‘Laat het ons op onze manier doen’

Nederland heeft een lange traditie op het terrein van vrouwenrechten, leest Brenda Bartelink in de nota ‘Wat de wereld verdient’ van Minister Ploumen. Haar gedachten dwalen af naar het dorpje in de buurt van Sanaa in Jemen dat ze in december 2003 bezocht.

Een lokale vrouwenorganisatie organiseerde spaargroepen voor vrouwen. Elke week legden ze wat geld in en na verloop van tijd konden ze met dat geld en een kleine lening van de organisatie investeren in iets wat hen inkomen opleverde. Via de spaargroep kregen ze allerlei informatie die hen bewust moest maken van hun positie. De vrouwen uit de spaargroep namen me mee naar hun huizen en lieten me een geit, koe, kippen en een naaimachine zien. Gekocht van het gespaarde geld en nu bron van inkomsten voor hun gezin. Daarna werd ik uitgenodigd om mee te gaan naar een geboortefeest. ‘Mabrouk’, wensten we de kersverse moeder toe, waarna we een plekje zochten tussen de vrouwen in de bewierookte ruimte.

‘Laat het ons op onze eigen manier doen’, antwoorde Mariam de directeur, toen ik haar vroeg naar hoe westerse organisaties Jemenitische vrouwen in hun emancipatieproces kunnen ondersteunen. Dat was duidelijke taal. Mariam vroeg erkenning voor de praktische manier waarop  vrouwen hun positie proberen te verbeteren. Andere vrouwen die ik interviewde benadrukten hoe belangrijk het was dat er meer erkenning kwam voor hoe vrouwen hun positie proberen te verbeteren op basis van de islam.

Seculier perspectief

Ik was naar Jemen gekomen om meer te leren over de betekenis van de islam in de strategieën die vrouwen gebruiken om hun positie te verbeteren. Ik leerde er veel. Over hun tradities, maar ook over de mijne. Want ‘onze traditie op het terrein van de vrouwenrechten’, sluit niet als vanzelfsprekend aan bij hoe vrouwen zelf willen vormgeven aan hun emancipatie.  Antropologe Saba Mahmood stelt dat dit komt omdat rechten van vrouwen teveel in een westers, seculier liberaal perspectief worden gezien. Feministische argumenten worden gebruikt om moslims te bekritiseren, of om de onderdrukking van vrouwen in het Zuiden te benadrukken. Zo worden in de strijd tegen uitsluiting van vrouwen, nieuwe vormen van uitsluiting gelegitimeerd en verliest men het zicht op vrouwen zelf vorm willen geven aan hun emancipatie.

Minister Ploumen heeft wat mij betreft de spijker op z’n kop geslagen in haar stelling dat Nederland een lange traditie heeft op het terrein van vrouwenrechten. Het woord traditie staat alleen niet voor onze lange geschiedenis van gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen,  want ook in ons land zijn daarin nog steeds uitdagingen. Nee, het staat symbool voor dat wat voor Minister Ploumen en voor veel Nederlandse ontwikkelingsorganisaties ‘heilig’ is. Als religiewetenschapper in het OS-wereldje spreek ik regelmatig met medewerkers van Nederlandse ontwikkelingsorganisaties over dilemma’s die zij ervaren in het respecteren van de religieuze en culturele eigenheid van de gemeenschappen waar zij werken. De positie van vrouwen is daarin één van de meest genoemde.

Laat de dominee thuis

De inzet voor vrouwenrechten lijkt één van de weinige punten in het nieuwe ontwikkelingsbeleid waarin de dominee belangrijker is dan de koopman. Mariams verzoek om het vrouwen op hun eigen manier te laten doen vertelt ons misschien wel dat we die dominee ook beter thuis kunnen laten. Want, zoals antropoloog Gerd Bauman ooit stelde, moeten we cultuur niet langer zien als een kopieermachine, maar als een ‘historisch geïmproviseerde jam sessie’. Daar hoort dan zowel de praktische emancipatie die de organisatie van Mariam nastreeft bij, als de vernieuwing in het islamitische denken dat ook wel islamitisch feminisme wordt genoemd. Maar het daagt ons ook uit na te denken over de keuzes van de orthodox gelovige vrouwen die Mahmood in haar werk bespreekt.

De manier waarop vrouwen werken aan hun eigen ontplooiing en emancipatie is creatief, en de uitkomst vaak niet voorspelbaar of in de lijn van onze verwachtingen. Een jamsessie dus. En daar komen mooie dingen uit voort. Zoals de laatste regels van het gedicht van de Jemenitische dichteres Ibtisam Al Mutawakel:

Bevrijd het gedicht van je onderdrukte geest

Vergeet ze niet

Dit is geen schande

Het is de schande van degene die de stilte van vrouwen tentoonstellen

Vertel ze dat de stilte van vrouwen een explosie geworden is

 

Bronnen:

–          Gedicht uit Antelak Al Mutawakel, ‘ Gender and the Writing of Yemeni Women Writers’:

–          Sabha Mahmood (2006) ‘Politics of Piety. The Islamic Revival and the Feminist Subject’

–          Islamic Feminism:

–          Gerd Baumann: