‘Stuitende uitspraken Ploumen in Volkskrant gaan wel heel ver’

Minister Ploumen deed afgelopen zaterdag in een interview in de Volkskrant een aantal stoutmoedige uitspraken over de toekomst van ontwikkelingssamenwerking en de kritiek die ze kreeg in Vice Versa #01. Ontwikkelingssamenwerking zal volgens haar verdwijnen en alle kritiek op haar beleid doet ze af als ‘ouderwets’. Roman Baatenburg, werkzaam bij Hivos, en Paul Hoebink, buitengewoon hoogleraar Ontwikkelingsstudies in Nijmegen,  vinden deze uitspraken van Ploumen wel heel ver gaan.

Lilianne Ploumen, minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, bezocht eind februari Ethiopië met een economische missie. In haar kielzog een tiental Nederlandse ondernemers die graag ondersteund willen worden met ontwikkelingsgeld van de Nederlandse overheid, wanneer ze gaan investeren in het voorheen straatarme Ethiopië. Naar aanleiding van dit bezoek deed zij in de Volkskrant een aantal opmerkelijke uitspraken over de toekomst van ontwikkelingssamenwerking. Ook maakt ze hier van de gelegenheid gebruik om flink uit te halen naar Vice Versa door de kritiek die zij kreeg van experts in vakblad Vice Versa #01 af te doen als ‘ouderwets’.

‘Nederlandse ondernemers maken winst in Ethiopië, maar bieden ook werkgelegenheid aan de lokale bevolking, met fatsoenlijke salarissen en soms zelfs een bord eten op de werkplek. Daar wordt iedereen beter van’, zegt Ploumen bijvoorbeeld in het interview met Volkskrant.

‘Extreme uitspraken door euforie van bezoek’

Roman Baatenburg, oud-journalist voor Trouw in Oost-Afrika en tegenwoordig persvoorlichter bij Hivos, zegt in een reactie aan Vice Versa ‘ontsteld’ te zijn over de uitspraak. ‘Alsof je je nieuwe werknemer trakteert op een blik bonen, zoals Ploumen het stelt.’ Ook over de ‘fatsoenlijke salarissen’ valt er volgens Baatenburg nogal wat te nuanceren.  ‘Als je 100 procent boven het minimumloon gaat zitten, kom je in Ethiopië nog op zo’n twee euro per dag uit. Gemeten naar lokale standaarden doen wij het heel goed, maar betaal je daarmee als ondernemer dan ook een fatsoenlijk salaris? Ik vind het heel ver gaan om dat te beweren.’

Ook Ton Dietz heeft  zijn twijfels bij de onstuimigheid van Ploumen, zo blijkt uit zijn reactie in het stuk in de Volkskrant. De hoogleraar Afrikaanse ontwikkeling en directeur van het Afrika Studiecentrum – normaal gesproken supporter van het combineren van hulp en handel – lijkt nu sceptisch tegenover Ploumen’s enthousiasme te staan. Over haar uitspraken in de Volkskrant zegt hij:  ‘Dit is extremer dan ik het haar tot nu toe heb horen zeggen. Het is wellicht ingegeven door de euforie van zo’n bezoek, maar niet verstandig gezien de politieke betekenis van haar functie.’

‘Investeerders profiteren van lagelonenlanden’

Roman Baatenburg van Hivos twijfelt ook aan het zogenaamd maatschappelijk verantwoord ondernemen van de ondernemers in lagelonenlanden als Ethiopië. ‘Er wordt gesproken over handel, maar dat is inmiddels een containerbegrip geworden. Zo’n bierbrouwer of rozenteler is geen handelaar, dat zijn investeerders. Investeerders die profiteren van de lagelonenlanden. Als iemand daar investeert en dat komt ten goede van de lokale bevolking door het scheppen van banen en dergelijke, dan vind ik dat fantastisch. Wat ik heel erg stuitend vind is het hebben over fatsoenlijke salarissen als je weet dat daar niet meer dan een dollar per dag wordt uitbetaald. En daar moeten gezinnen van leven. Het is de verantwoordelijkheid van de minister om dit soort uitspraken te nuanceren. In plaats daarvan doet ze de uitspraken veel te snel en te gemakkelijk, zonder nuance. Het creëren van banen is de motor achter meer welvaart, maar dat moet wel onder voorwaarden en is afhankelijk van erg veel factoren.’

‘Ploumen komt met losse klodders verf’

Ploumen doet daarnaast nog een aantal stoutmoedige uitspraken in het interview met de Volkskrant over de kritiek van verschillende experts in Vice Versa #01. Econoom Paul Collier noemde de combinatie van hulp en handel daar een ‘giftige mix’ en Paul Hoebink zei in zijn column dat enige bescheidenheid de minister wel zou sieren omdat Ploumen beweerd had de eerste minister in de Nederlandse geschiedenis te zijn die oog heeft voor de combinatie hulp en handel. Ploumen noemt Hoebink en Collier daarop ‘ouderwets’ en vindt dat beide heren ‘in de jaren zestig’ zijn blijven hangen. Ook daar is Baatenburg het niet mee eens. ‘Het is juist goed dat er in Vice Versa wordt gesteld dat hulp en handel niet automatisch in elkaars verlengde liggen. Ouderwets kun je die kritiek niet noemen, Ploumen had gewoon wat beter moeten lezen voor ze deze reactie gaf.’

Ook Hoebink is het absoluut niet eens met de term ‘ouderwets’: ‘Politici denken vaak dat ze er met een stempeltje plakken op het voorhoofd van een criticus vanaf zijn. De stempel ‘ouderwets’ is dan een heel populaire, want je suggereert dan dat je zelf heel modern en vernieuwend bent.’

Vernieuwend is Ploumen volgens Hoebink allerminst. ‘Ik kan slechts constateren dat minister Ploumen nieuwigheid suggereert over zaken die al vijftig jaar tot het terrein van de ontwikkelingssamenwerking behoren. Het punt is juist dat Nederland hierop is weggezakt. Op het terrein van beleidscoherentie hoor je Nederland niet meer en op het terrein van handelsbevordering van ontwikkelingslanden hebben we ook al heel lang niets origineels vernomen. Minister Ploumen zal toch met heel wat anders moeten komen dan met losse klodders verf.’

Auteur
Selma Zijlstra

Datum:
04 maart 2013
Categorieën: