De kunst van het relatiebeheer – voorpublicatie ‘Bamako Bonjour!’

In de derde week van mei verschijnt Bamako Bonjour! Over heethoofden, hulp en humor in crisistijd’ van Manon Stravens; een persoonlijk relaas van een ontwikkelingswerkster in Mali dat een goed inkijkje geeft over ontwikkelingssamenwerking achter de schermen. Een voorpublicatie van het eerste boek in de Vice Versa Boeken-reeks in samenwerking met KIT Publishers, dat nieuwe Vice Versa abonnees nu gratis krijgen. 

‘Hey, my girlfriend, how are you doing?’ De onverwachte opmerking van de medewerker van een Ghanese partnerorganisatie aan de telefoon doet me in de lach schieten. Zijn collega deelde me ooit mee dat hij me ontzettend miste. Hoewel genderspecialisten in dit vak dat ‘girlfriend’ ongetwijfeld zouden bestempelen als een uiting van oneerbiedigheid jegens de vrouwelijke ontwikkelingswerker, probeer ik het maar met humor te relativeren. Vriendin? Wij zijn al jaren getrouwd! Het partnerrelatiebeheer is een uiterst uitdagend vak. Vergelijkbaar met een stormachtig huwelijk van een multicultureel koppel dat van de bijstand leeft.

Partnerschap vormt het fundament van onze organisatie. Het relatiebeheer is het hart van mijn werk. Mijn portfolio bevat zo’n twintig partnerrelaties: merendeel van het type gedreven heethoofd en een enkel hoofdpijndossier. Partnerschappen dienen een tweeledig doel: versterken van het maatschappelijk middenveld en armoedebestrijding. Relaties tussen ICCO en lokale maatschappelijke organisaties worden met een contract bestendigd, waarin resultaten, rollen, rechten en plichten van beide partijen voor een bepaalde periode juridisch worden vastgelegd. Wij financieren, makelen, faciliteren en versterken. Zij leveren en verantwoorden. Een donor-ontvangerrelatie die gebaseerd is op de principes respect, gelijkwaardigheid, verantwoording, en vooral een gezamenlijk opgaan in de strijd tegen onrecht.

Een imposant harem

ICCO heeft een verleden van langdurige relaties. Met institutionele steun, training en advies zijn van oorsprong kleine clubs verworden tot organisaties met een stevige stem, die op de hoogste niveaus meepraten, nu meerdere donoren hebben, of zelfs een betere administratie dan wijzelf.
Er zijn partners die zijn bedreigd of gevangen gezet vanwege hun werk. Anderen ‘leveren’ ministers, en de alom bejubelde Braziliaanse ex-president Luiz Inácio Lula da Silva schopte het ooit van schoenpoetser tot topman van een door ICCO gesteunde vakbond, die nu de grootste van heel Zuid-Amerika is. ICCO heeft partnerschappen van twee, drie of zelfs vier decennia. Een imposant harem waar uiteraard een lieve duit aan is besteed.

Als jonge hond heb je een flinke kluif aan dit soort clubs. Dat gelijkwaardig partnerschap op papier kan in praktijk worden uitgevoerd door een jonge vrouwelijke programmamedewerker en een grijzende directeur van een organisatie die al bestond toen de eerste nog niet geboren was. Zelfs de relatie kan jaren ouder zijn. Dit soort organisaties is niet alleen gevestigd, stabiel en erkend, maar denkt ook een batterij rechten te hebben opgebouwd. Een illusie die soms leidt tot een stuitende zelfverzekerdheid die resulteert dit soort mails op je bord: ‘Wat zijn jullie plannen dit jaar en hoeveel budget krijgen we?’ De bijlage met een goed uitgewerkt plan als antwoord op een scherp gedefinieerd armoedeprobleem ‘komt dan nog’.
Wil je dat veertigjarig oud tij keren en vervangen door jong en innovatief vanwege wat dan ook, dan heb jíj het gedaan.‘Wij hebben nog nooit problemen met ICCO gehad.’ En nu dus wel, denk je erachter aan. Je zou je bijna schuldig gaan voelen. Kortom: relatiebeheer kan soms óók een sappig psychologisch spelletje zijn, dat meer op de persoon dan vanuit principes of op de organisatie wordt gespeeld.

Hartverzakking

Een goed project op papier heeft ook zijn weerslag in het veld. Hoewel je tijdens een werkbezoek slechts een deel van het werk kan zien, geven impressies grote inzichten. Bijvoorbeeld hoe de staf van een organisatie zich gedraagt ten opzichte van de ‘doelgroep’. ‘Tijdens een community-bezoek moet je je auto altijd met de neus naar de weg zetten. Mocht het uit de hand lopen, dan kun je meteen wegrijden.’ Een hartverzakkende uitspraak van een partner, tijdens een chaotisch bezoek aan een dorp in Ghana waar een overheidsfunctionaris was aangevlogen. Volgens de dorpsvertegenwoordigers speelde de man onvoldoende zijn rol in de bescherming van hun belangrijkste bron van bestaan: een bos dat werd bedreigd door illegale, bewapende houthakkers. In een dergelijke conflictueuze situatie rijdt je niet weg, maar blijf je er middenin staan om te mediëren. Dan ga je de kritische bewoners van dat dorp zeker niet ‘in line’ brengen.

We zijn niet op bezoek om sprookjes te horen, maar om resultaten en de realiteit te zien, dan wel te beoordelen of onze partner een adequaat antwoord heeft op de problematiek die speelt. Zo herinner me een bezoek waarbij dorpsvertegenwoordigers niets anders konden zeggen dan dat het allemaal niet genoeg was, doelend op de aangeboden microkredieten en andere steun. Vanuit hun perspectief een begrijpelijke houding, want wellicht is de donor bereid tot een top-up. Van een partner echter verwacht je behalve een droge vertaling vooral ook enige kritische repliek. Wat heb je wél kunnen doen met dat beetje geld en wat is je plan voor de toekomst? Partnerschappen smeden of breken is één ding. Het monitoren van de afspraken en een gesprek beginnen als het niet gaat zoals gepland, een uitdagende tweede.

Kwestie van intuïtie

Relatiebeheer is behalve het tevredenstellen van een veeleisend administratiesysteem óók een kwestie van intuïtie. Het is schipperen tussen formats en vertrouwen. Houding en communicatie spelen daarin een grote rol. Krijg je energie van het verhaal of glijdt je ter plekke van je stoel? Wordt er behalve dat lolletje aan de lijn ook serieus gewerkt? Je speurt naar de gedreven wereldverbeteraars, niet naar degene die ‘uitkijkt naar de tijden dat het werk allemaal weer wat lichter wordt’ of die maar drie pagina’s rapport aanlevert met de toelichting ‘je weet toch wat we doen’. Zoals ontwikkeling grotendeels afhankelijk is van de politieke wil van een paar wereldleiders, zo is de intentie van een partner doorgaans zéér bepalend voor het slagen van een project.

Allemaal voer voor een dialoog. Of voor een extra zet, want behalve financiering behoort capaciteitsopbouw van maatschappelijke organisaties tot de kern van onze missie. Eigenlijk bijzonder belangrijk in een tijdperk van snel veranderende thematiek, drang naar innovatie, samenwerking met het bedrijfsleven en andere hypes. Toch is daar nauwelijks ruimte meer voor. Decennia opbouwwerk, investeringsrisico’s en vallen en opstaan past niet meer in een tijdperk van resultatenraces en besneden budgetten. Ons partnerbestand wordt onmiskenbaar opgeschud. Langdurige relaties worden herzien en we gaan op zoek naar meer jongs en vernieuwends dat bovendien snelle resultaten boekt.

Ik ben geen fan van het infuus, maar ook niet van de gedachte dat een ontwikkelingsorganisatie zichzelf overbodig maakt. Natuurlijk moet dat dorp zich ooit zelf kunnen bedruipen, maar ‘de mens is slecht – het wordt nooit wat met de wereld’, zoals een Malinese vriend me tijdens onze discussies regelmatig voor de voeten werpt. Kritisch tegengeluid van het maatschappelijk middenveld zal altijd nodig zijn. Tenslotte kan een succesvol belobbyde bestuurder na een paar jaar plaatsmaken voor een rechts gemutste elitelikker. Dan begint het spel weer van vooraf aan. Als lerend vermogen, innovatie en relevantie de gezapigheid te boven blijven, kan een partner wat mij betreft levenslang zinnig ontwikkelingswerk doen. En met zo’n partner wil ik dan ook best een tijd getrouwd zijn.

 

KADERTEKST

Bamako Bonjour! Over heethoofden, hulp en humor in crisistijd 

‘Dat is als het aanbieden van een biertje aan een alcoholist die heeft gezegd te willen stoppen’, was de oprecht boze reactie van moeder Stravens toen haar dochter Manon werd gevraagd om nog één contractverlenging bij te tekenen in Bamako.

Bamako Bonjour! gaat over het dagelijks leven en de volle werkweek van een jonge ontwikkelingswerker in Mali. Met humor, een kritische pen en veel bitterzoete glaasjes thee schetst Manon Stravens een tijdsbeeld van bijna vier jaar ontwikkelingssamenwerking in het veld. Hoe gaat deze ‘principefundamentalist’ om met pesterige politiemannen en het fenomeen huispersoneel? Hoe doet ze haar werk in een tijd van kritische debatten en besneden budgetten?

Manon Stravens vertelt zowel over de hoofdpijndossiers en als de inspirerende heethoofden die ze tijdens haar dienstreizen ontmoet. Ze kijkt voetbal met de familie van de Malinese sterspeler Seydou Keita en bestudeert de culturele kroontjes van Mali met een antropologische blik. Ondertussen raakt het land in een zware crisis en interveniëren de Franse troepen. Kan ze haar werk nog wel blijven doen?

Stravens is program officer op ICCO’s regiokantoor West-Afrika; verantwoordelijk voor ontwikkelingsprogramma’s in Ghana, Sierra Leone en Kameroen (sinds 2009). Ze woont nu nog steeds in Bamako, Mali.

Dit boek GRATIS ontvangen? Word abonnee!

Auteur
Vice Versa

Datum:
06 mei 2013
Categorieën: