Oude meesters, jonge honden #5: Een voorbeschouwing

In een debatreeks van zes avonden brengen Vice Versa en lokaalmondiaal jonge en oude idealisten met elkaar in gesprek.  Maandag 30 januari is de volgende editie met als thema ‘(Oud-)politici over de OS’. Aan tafel zitten Bas de Gaay Fortman, Eimert van Middelkoop, Wassila Hachchi, Ingrid de Caluwé en Jeroen de Lange. Wat is precies hun relatie met ontwikkelingssamenwerking en hoe hebben zij zich in het verleden hierover uitgelaten?

Zowel de jonge als de oude idealisten zullen op de vijfde avond van ‘Oude meesters, jonge honden’ proberen antwoord te geven op vragen als: ‘Wat zijn de grootste veranderingen in de ontwikkelingssector (OS) door de jaren heen?’, ‘Waar worden deze veranderingen door gekenmerkt?’ en ‘Welke plaats heeft de OS tegenwoordig nog in de politiek (en daarmee de maatschappij)?’ In deze voorbeschouwing alvast een beeld van wat we mogelijk kunnen verwachten van ‘oude meesters’ Bas de Gaay Fortman en Eimert van Middelkoop, en ‘jonge honden’ Wassila Hachchi en Jeroen de Lange. Een overzicht van hun achtergronden en hun visies op ontwikkelingssamenwerking.

Bas de Gaay Fortman

Emeritus professor Bas de Gaay Fortman heeft een indrukwekkende reputatie op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Hij is al zijn hele leven betrokken bij het onderwerp: als academicus, in de politiek en in het bestuur bij organisaties als SNV en NOVIB. In de jaren zeventig en tachtig was hij voorman van de Politieke Partij Radicalen (PPR) en zat hij voor deze partij (en later voor GroenLinks) in de Eerste en Tweede Kamer. Ook heeft hij op vele plekken lesgegeven op het gebied van de politieke economie. Zo doceerde hij aan de Universiteit van Zambia, als hoogleraar aan het Institute for Social Studies in Den Haag en bekleedde hij tot eind 2010 de leerstoel Mensenrechten aan de Universiteit Utrecht.

In eerdere interviews met Vice Versa bekritiseerde Bas De Gaay Fortman het Nederlandse beleid met betrekking tot ontwikkelingssamenwerking. ‘Helaas wordt het Nederlandse beleid te veel bepaald door de steeds wisselende bewindslieden op ontwikkelingssamenwerking en wijzigt het daarom steeds van koers.’

De Gaay Fortman is van mening dat de speerpunten van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid meer gaan over de zelfprofilering van Nederland dan over de ontwikkelingslanden. In het licht van het politieke debat over de toekomst van ontwikkelingssamenwerking verklaarde De Gaay Fortman: ‘Eigenlijk kun je stellen dat ontwikkelingssamenwerking geen rol meer speelt in het huidige debat in Nederland, behalve dan dat het telkens ter discussie wordt gesteld.’

Eimert van Middelkoop

De andere ‘oude meester’ van de avond, Eimert van Middelkoop, is politicus van de ChristenUnie. In het kabinet Balkenende IV was hij minister van Defensie en minister voor Wonen, Wijken en Integratie. Daarvoor zat hij in de Eerste en Tweede Kamer. Tevens is Van Middelkoop jarenlang woordvoerder ontwikkelingssamenwerking voor de ChristenUnie geweest.

Door Van Middelkoop gedane uitspraken over ontwikkelingssamenwerking zijn opmerkelijk genoeg moeilijk te traceren. Wel benadrukte hij als minister van Defensie dat wederopbouw en ontwikkeling moeten worden overgelaten aan hulporganisaties en plaatselijke autoriteiten. Het leger dient zich bij missies zoals die in Uruzgan te beperken tot het brengen van veiligheid, aldus Van Middelkoop. Wat zou zijn visie zijn op de rol van ontwikkelingssamenwerking in de politiek en de maatschappij?

Wassila Hachchi

Wassila Hachchi is Tweede Kamerlid en woordvoerder ontwikkelingssamenwerking van D66. Deze ‘jonge hond’ werd in 2007 uitgeroepen tot jonge ambtenaar van het jaar. Hachchi benadrukt dat Nederland niet alleen uit moreel besef aan ontwikkelingssamenwerking moet doen, maar dat het ook in ons eigen belang is. Op haar eigen website schrijft ze: ‘De ontwikkelingssector moet zich blijven aanpassen. En doet dat gelukkig ook. De rol van de overheid en het bedrijfsleven moet veranderen.’ Wachchi erkent dat het huidige kabinet probeert hierop in te spelen, maar is zeer ontevreden met de manier waarop het kabinet dit doet. ‘Zeer onwenselijk’ vindt Wachchi de grove overheidsbezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking. ‘Het kabinet gaat nu voor bezuinigen met de kaasschaaf, terwijl je ook fundamenteel kan hervormen. Dat bespaart geld en is ook nog eens duurzaam voor de lange termijn.

Wassila Hachchi stelt dat het ontwikkelingsbeleid het meest succesvol zal zijn als de overheid, het bedrijfsleven en het maatschappelijk middenveld in balans zijn. Dit kabinet focust te veel op het bedrijfsleven, zo betoogt Hachchi. ‘Hoewel ik denk dat het bedrijfsleven in de lokale private sector een belangrijke rol speelt, laat Knapen de balans los door teveel op het bedrijfsleven te focussen, en dan ook nog eens op het Nederlandse bedrijfsleven. Dan sla je door.’

Ingrid de Caluwé

‘Jonge hond’ Ingrid de Caluwé is sinds afgelopen jaar Tweede Kamerlid van de VVD. Als woordvoerder ontwikkelingssamenwerking van deze partij betoogt ze dat ontwikkelingsorganisaties in de toekomst minder afhankelijk moeten worden van overheidssubsidies. Ze wil dat in een eventueel nieuw MFS organisaties voor minimaal vijftig procent zelf hun broek ophouden buiten de overheidssubsidies om. Bovendien is er volgens De Caluwé decennia lang hulp gepompt in landen zonder aantoonbaar resultaat. De VVD wil met minder geld meer bereiken, stelt ze.

Speerpunt voor de woordvoerder van de VVD is de rol van de private sector in het ontwikkelingsbeleid. Tijdens het VVD-congres over ontwikkelingssamenwerking in november 2011 bepleitte ze dat ontwikkelingssamenwerking ‘efficiënter en dus goedkoper’ kan door het bedrijfsleven als motor voor ontwikkeling in te zetten. ‘Geen aid maar trade.’ Ze pleit hierbij voor een datingplatform waarin de vraag uit ontwikkelingslanden met het aanbod van Nederlandse bedrijven kan worden gematcht. In een eerder interview met Vice Versa stelde De Caluwé dat niet alleen ontwikkelingslanden beter moeten worden van ontwikkelingssamenwerking: ‘We mogen best onze eigen bedrijven promoten.’

Jeroen de Lange

‘Jonge hond’ en kersverse politicus Jeroen de Lange is de nieuwe woordvoerder internationale samenwerking van de PvdA. Hij is oud Wereldbank econoom en werkte jarenlang in Afrika, onder andere op de Nederlandse ambassades in Rwanda en Uganda. De laatste maanden was hij werkzaam als adviseur van René Grotenhuis bij Cordaid. Bovendien werkte hij mee aan het WRR-rapport ‘Minder pretentie, meer ambitie’  en was hij een van de geestesvaders van het idee van een ‘NL-AID’, om het bilaterale beleid te professionaliseren.

In een eerder interview met Vice Versa geeft Jeroen de Lange aan dat ‘de eisen en wensen vanuit Den Haag’ niet langer centraal moeten staan in het Nederlandse beleid over ontwikkelingssamenwerking. Er wordt te veel uitgegaan van ‘een beeld van hoe het er ‘in het veld’ aan toe gaat, terwijl de werkelijkheid heel anders is.’ Het ontwikkelingsland zelf moet meer als uitgangspunt genomen worden, aldus De Lange. Bovendien mist hij de inhoudelijke onderbouwing bij de keuzes voor landen en thema’s die de regering maakt in haar beleid. ‘Alles wordt aan elkaar gekauwgomd.’

 

Het belooft een enerverende avond te worden met deze oude en nieuwe woordvoerders ontwikkelingssamenwerking en hun eigen visies op het onderwerp. De vijfde avond van Oude meesters, jonge honden vindt plaats op maandag 30 januari vanaf 19.30 in het Humanity House in Den Haag. Aanmelden kan via aanmelden@humanityhouse.org ovv Oude meesters, jonge honden. De zaal is open vanaf 19.15 uur.