Boekrecensie: Pepijn geeft zich gewonnen

Pepijn Vloemans (1984) reisde als rugzakker twee maanden door de Hoorn van Afrika en schreef daar een boek over met de ironische titel Wat hebben we weer genoten.

Met een rugzak door Afrika reizen was veertig jaar geleden een reis zonder mobiele telefoon, zonder Lonely Planet en zonder een opdringerige toeristenindustrie die likkebaardend klaar staat om alle problemen en ongemakken voor je op te lossen. Voordeel van dit onbeschermde reizen was dat je Afrika echt leerde kennen, dat je veel boeiende mensen tegenkwam en in allerlei gekke en soms gevaarlijke situaties terecht kwam.

Het is een wijze van reizen die Pepijn wel aanstaat en hij doet dan ook alle moeite om de zegeningen van de toeristenindustrie te ontlopen. Zijn reis door onder andere Ethiopië, Soedan en Eritrea is een aaneenschakeling van slaapplaatsen vol kakkerlakken, onbetrouwbare gidsen, vrolijke Afrikanen die hem geld aftroggelen, stinkend hete bussen die te laat of helemaal niet wegrijden, boeiende gesprekken met excentrieke eeuwig rondtrekkende alleenreizigers en politieke discussies met Afrikaanse studenten en docenten.

Geen nep avonturier

Pepijn worstelt met zijn verlangen onder te duiken in de Afrikaanse werkelijkheid en zijn gewenning aan de westerse bestaanszekerheid. Het liefst zou hij alles willen loslaten en als een 18e eeuwse ontdekkingsreiziger door Afrika trekken, maar zijn mobieltje en zijn Lonely Planet gooit hij niet weg. Ik wil geen nep avonturier zijn, schrijft hij, geen slachtoffer van een reisgids die me naar dezelfde plaats en hetzelfde monument loodst.

Hij kan genieten van de Afrikaanse vrolijkheid, maar tegelijkertijd haat hij de rondslingerende rotzooi en de onverzorgdheid en triestheid van smerige hotels. Met heerlijke zelfspot en een behoorlijke dosis ironie beschrijft hij zijn reisavonturen. Tussen de belevenissen door mag hij ook graag citeren uit de reisverhalen van beroemde voorgangers als Evelyn Waugh en Gustave Flaubert.

Als de rotzooi, de opdringerige bedelaars, de vrolijke oplichters en nepgidsen hem te veel worden, kan hij dagen lang onderduiken in chique dure hotels. Daar ontmoet hij dan, als uitlopers van de westerse beschaving, horden ontwikkelingswerkers, onderzoekers, zakenlieden en diplomaten.

Ernstig ziek

Pepijn weet dat hij ooit weer terug moet naar de Nederlandse wereld van vaste arbeidsovereenkomsten, pensioenregelingen en sociale zekerheid, maar zijn hart trekt naar de onrust van het reizen. Ergens naar toe gaan, zo schrijft hij, onderweg zijn, reizen van A naar B, is toch altijd beter dan niet onderweg zijn. Zijn reis eindigt op het moment dat hij ernstig ziek wordt. Koortsig en verzwakt schuifelt hij het kantoor van een vliegtuigmaatschappij binnen en koopt een ticket naar huis. De laatste zin van zijn boek luidt: ‘Ik geef me gewonnen.’

Pepijn heeft een meeslepend reisverhaal geschreven. Zonder honger, armoede en burgeroorlog te verdoezelen laat hij de lezer meedenken en meereizen in een Afrikaanse werkelijkheid die door de media zelden vernoemd wordt. Tegelijkertijd is zijn verhaal het verhaal van een man die verliefd is op het warme chaotische en soms onnavolgbare Afrika, maar uiteindelijk met zijn verstand kiest voor de koele overzichtelijkheid en rechtszekerheid van de westerse beschaving. Het is een emotionele tweestrijd die voor veel nieuwsgierige mensen herkenbaar zal zijn.

Wat hebben we weer genoten, auteur: Pepijn Vloemans, uitgever: Querido, uitgave: paperback, 216 blz., ISBN: 978-90-214-4260-0

Auteur
Jeroen Aerts

Datum:
21 december 2012
Categorieën: