‘Ongemakkelijke kanten transnationalisme’

De Groningse nomade Brenda Bartelink is onderweg naar de Randstad en vraagt zich af wat de invloed is van nationale grenzen op ontwikkelingssamenwerking. Wordt de ontwikkelingssector beïnvloed door methodologisch nationalisme waarin ze er vanuit gaat dat nationale grenzen natuurlijke grenzen zijn?

Als ik deze column begin, ben ik van mijn woonplaats onderweg naar de Randstad, Den Haag om precies te zijn. Woonachtig in Noord-Nederland heb ik deze reis al vele malen gemaakt. Het hoort erbij, zo vind ik. Eén keer bezocht ik een conferentie in Rotterdam waar zeker de helft van de deelnemers afkomstig was uit het buitenland, en dan niet Duitsland of België, maar Pakistan en Kenia. Ik kreeg er applaus toen ik in een workshop vertelde dat ik uit Groningen kwam. Ik voelde me een soort nomade, exotisch en vreemd.

Van zomergast Lidewij Edelkoort leerde ik dat ik mijn tijd vooruit ben. Volgens de trendforecaster worden wij namelijk steeds meer nomaden. Ik moet toegeven dat ik wel gecharmeerd ben van de visies die Edelkoort ons voorschotelde die avond, mijn persoonlijke band met stad én platteland lijkt opeens niet meer een toevallige uitkomst van een aantal persoonlijke keuzes. Maar ik ben ook sceptisch, want is het beeld van de nomade dat zij die avond schetste niet veel te romantisch? Het is in ieder geval in niets te vergelijken met de nomadische Rashaayda’s die in het grensgebied van Soedan en Eritrea leven. Deze mensen en hun worsteling met de strikte grenzen van de natiestaat dat hun nomadische leven wreed verstoord, zijn prachtig in beeld gebracht door visueel antropologe Metje Postma.

Methodologisch nationalisme

Wat is de invloed van de nationale grenzen op ontwikkelingssamenwerking? Zijn ontwikkelingsprofessionals ook een soort moderne nomaden à la Edelkoort? De vraag die daarbij hoort, is hoe transnationaal ontwikkelingssamenwerking eigenlijk is. Cultureel antropologe Nina Glick Schiller doet onderzoek naar transnationalisme en migratie en verdiept zich in de transnationale religieuze banden van Afrikaanse diasporagemeenschappen. Zij stelt op basis daarvan vast dat veel sociaalwetenschappelijk onderzoek naar migratie er vanuit gaat dat nationale grenzen natuurlijke grenzen zijn, hun historische en politieke inbedding wordt niet bevraagd. Dit ‘methodologisch nationalisme’ zoals Glick Schiller het noemt, leidt ertoe dat we migranten slechts als hulpvragers of gelukszoekers beschouwen. Dat sommigen van hen Nederland juist als missiegebied beschouwen, blijft bijvoorbeeld buiten beschouwing.

Wordt de ontwikkelingssector ook beïnvloed door methodologisch nationalisme? Het transnationale karakter van ontwikkelingssamenwerking wordt vooral gekleurd door bewegingen van Noord naar Zuid. Zo zijn ontwikkelingsrelaties tenslotte ook vormgegeven. Geld, kennis en mensen gaan van Noord naar Zuid en veel minder andersom. De ongemakkelijke kanten van transnationalisme laten we graag buiten beschouwing. De manier waarop hedendaagse machtsverhoudingen tussen Nederlandse organisaties en die in het Zuiden zijn verweven, met historische beschavingsmissies in de vorm van missie, zending en kolonialisme, wordt nog altijd te weinig erkend.

Circulair

In discussies over de N van NGO, zoals die ook op deze website zijn gevoerd, zie ik ook een toenemende bewustwording van de beperkingen die een nauwe band met een nationale overheid met zich meebrengt voor maatschappelijke organisaties. De constatering dat migranten een vergeten potentieel zijn in ontwikkelingssamenwerking, behelst ook kritiek op het beperkte transnationalisme van de sector. Diasporagemeenschappen zijn misschien wel veel beter in staat om op gelijkwaardige basis samen te werken met organisaties en gemeenschappen in ontwikkelingslanden dan traditionele ontwikkelingsorganisaties. En zoals Klaas Molenaar terecht stelt, moet migratie dan niet lineair, maar circulair worden opgevat. Als religiewetenschapper ben ik natuurlijk bijzonder nieuwsgierig naar hoe religie een rol speelt in de ontwikkelingsinitiatieven van transnationale diasporagemeenschappen, maar daarover in een latere column misschien nog eens meer!

Auteur
Brenda Bartelink

Datum:
08 november 2012
Categorieën: