Religieuze leiders en ontwikkelingssamenwerking

Brenda Bartelink zag hoe Desmond Tutu zijn eredoctoraat van de Rijksuniversiteit Groningen in ontvangst nam. Ze vraagt zich naar aanleiding van deze gebeurtenis af wat ontwikkelingsorganisaties kunnen met een religieus leider als Tutu. Volgens Bartelink onderstreept dit soort leiderschap onder meer het belang van een breder en dieper verhaal.

Zware houten kerkdeuren zwaaien open en een lange stroom mannen en (ook enkele) vrouwen schrijden in hun lange toga’s richting het altaar van een volle kerk. Ik ben niet in Ethiopië deze keer, maar bij mijn alma mater, de Rijksuniversiteit Groningen. Het ritueel is ook niet religieus, maar academisch, al moet ik eerlijk toegeven dat het verschil tussen de twee er weinig toe doet op het moment dat de stroom professoren in een overvolle Martinikerk langs me trekt.

Eén man valt op in de stroom, een kleine Afrikaanse man met een paars priesterhemd onder zijn toga en een groot kruis om zijn nek. Het is de Anglicaanse aartsbisschop Desmond Tutu die een eredoctoraat ontvangt voor zijn bijdrage aan transitie en verzoening in Zuid-Afrika na de apartheid. Hoe kunnen we Desmond Tutu’s bijdrage aan waarheid en verzoening in Zuid-Afrika begrijpen? En dan vooral zijn rol als gelovige en religieus leider? En wat kunnen ontwikkelingsorganisaties die betrokken zijn bij veranderingsprocessen en vredesopbouw daar eigenlijk mee?

Charisma

I was involved because and not despite of being religious’, zegt Tutu er zelf over. Maar tegenover Tutu als positief rolmodel, staan natuurlijk vele voorbeelden van religieuze leiders die juist op basis van religie geweld legitimeren. De conclusie dat religie meerdere kanten heeft, positieve en negatieve, is te makkelijk. Belangrijker is de vraag onder welke voorwaarden religieuze leiders katalysatoren zijn van geweld of verzoening. Allereerst moeten we daarom stilstaan bij leiderschap op zich. Een belangrijk aspect van leiderschap is charisma. Hierin zijn zowel politieke als religieuze aspecten verenigd volgens de beroemde socioloog Max Weber. Cruciaal voor het hebben van charisma is de erkenning van het leiderschap door volgelingen. ‘What is a leader without his followers and where would Desmond Tutu have been without people that accepted his leadership?’, in Tutu’s eigen woorden.

Religieuze leiders hebben weinig kans om tolerantie en vrede te promoten in een omgeving waarin sociale, economische en politieke omstandigheden dit verhinderen, stellen Timothy Sisk en de andere auteurs van een boek over religieus leiderschap en conflict. Een maatschappelijke basis voor tolerantie en vrede is dus enorm belangrijk. Wat is dan de betekenis van religie in religieus leiderschap? Volgens Sisk en zijn coauteurs in Between Terror and Tolerance heeft vrede heeft een bredere basis nodig dan alleen een rechtenbenadering. Religieuze leiders kunnen bijdragen aan het verdiepen van noties van tolerantie, omdat ze zijn ingebed in een breder en dieper verhaal. Zo draagt het in een samenleving bij aan het verbinden van mensen ondanks, of met oog voor, hun verschillen.

Menselijk

Tutu voegt hier in zijn dankwoord nog iets aan toe. Namelijk dat zijn pleidooi voor vergeving en verzoening geworteld is in een diep besef dat hij wellicht ook geweld had gebruikt in een andere rol. Dat maakt hem menselijk, terwijl zijn paarse priesterhemd en kruis ons er voortdurend aan herinneren dat zijn rol (ook) een andere is. Zijn religieus leiderschap in transitie en verzoening in Zuid-Afrika is dus gebaseerd op zijn vermogen te begrijpen en tegelijk andere keuzes te maken, op zijn menselijkheid en zijn omarming van het gezag dat bij leiderschap hoort.

Naast Tutu zijn er ook andere religieuze leiders die opvallen door hun inzet voor meer gelijkheid, rechtvaardigheid en verzoening. De Anglicaanse priester Gideon Byamugisha is een ander voorbeeld. Hij kwam als eerste religieus leider er openlijk voor uit dat hij hiv-positief is. Op 12 december reflecteert hij in een publiekslezing op zijn positie als rolmodel voor mensen die leven met hiv/aids.

De vaak negatieve beeldvorming rondom religieus leiderschap in Nederland, heeft ontwikkelingsorganisaties er gelukkig niet van weerhouden met religieuze leiders samen te werken. De High Level Religious Leaders Summit die in 2010 in Den Dolder gehouden werd op initiatief van Cordaid is een voorbeeld. Het bracht religieuze leiders samen met Nederlandse ngo’s, VN-organisaties en de Nederlandse overheid rondom het thema hiv/aids. Ook ken ik voorbeelden van lokale programma’s en projecten waarbij religieuze leiders actief worden betrokken.

Breder en dieper verhaal

De erkenning van de rol die religieuze leiders kunnen spelen in verzoening en sociale verandering is belangrijk. Maar wat een verkenning van de betekenis van religieus leiderschap ook laat zien, is het belang van een breder en dieper verhaal. Ik ben het dan ook eens met Bodelier die in het kader van het Smart Aid-debat stelde dat identiteit en een morele boodschap cutting edge is. Wat mij betreft kunnen Nederlandse ontwikkelingsorganisaties hierin nog veel van religieuze leiders als Desmond Tutu leren!

Auteur
Brenda Bartelink

Datum:
05 december 2012
Categorieën: