, de liefde in zijn leven. Wegens illegale journalistieke praktijken wordt hij uiteindelijk uitgezet. De schrijver blijft op een verbazende manier onaangedaan door wat hij meemaakt en waar hij is. Waarbij hij zelf in zekere zin ook een raadsel wordt.’

De verkeerde kant opkijken

Hoewel de buitenlandjournalistiek lijdt onder krimpende budgetten, was de toon van de avond allerminst pessimistisch. ‘De buitenlandjournalistiek leeft!’, durfde Lokaalmondiaal directeur Stefan Verwer te stellen. ‘Elke dag staan de kranten nog steeds vol met verhalen over het buitenland: prachtige radioreportages nemen ons mee naar ontwikkelingen die wij zonder de buitenlandverslaggever maar moeilijk zouden kunnen duiden en op televisie zijn wij LIVE getuige hoe het nieuws zich aan de andere kant van de wereld ontwikkelt.’

Hans Laroes betreurde het weliswaar dat verhalen over de grens veelal worden overgenomen van persbureau’s of van een enkele freelancer ‘zonder veiligheidstraining die het zelf maar moet zien te redden’, maar ziet ook nieuwe positieve ontwikkelingen in het vak. ‘Het verhaal is gelaagder geworden en journalisten vinden andere manieren om hun verhaal te presenteren. De scheidslijn tussen “maker” en “volger” wordt vager. Misschien gaat het slecht met de buitenlandjournalistiek, maar ondertussen maken journalisten prachtige verhalen. Verhalen door jonge collega’s, die opvallend veel doorzettingsvermogen hebben en verhalen ver voorbij de clichés schrijven. Verhalen die samenhangen met de grote transnationale wereld.’

De buitenlandjournalistiek is flexibeler geworden, persoonlijker en minder afhankelijk van de wetmatigheden van de traditionele journalistiek. Lex Runderkamp, journalist bij NOS, refereerde eerder die avond aan de nieuwe generatie buitenlandjournalisten, die snel schakelen tussen schrijvende pers, radio en televisie, en via twitter en facebook hun boodschappen de wereld in zenden. “Dromerige jongens”, noemde hij ze, die niet direct de klassieke wetmatigheden van de buitenlandjournalistiek volgen, maar vanuit andere referentiekaders soms hele verrassende verhalen maken die samenlevingen dichterbij brengen.

Meerdere keren werd er benadrukt dat journalisten vooral op zoek moeten naar hun eigen, bijzondere verhaal. Dit kwam onder andere naar voren in een sterk pleidooi van Lex Runderkamp. ‘Op het juiste moment de verkeerde kant op kijken’, luidde zijn devies. ‘Je moet niet denken vanuit de klassieke manier van de journalistiek en je afvragen hoe je daar ooit tussen kunt komen. Vind de bijzondere verhalen en ga niet achter het welpenvoetbal aan, dan ligt er een mooie toekomst weggelegd in de buitenlandjournalistiek.’

Ook Minka Nijhuis beklemtoonde dat de journalistiek vele facetten heeft, en dat het er vooral om gaat dat journalisten hun eigen fascinatie volgen en daaraan trouw blijven. Elske Schouten, adjunct chef buitenland bij het NRC, voorspelde dat in de toekomst het journalistieke vak persoonlijker wordt, en de journalist meer een “merk’” wordt dat om zich heen een vast publiek verzamelt.

Mindset of budget

Volgens Hans Laroes heeft het wel of niet maken van journalistieke verhalen uit het buitenland meer met ‘mindset’ dan met ‘budget’ te maken. De keuze van de VPRO is daarvoor het levende voorbeeld. De omroep heeft deze week nog veel mensen moeten ontslaan, maar heeft er bewust voor gekozen om de buitenlandpijler in stand te houden en veel series uit het buitenland te blijven maken.

Een keuze die Lokaalmondiaal directeur Stefan Verwer welgevallig zal zijn. Hij benadrukte gisteravond nogmaals het belang van buitenlandjournalistiek en een naar buiten gerichte blik. ‘Waar sommigen pleiten dat we onze autonomie moeten terugwinnen door verantwoordelijkheden van supranationale instellingen terug te geven aan nationale overheden, is de harde werkelijkheid dat wij onze autonomie al lang verloren hebben. De enige manier om onze autonomie terug te krijgen is je te richten op de buitenwereld’, aldus Verwer.

De Dick Scherpenzeel Prijs

De Dick Scherpenzeel Prijs beloont sinds 1975 de beste journalistieke inzending (artikel, boek, multimediaal project, fotografie- , radio- , of televisieproductie) die inzicht geeft in ontwikkelingsprocessen en niet-westerse landen. De prijs is in het leven geroepen ter nagedachtenis aan de Nederlandse journalist Dick Scherpenzeel (1923-1973), een pionier binnen de Nederlandse journalistiek op het gebied van ontwikkelingsvraagstukken en de Noord-Zuid verhouding in de wereld. Over 2012 werden in totaal 73 producties ingezonden voor de Persprijs en de Aanmoedigingsprijs. De vakjury bestaat dit jaar uit juryvoorzitter Hans Laroes, Saskia Dekkers, Tanja Lubbers, Thea Hilhorst, Chris de Bode, Hendrien van de Weert en Chris Keulemans. Vorig jaar won Sunny Bergman voor haar vierdelige documentaire ‘Sunny Side of Sex’ over seksualiteit, de liefde, vrouwelijkheid en het lichaam. Sinds 2011 organiseert Lokaalmondiaal de prijs.

Auteur
Selma Zijlstra

Datum:
05 juni 2013
Categorieën: