Negatieve impact op Millenniumdoelen door hoge voedselprijzen

Waar staan we in het traject om de Millenniumdoelen te behalen? Dat is de centrale vraag waar het Global Monitoring Report 2012, Food Prices, Nutrition and the Millennium Development Goals van de Wereldbank een antwoord op zoekt. De analyse richt zich op de impact van de recente voedselprijsstijgingen. Door hogere uitgaven aan basisvoedsel zijn 48,6 miljoen mensen in een situatie van extreme armoede blijven steken. Bovendien waarschuwt het rapport dat korte prijspieken in voedselprijzen, langdurige negatieve gevolgen hebben, met name op gezondheidsvlak. Zo kan een hele generatie de negatieve gevolgen voelen.

Nog maar drie jaar te gaan en dan wordt de balans opgemaakt of de Millennium Development Goals (MDG’s) gehaald zijn. Dus er is nog maar korte tijd om inspanningen richting die doelen aan te passen. Op 20 april verscheen het Global Monitoring Report 2012, Food Prices, Nutrition and the Millennium Development Goals. Dit rapport, gepubliceerd door de Wereldbank en het International Monetary Fund (IMF), analyseert de impact van de voedselprijspieken in 2007/2008 en 2011 op de millenniumdoelen.

Jos Verbeek, econoom bij de Wereldbank, is de hoofdauteur. Samen met Brad McDonald, verantwoordelijk voor de supervisie van het rapport vanuit het IMF, gaf hij afgelopen donderdag op uitnodiging van het Planbureau voor de Leefomgeving een presentatie over de belangrijkste bevindingen.

On en off track

Centrale vraag is hoe ver we staan in het bereiken van de millenniumdoelen. Om positief te beginnen: twee doelen zijn al bereikt of liggen goed voor op schema. Volgens voorlopige schattingen is het aantal mensen dat moet rondkomen van minder dan $ 1,25 per dag meer dan gehalveerd ten opzichte van 1990. Ook het aantal mensen dat geen toegang heeft tot veilig en schoon drinkwater is reeds met meer dan de helft afgenomen. Andere MDG’s hebben de finish in zicht. De Millenniumdoelen die zich richten op succesvol afsluiten van de lagere school en gendergelijkheid in het primair en voortgezet onderwijs zijn bijvoorbeeld on track.

Echter, op enkele gebieden zijn we nog off track. Met name op het gebied van kinder- en moedersterfte en toegang tot verbeterde sanitaire voorzieningen is nog een slag te maken. Er zijn bovendien grote verschillen per regio en per land. Vooral Sub-Sahara Afrika dreigt enkele doelen niet te halen.

Armoedegrens

Het Global Monitoring Report 2012 analyseert de impact van recente prijspieken in voedselprijzen op armoedebestrijding. Het rapport concludeert dat 48,6 miljoen mensen als direct gevolg van extra uitgaven aan basisvoedsel onder de armoedegrens zijn gebleven. Vooral huishoudens met een vrouw aan het hoofd, levend in stedelijke gebieden en niet actief in landbouw zijn kwetsbaar. Ook boerengezinnen in rurale gebieden ondervinden op korte termijn negatieve effecten. Zij kunnen op middellange en lange termijn wel profiteren van de hogere prijzen, mits ze hun productie kunnen aanpassen aan de nieuwe kansen en mogelijkheden. Echter, al bij al blijft er een negatief effect.

Daarnaast waarschuwt het rapport dat relatief korte periodes van hoge voedselprijzen grote gevolgen kunnen hebben, vooral op het vlak van gezondheidszorg. De voedselcrisis heeft geleid tot een toename in kindersterfte. Bovendien kan een tijdelijke vermindering van voedselinname de ontwikkeling van kinderen op de lange termijn beïnvloeden. Zo kan letterlijk een hele generatie haar kansen op ontwikkeling zien verkleinen. Het is dan ook zaak niet alleen te kijken naar voedselzekerheid, maar ook naar voedingszekerheid, aldus Jos Verbeek. Niet alleen toegang tot voedsel, maar ook het verzekeren van een kwalitatief goed en gebalanceerd voedingspatroon is van belang.

Het rapport onderstreept het belang om ontwikkelingslanden te helpen om te gaan met de negatieve effecten van voedselprijspieken. Het stelt een aantal oplossingen voor: ten eerste moeten ontwikkelingslanden werken aan het opstellen en versterken van sociale vangnetten. Daarnaast moet beleid geformuleerd worden op verschillende gebieden: voeding, landbouw en handel.

Prijsschommelingen

Individuen kunnen niet gedwongen worden om hun beperkte financiële middelen te gebruiken om beter voedsel te kopen. Wel kan er goede voorlichting gegeven worden over het belang van goed voedsel, in het bijzonder voor kinderen in de eerste twee levensjaren. Landbouwbeleid moet gericht zijn op verhoging van de productiviteit, maar tevens juiste informatie verschaffen, zodat boeren een weloverwogen keuze kunnen maken voor de gewassen die ze verbouwen. De markt moet juiste prikkels geven aan producenten. Handelsbeleid kan markten beter integreren. Zo kan vraag en aanbod beter op elkaar aansluiten en prijsschommelingen beperkt worden.

Van de totale Official Development Aid (ODA) in 2010 werd ongeveer 10%, dat wil zeggen 15,9 miljard, gespendeerd aan voedsel, voeding en landbouw. Slecht een klein deel hiervan, 3%, was specifiek gericht op basisvoeding. Extra inspanning is ook op dit vlak gewenst, concludeert het rapport.

Lees deze week bij Vice Versa meer over het rapport en concrete voorbeelden uit het interview van Jos Verbeek, Lead Economist bij de Wereld Bank.

Auteur
Dik van de Koolwijk

Datum:
01 mei 2012
Categorieën: