‘Het is een misvatting dat handel makkelijk combineert met ontwikkelingssamenwerking’

De nieuwe dubbelfunctie van Lilianne Ploumen – minister voor Ontwikkelingssamenwerking en Handel – kan erg nadelig uitpakken. Verschillende kenners op het gebied van politiek en ontwikkelingssamenwerking zijn het hier over eens, zo blijkt uit de nieuwe editie van vakblad Vice Versa die vandaag is verschenen.

Minister Ploumen voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft een nieuwe portefeuille, die handel en ontwikkelingssamenwerking combineert. Internationaal bekend ontwikkelingseconoom Paul Collier keurt het huidige Nederlandse beleid om handel te combineren met ontwikkelingshulp sterk af. Collier noemt het een potentiele ‘toxic brew’. Deze zogenaamde giftige combinatie zou aan haar doel voorbijstreven, omdat het oneerlijke competitie en inefficiëntie bij lokale bedrijven in de hand zou werken. ‘Door de twee tegengestelde belangen te combineren zal Nederland het Chinese model van buitenlandpolitiek volgen, dat handelsbelangen vermomt als ontwikkelingshulp.’

Ook hoogleraar ontwikkelingsstudies Paul Hoebink, GroenLinks-fractievoorzitter Bram van Ojik en VNO-NCW-voorzitter Bernard Wientjes voorzien veel problemen. Zo zou er sprake zijn van belangenconflicten vanuit de partners in het kabinet VVD en PvdA. Van Oijk: ‘Beide partners in het kabinet zullen een andere invulling aan het beleid willen geven. Voor de VVD betekent de combinatie dat we bij ontwikkelingssamenwerking ook steeds de handelsbelangen van Nederland een rol laten spelen. Voor de PvdA ligt het juist omgekeerd.’ Wientjes erkent dit gevaar en vreest ervoor dat ontwikkelingssamenwerking het ondergeschoven kindje in Ploumen’s portefeuille gaat worden: ‘De minister vertegenwoordigt ook het eigenbelang van het Nederlandse bedrijfsleven. Bovendien daalt het aantal ontwikkelingslanden en stijgt het aantal transitielanden.’

Verder zal Ploumen volgens Hoebink en Wientjes nauw moeten letten op een correcte takenscheiding. Hoebink: ‘Bij handel gaat het om Nederlands eigenbelang, bij ontwikkelingssamenwerking om heel andere dingen. Het is een misvatting om te denken dat dat heel makkelijk combineert. De combinatie levert altijd inherente spanningen op.’ Wientjes: ‘Ga niet over ontwikkelingssamenwerking praten als je op handelsmissie bent.’

Een ander obstakel is het  gebrek aan interesse in het buitenland bij Nederlandse bedrijven. Hoebink: ‘De minister is vooral druk bezig een nieuw instrumentarium op te tuigen waarmee Nederland zijn economische belangen ook in ontwikkelingslanden kan bevorderen. Maar in het verleden hebben Nederlandse bedrijven heel weinig gebruik van gemaakt van dit soort regelingen, omdat ze veel te ingewikkeld waren om interessant te kunnen zijn.’

Om echt samenhang te creëren zal Ploumen zich volgens de deskundigen op een aantal zaken moeten focussen, zoals toezicht op maatschappelijke verantwoordelijkheid bij bedrijven. Van Ojik: ‘Juist omdat ze minister van Handel én Ontwikkelingssamenwerking is heeft ze hier een unieke kans.’ Verder is het bevorderen van opkomende economieën volgens Wientjes nu ook een belangrijke taak die Ploumen zou moeten oppakken, door het bedrijfsleven en de middenklasse lokaal te stimuleren in plaats van Nederlandse bedrijven te stimuleren om zich daar te vestigen.

‘Je zult altijd keuze moeten maken voor een perspectief. Welk belang staat er voorop?’, stelt Van Ojik. ‘Ploumen zal kleur moeten bekennen. En ik weet zo net nog niet wie er dan aan het langste eind gaat trekken.’

Auteur
Vice Versa

Datum:
20 februari 2013
Categorieën: