Wat de wereld verdient – een knap staaltje ‘framing’

Afgelopen maandag organiseerden OneWorld en NCDO het tiende OneWorld Live debat in het Humanity House in Den Haag met als thema ‘De toekomst van de OS’.  Een van de onderdelen was deze column van Lieke Ruimschoot. Lieke legde uit hoe minister Ploumen in haar nota slim gebruik heeft gemaakt van framing, waardoor een schitterende analyse niet in daden is omgezet.

Goedenavond dames en heren. Ik wilde dit podium graag gebruiken om mevrouw Ploumen te complimenteren. Zij verdient namelijk lof voor de voortreffelijke manier waarin zij in de nota ‘wat de wereld verdient’ gebruik heeft gemaakt van de overtuigingstechniek bekend als framen. U kent het wel: een spreker verbindt een onderwerp, door gebruik van bepaalde woorden en beelden, aan aspecten waar wij als toehoorders een positieve of negatieve associatie bij hebben. Op die manier krijgt het onderwerp voor ons zelf ook die positieve of negatieve bijsmaak.

Tot in de puntjes

Ploumen beheerst deze techniek tot in de puntjes. Laten we eens kijken. We beginnen met de markt, op de sterfdag van Margaret Thatcher wel zo toepasselijk. Al vrij in het begin stelt de nota: De markt is niet perfect. Toch is zij onmisbaar in de strijd tegen armoede. Met deze simpele toevoeging verklaart de minister dat er, in tijden van crisis en bezuinigingen, wél een éxtra pot wordt ingericht voor ondernemers die willen investeren of exporteren. Het Dutch Good Growth Fund is daarbij de kers op de slagroomtaart. Tussen neus en lippen door wordt genoemd dat het beheer van het fonds níet bij BuZa zal komen te liggen.

U vraagt zich af, wat is er dan nog ‘ontwikkelingssamenwerking’ aan? Inderdaad, weinig. De ondernemers moeten voldoen aan een set MVO-richtlijnen waarbij de administratieve lasten tot een minimum worden beperkt.

Een tweede frame: we houden allemaal niet van ‘stapeling’ van regels en ‘red tape’. Uit ervaring weten wij bij de Fair, Green & Global Alliance helaas dat dit betekent dat een simpele handtekening onder een verklaring dat men van de OESO richtlijnen heeft gehoord, al voldoet om voor financiering in aanmerking te komen.

Het systeem waarmee Nederland nu investeert in ontwikkelingslanden via FMO, en exportkredieten verleent via Atradius, voldoet dan ook niet aan de eisen aan het bedrijfsleven die de minister in haar analyse wel onderschrijft. Dit leidt onbedoeld tot schendingen van mensenrechten en vernietiging van leefgebied, met Nederlands geld.

Waakhond

In plaats van hier de verantwoordelijkheid als overheid voor te nemen, hoopt de minister dat de maatschappelijke organisaties hun rol als waakhond zullen oppakken. Dat klinkt alweer mooi (derde frame), maar met welke tanden mogen die honden straks bijten? Als dit niet gepaard gaat met overheidsbeleid, inclusief een duidelijk GO/NO GO moment voor de investeringen van bedrijven, dan vrees ik dat de organisaties meer een blaffend kefhondje, dan een wakende pitbull zullen zijn.

Tot slot het vierde en misschien wel meest stuitende frame dat Ploumen aanwendt, is de Internationale Publieke Goederen. Wat verstaan we hier normaal gesproken onder? Meestal zaken waar iedereen aanspraak op moet kunnen maken; denk aan lucht, water, kennis. Maar Ploumen definieert haar publieke goederen nét iets anders, namelijk als grensoverschrijdende kwesties die landen alleen samen kunnen aanpakken. En zo kan het dat handel ineens bovenaan haar lijst staat; vrijhandel wel te verstaan. Dus terwijl onze natuurlijke hulpbronnen in hoog tempo worden geplunderd door ongereguleerde economische activiteiten en speculatieve investeringen, kiest Ploumen nadrukkelijk voor de weg van de vrijhandel.

Niet in daden omgezet

Kortom, we hebben vier frames voorbij zien komen: de markt die niet perfect is maar wel voorrang krijgt, de administratieve lasten die moeten worden teruggedrongen, de waakhond rol die maatschappelijke organisaties moeten uitvoeren maar waar zij niet door overheidsbeleid bij worden gesteund, en de internationale publieke goederen waar Ploumen voor het gemak handel ook toerekent. Een prachtige analyse wordt hiermee helaas niet in daden omgezet.

Tot slot het overkoepelend frame: de titel. Wat de wereld verdient. Misschien had ‘wat Nederland verdient aan de wereld’ de lading beter gedekt?

Lieke Ruijmschoot is PME coördinator van de Fair, Green & Global alliantie, een samenwerkingsverband van Both ENDS, Milieudefensie, ActionAid, de Schone Kleren Campagne, SOMO en TransNational Institute (TNI). Zij schrijft een maandelijkse column op ViceVersaOnline als @digilieke.

Auteur
Selma Zijlstra

Datum:
12 april 2013
Categorieën: