‘Samenwerking tussen Afrikaanse en Nederlandse journalisten leidt tot betere journalistiek’

Het samenwerken met Afrikaanse journalisten blijkt niet altijd even makkelijk, maar het is wel de beste manier om echte onderzoeksjournalistiek te bedrijven. Dat is de conclusie van de discussie-avond ‘Samenwerking over de grens; Afrika in Nederland’, georganiseerd door de Verenging van Onderzoeksjournalisten (VVOJ). Er zou nog veel meer over Afrika geschreven kunnen worden: ‘Afrika is een enorm continent, vol mogelijkheden’ aldus Evelyn Groenink van het Forum for African Invesetigative Reporters.

Verschillende sprekers lieten hun licht schijnen op dit onderwerp, onder wie Evelyn Groenink (Forum for African Investigative Reporters, FAIR), Idris Akinbajo (onderzoeksjournalist Nigeria), Bjinse Dankert (Geassocieerde Pers Diensten, GPD) en Anneke Verbraeken (freelance journaliste). Terwijl de sprekers klaar gaan zitten op hun positie, druppelen de laatste gasten met hun drankjes binnen in het uitverkochte zaaltje in het Centraal Station.

Onderzoekjournalisten Dankert uit Nederland en Akinbajo uit Nigeria  zijn zo’n koppel die succesvol hebben samengewerkt voor een serie artikelen over illegale Nigerianen in Nederland. De taakverdeling was dusdanig dat zij hun talenten en nationaliteit zo goed mogelijk konden benutten. Dankert deed onder andere interviews op de Nigeriaanse ambassade en Akinbajo won het vertrouwen en respect van illegale Nigerianen. De artikelen die voortkwamen uit hun samenwerking zijn zowel in de Nederlandse als in de Nigeriaanse media verschenen.

 

Problemen bij samenwerken

Ondanks de goede ervaringen van Dankert en Akinbajo, is een goede samenwerking tussen westerse en Afrikaanse journalisten niet altijd vanzelfsprekend. Freelance journaliste en Franstalig Afrika-expert Anneke Verbraeken heeft hier ervaring mee. Zij merkte op dat haar Afrikaanse collega’s soms van haar verwachten dat zij hun eten of zelfs een ticket naar Europa zou betalen. Zij benadrukt daarom dat het van groot belang is om je als Nederlandse journalist altijd gelijkwaardig op te stellen tegenover je Afrikaanse collega’s.

Volgens Groenink van FAIR is het essentieel dat er alleen wordt samengewerkt met journalisten die echt gemotiveerd zijn om door hun werk iets bij te dragen aan hun eigen land en die niet zitten te wachten op liefdadigheid.

De Afrikaanse journalist bevindt zich echter in een benarde situatie. Er is in veel Afrikaanse landen sprake van corruptie en de media wordt vaak direct beïnvloedt door hun financiers. Journalisten worden dus beperkt door de media waar ze voor werken. Deze financiers zijn afkomstig uit de regering, maar ook uit de oppositie of uit de zakenwereld. Volgens Verbraeken maken zelfs westerse NGO’s zich schuldig aan het beperken van objectieve journalistiek omdat zij van journalisten verwachten dat zij slechts schrijven over de trending topics die de organisatie op dat moment belangrijk vindt, zoals klimaatveranderingen, genderkwesties etc. De afhankelijkheid van geldschieters zorgt ervoor dat journalisten schrijven wat hen opgedragen wordt, anders komt het bestaan van het hele mediabedrijf in gevaar. Dit kan ertoe leiden dat er onjuiste of zelfs geheel verzonnen verhalen worden geplaatst.

‘De Afrikaanse bevolking heeft al driehonderd jaar ervaring met zeggen wat de blanken willen horen’ verklaart Groenink. Hierdoor is het lastig om in Afrika met journalisten samen te werken en objectief onderzoek te doen. ‘Wat Afrika echt nodig heeft is meer professionaliteit binnen de journalistiek’ concludeert Verbraeken. Het panel is het erover eens dat de belangrijkste problemen veroorzaakt worden door armoede. Het ontbreekt Afrikaanse journalisten aan een goede opleiding en zij beschikken niet of nauwelijks over de juiste middelen, zoals goed functionerende computers.

Problemen in Nederland

Ook in Nederland gaat de berichtgeving over actuele onderwerpen in Afrika niet zonder slag of stoot. De journalisten in het panel, maar ook de journalisten in de zaal, ervaren dat een verhaal over Afrika vaak pas geplaatst wordt wanneer het verhaal een connectie met Nederland heeft. Zeker voor freelancers is dit funest, want zij moeten zich wel aanpassen aan de wensen van de kranten waar zij voor schrijven. OneWorld-redacteur Sanne, die in het publiek zit, illustreert het probleem: ‘Ik schrijf ook als freelance journalist voor publieksbladen. Vaak willen ze dat ik in een reportage de namen van Afrikanen weglaat, die lijken veel op elkaar en dat is verwarrend. Dus willen ze dat ik mensen omschrijf als ‘het stamhoofd’, ‘de verpleegster’ of ‘de voormalig kindsoldaat’, dat zou beter te begrijpen zijn voor de Nederlandse lezer.’ Daarbij komt dat de ervaring leert dat het heel moeilijk is om ‘overheersende beelden’ te doorbreken. Zo kostte het Groenink heel veel moeite om een redacteur te vinden die de geloofwaardigheid zag in een stuk waaruit bleek dat ook fair trade soms unfair is.

Bij het horen van dit onderling beklag van de Nederlandse journalisten kon de Nigeriaanse Akinbajo zijn glimlach niet onderdrukken: ‘Wij in Afrika denken dat het in Europa allemaal perfect is, maar zelfs hier is de pers niet helemaal vrij.’ Volgens Verbraeken is de enige oplossing voor dit soort problemen meer samenwerking tussen journalisten. Zij moeten samen een sterk front vormen tegen de vooroordelen en strenge eisen van de Nederlandse media om zo betere journalistiek te kunnen bedrijven.

Het belang van schrijven over Afrika

Berichtgeving in de Nederlandse pers over Afrika is niet alleen belangrijk om de Nederlandse bevolking te informeren over het continent, maar ook voor de bevolking daar. De lokale Afrikaanse pers wordt namelijk vaak niet serieus genomen door hun eigen overheid. Het panel concludeert dat als westerse journalisten aandacht besteden aan een prangende kwestie, de kans dat de regering maatregelen neemt veel groter is dan wanneer slechts de nationale pers er over schrijft. Het belang van samenwerking wordt ook hier onderstreept.

Verbraeken benadrukt dat Afrikaanse collega’s een schat aan informatie kunnen aandragen, die buitenlandse journalisten nooit hadden kunnen achterhalen. Hierbij moet er vooral gedacht worden aan achtergronden en originele verhalen die afwijken van de clichés waar de Westerse journalisten zich vaak door laten verleiden.

Het is duidelijk; meer samenwerking en onderlinge gelijkheid kan leiden tot betere journalistiek. Dit geldt niet alleen voor de samenwerking tussen westerse en Afrikaanse journalisten, maar ook voor westerse en Afrikaanse journalisten onderling. Evelyn Groenink merkt op: ‘In een geglobaliseerde wereld bestaan er geen verhalen meer die maar over één plek gaan,’ politieke, religieuze, culturele ontwikkelingen beperken zich niet binnen grenzen. De zaal knikt eenstemmig en tevreden gaan de cafébezoekers weer naar huis. Maar hoewel de zaal vol internationaal georiënteerde journalisten het duidelijk met elkaar eens was dat er meer en beter over Afrika zou moeten worden geschreven, is er in de reguliere Nederlandse media nog steeds erg weinig plek voor Afrika.

Dit is het eerste artikel in een reeks artikelen die worden geschreven in het kader van het onderzoek ‘journalistiek over ontwikkelingssamenwerking vanuit zuidelijk perspectief’. Het uiteindelijke onderzoeksrapport moet uitwijzen in hoeverre een educatief (uitwisselings) project met betrekking tot ontwikkelingsjournalistiek haalbaar en gewenst is, zowel voor westerse als zuidelijke media en journalisten”.

 

Auteur
Esther Solf

Datum:
23 maart 2012
Categorieën: