Holland op z’n smalst

De droom dat met een kabinet van VVD en PvdA de twee kinderen van de Franse Revolutie (vrijheid en rechtvaardigheid) elkaar zouden omhelzen is niet uitgekomen, stelt Hans Beerends. Nederland laat zich van zijn smalste kant zien. Toch is de toenemende afkeer die politiek en maatschappij van ontwikkelingshulp lijken te hebben geen teken dat de internationale solidariteit in Nederland afneemt.

De rijken in Nederland moeten twee á drie procent inleveren. Het budget voor de armen in de wereld is met vijfentwintig procent gekort. En wie schreeuwen er moord en brand: de rijken.

Wat een afgang.

Toen de sociaal-democraten en de liberalen allebei de verkiezingen wonnen, leek het er even op dat de ‘droom van vrijheid’ en de ‘droom van rechtvaardigheid’, de twee kinderen van de Franse revolutie (liberté et egalité) elkaar zouden omhelzen. Maar nee, het mocht niet waar zijn. De droom van rechtvaardigheid beperkte zich tot rechtvaardigheid voor eigen volk en de droom van vrijheid werd ondergeschikt gemaakt aan de droom van een volle portemonnee.

Hoe erg is dat ?

Sceptisch tegenover hulp

Je kan je ergeren aan het teloorgaan van liberale of sociaal –democratische vergezichten, je kan je ook afvragen of een miljard bezuinigen op ontwikkelingshulp zo erg is. Van oudsher stond de derde wereldbeweging nogal sceptisch tegenover de hulp. Hulp was te vaak gekoppeld of ondergeschikt gemaakt aan de belangen van het bedrijfsleven. In de loop der jaren is daar wel verbetering in gekomen, tenminste als ik hoogleraar Paul Hoebink mag geloven, maar er zullen zonder meer delen van de hulp zijn die nauwelijks bijdragen aan de economische verbetering van de allerarmsten, noch een duw geven in het emancipatieproces van deze armen.

Het kan niet genoeg gezegd worden dat de internationale afspraak van 0,7% van het BNP uit de jaren zestig een miniem onderdeel was van een totaalpakket dat gericht was op het afbreken van Westerse tariefmuren, het gedogen van tariefmuren rond arme landen, het terugdraaien van de Europese en Noord-Amerikaanse landbouwsubsidies en het stopzetten van het dumpen van landbouw en veeteeltoverschotten op de Afrikaanse en Aziatische markt. Van het totale pakket is alleen de 0,7% overgebleven en dan nog alleen in een vijftal landen waaronder (tot voor kort) Nederland.

Het laatste bastion van Hollandse solidariteit

Campagnes tegen de miljarden opslurpende landbouwsubsidies, tegen de Westerse tariefmuren en tegen dumping van overschotten waren in de jaren zeventig weinig succesvol en vanwege de ‘onhaalbaarheid’ van deze acties werden ze vanaf de jaren negentig niet meer gehouden. De 0,7% werd zowel voor links als voor rechts een symbool. Voor links was het het laatste bastion van de Hollandse solidariteit, voor rechts werd het een ergerniswekkend symbool van linkse betweterigheid en moralisme waar zo spoedig mogelijk een eind aan moesten worden gemaakt.

In het WRR-rapport Minder pretentie, meer ambitie uit 2010 werd aanbevolen niet krampachtig vast te houden aan de 0,7 %, omdat er ook manieren waren op het gebied van handel die tegemoet kwamen aan de economische wensen van de arme landen. Op zich is dat waar: concessies op het gebied van handel en verlaging van tariefmuren hebben meer effect dan vasthouden aan het symbool. De nieuwe minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, Liliane Ploumen, voorheen directeur van Cordaid, zou ervoor kunnen strijden dit waar te maken

Laten we positief eindigen.

Diepgeworteld fatsoen

Ontwikkelingshulp heeft onterecht, maar soms ook terecht, het imago gekregen van verspilling en het spekken van corrupte regeringen. De afkeer van hulp is dan ook niet altijd een bewijs van de afname van solidariteit. Het aantal mensen dat op een of andere wijze zich inzet voor bestrijding van de armoede is de laatste jaren vertienvoudigd. Het totaal van particuliere projecten en projectjes, de opgang van FairTrade en de reeksen hele of halve liefdadigheidscampagnes geven aan dat er ommezwaai bezig is. Mensen solidariseren zich niet meer vanuit duidelijke politiek-ideologische overwegingen, maar vanuit een diepgevoeld fatsoen.

We hebben het goed, zo wordt geredeneerd, maar we willen het niet goed hebben op basis van kinderarbeid, hongerlonen en slavenarbeid. Het vergroten van deze fatsoenssolidariteit is een vruchtbare voedingsbodem voor de noodzakelijke mondiale veranderingen.

Auteur
Hans Beerends

Datum:
07 november 2012
Categorieën: