De beruchte EPA’s zijn terug: ‘Vrijhandelspolitiek is geen ontwikkelingsbeleid’

Handel biedt veel kansen voor ontwikkelingslanden, zeggen de voorstanders van de combinatiepost van Lilianne Ploumen. Maar dat handel en ontwikkeling niet altijd samengaan, bewijst de moeizame ontstaansgeschiedenis van de European Partnership Agreements (EPA’s). Deze vrijhandelsakkoorden zouden wel eens een groot obstakel kunnen vormen voor de opbouw van eigen industrieën in ontwikkelingslanden, menen drie handelsexperts die in het nieuwste nummer van Vice Versa een het woord komen. Ook díe kant van handel hoort bij de nieuwe functie van minister Ploumen, vinden zij.

In 2016 moeten de ACS-landen (in Afrika ten zuiden van de Sahara, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan) de EPA’s hebben ondertekend. Anders verliezen ze hun huidige preferentiële toegang tot de Europese Unie, die deze voormalige koloniën genieten. Maar vele ACS-landen verzetten zich tegen de vrijhandelsakkoorden, waar al sinds 2000 over wordt onderhandeld. Ze vereisen namelijk dat ook de ACS-landen hun markten openstellen voor Europese producten. En daar is nog niet iedereen klaar voor. Ondanks de kritiek, blijft de Commissie volharden.

Volgens de Europese Commissie zou er ‘duurzame groei en vermindering van armoede’ gerealiseerd worden met de EPA’s. De Commissie slaat echter de plank mis, denkt Mirjam Vander Stichele, onderzoekster bij SOMO. ‘Vrijhandel is geen ontwikkelingsbeleid. De ACP-landen willen best een handelsakkoord sluiten, maar wel een waarmee ze de voorwaarden kunnen scheppen waaronder handel leidt tot ontwikkeling. EPA’s beperken die politieke ruimte.’

Vander Stichele vindt het onterecht dat ACS-landen hun markten moeten openstellen voor Europese producten. ‘Landen moeten liberaliseren, maar staan economisch niet op gelijke voet met Europa. De akkoorden bieden onvoldoende ruimte om te kijken hoe ver zo’n ontwikkelingsland is en of het al kan concurreren met Europa.’

Bovendien valt er een belangrijk inkomstenbron weg als er geen importtarieven meer geheven mogen worden over goederen vanuit de EU, zegt Gerrit Faber, universitair hoofddocent internationale economie en Europese integratie aan de Universiteit Utrecht. Landen hebben vaak een slecht ontwikkeld belastingsysteem, en inkomsten uit importen zijn op het moment nog heel belangrijk.

Ook de onderlinge integratie zou bemoeilijkt worden door de EPA’s. ‘De Europese Commissie heeft de ACS-landen in zes regionale blokken opgeldeeld, maar respecteerde daarmee niet wat zxich in die regio’s zelf aan het vormen was. De EPA’s hebben enorme verdeeldheid gezaaid in Afrika.’

Dat er ook haken en ogen zitten aan de markttoegang tot westerse landen die in de EPA’s worden beloofd, maakt Sander van Bennekom, lobbyist bij Oxfam Novib, duidelijk. ‘De kwaliteitseisen van supermarkten zijn enorm streng. Dat is voor veel producenten uit ontwikkelingslanden niet te betalen. Kwaliteitsafspraken moeten gekoppeld worden aan capaciteitsopbouw om de producenten daar te helpen aan de standaarden te voldoen. Hoe er nu een verdeel-en-heersspelletje wordt gespeeld, namelijk overheidsakkoorden op tarieven en private akkoorden over kwaliteitsstandaarden, is buitengewoon problematisch.’

De uitspraken van minister Ploumen tot nu toe, waarin ze pleit voor vrije markttoegang van ontwikkelingslanden tot de Europese markt, vindt Van Bennekom dan ook te algemeen. ‘De voordelen zijn beperkt als onze investeerder daar met goedkope arbeid bloemetjes telen en die vervolgens naar Aalsmeer brengen. Wat wel werkt, zijn cooperaties van kleine producenten die worden ondersteund in het produceren voor de markt.’

Hulp en handel  biedt mogelijkheden

Over de nieuwe ministerpost Internationale Hulp en Ontwikkelingssamenwerking zijn Vander Stichele en Van Bennekom verwachtingsvol, maar ook bevreesd. Vander Stichele: ‘Het is goed dat die twee posten worden samengetrokken, maar het wordt keihard knokken voor Ploumen om invloed op de vrijhandelsakkoorden op de ministerraad en de EU uit te oefenen.’ Van Bennekom ziet ook kansen in de nieuwe portefeuille. ‘Het voordeel is dat de ambtenaren van de twee posten nu op één gang zitten en ze tot een gemeenschappelijk standpunt moeten komen.’ Gevaar ziet hij daarnaast op de loer liggen. ‘De coherentie moet in evenwicht blijven. In het verleden werd Ontwikkelingssamenwerking vaak overgelopen door Economische Zaken, door het verdedigen van nationale belangen.’

De uitkomst voor een goede coherentie in de nieuwe ministerspost is volgens hen een kritische maatschappelijke sector. ‘Die kan de regering scherp houden’. De tijden dat de EPA-onderhandelingen onverdeeelde aandacht kregen in  de sector lijken echter voorbij. Van Bennekom kan dat wel verklaren. ‘Er zijn harde klappen gevallen, met name op de lobby-afdeling. Daarnaast vertoont de sector kuddegedrag door dezelfde thema’s te behandelen. Er is druk om snel te scoren met een simpele boodschap.’

Verder moet er volgens de gesprekspartners gekeken worden naar het scala aan economische spelregels. Vander Stichele: ‘Staar je als organisatie niet blind op die vrijhandelsverdragen, maar kijk ook naar alle begeleidende maatregelen eromheen.’ Het gaat dan om belastingverdragen, landjepik, de duurzaamheidsagenda en om afspraken over eerlijke prijzen, voedselspeculatie en samenwerking op het gebied van mededinging.

Faber concludeert: ‘De ministerspost biedt mogelijkheden om ontwikkeling en handel te combineren, maar dan moet je die brede visie van ontwikkelingssamenwerking wel vertalen in al die technische details. Dat is monnikenwerk.’

Het hele artikel lezen? Neem dan een abonnement op Vice Versa en krijg dit nummer nagestuurd!

Lees ook meer over de EPA’s in de volgende artikelen:

Terug van weggeweest: de Economische Partnerschap Overeenkomsten

Economische Partnerschap Overeenkomsten: Ongelijke spelers op een gelijk veld

 

 

 

 

Auteur
Selma Zijlstra

Datum:
21 februari 2013