Onafhankelijkheid voor ngo’s op mondiaal niveau bijna onmogelijk te bereiken

In het kader van de discussie over de toekomst van het Nederlandse maatschappelijk middenveld schrijft Vice Versa stagiaire Mieke van Dixhoorn over hoe het maatschappelijk middenveld zich op mondiaal niveau manifesteert. Dit artikel is gebaseerd op haar masterscriptie ‘Civil Society Organizations in the Global Public Domain.’ Van Dixhoorn analyseert dat het maatschappelijk middenveld zowel op mondiaal niveau als op nationaal niveau met dezelfde kwesties kampt: ‘Financiële onafhankelijkheid is voor ngo’s vrijwel onmogelijk’.

Door Mieke van Dixhoorn

Het ontstaan van een mondiaal publiek domein roept vragen op die ook terug komen in de online discussie ‘de N van NGO’ op deze website. Wat betekent het mondiale publieke domein voor de relatie tussen mondiale ngo’s en nationale overheden? Wat is de rol van mondiale ngo’s? En vooral: in hoeverre is het mogelijk voor maatschappelijke organisaties om echt als onafhankelijke politieke spelers te handelen op mondiaal niveau? Om te beginnen wordt eerst de ontwikkeling van het mondiaal maatschappelijk middenveld bekeken en hoe dit te vergelijken is met nationale maatschappelijke middenvelden.

Nieuwe spelers

Het internationale systeem bestond lange tijd enkel uit staten. Machtsverhoudingen tussen landen bepaalden het verloop van de internationale politiek. Inmiddels zijn er veel nieuwe spelers het mondiale speelveld betreden, zoals internationale organisaties, bedrijven en ook maatschappelijke organisaties. Toch vervulden deze nieuwe spelers lange tijd slechts een bijrol. De enige manier voor ngo’s om iets te bereiken op mondiaal niveau was het gedrag van staten te beïnvloeden door bijvoorbeeld te lobbyen.

Tussen staat en burger: een nieuwe mondiale sociale dimensie

Volgens Paul Wapner, professor Global Environmental Politics aan de School of International Service in Washington, is dit niet langer het geval.[1] Hij beweert dat maatschappelijke organisaties mondiaal politiek belang kunnen hebben zonder daarbij van staten afhankelijk te zijn. Net als op nationaal niveau is er een civil society ontstaan. In deze ruimte kunnen maatschappelijke organisaties een gemeenschappelijk doen najagen en het gedrag van mensen in plaats van staten beïnvloeden. Een voorbeeld is de manier waarop milieuorganisaties mensen bewust maken van de milieuproblematiek en hun verantwoordelijkheden. Op die manier bereiken ze vaak meer dan met een simpele wetswijziging op nationaal niveau.

John Ruggie[2], professor mensenrechten en internationale betrekkingen aan de Harvard Kennedy School, borduurt verder op de beweringen van Wapner en komt tot de conclusie dat zich een mondiaal publiek domein aan het ontwikkelen is. Binnen dat publieke domein, dat nog maar in de kinderschoenen staat, kunnen maatschappelijke organisaties doelen bereiken op mondiaal niveau, zonder dat ze worden gehinderd of beïnvloed door het systeem van staten. Maar is het echt mogelijk voor bijvoorbeeld ontwikkelingsorganisaties om onafhankelijk te zijn op mondiaal niveau?

Twee kanten van dezelfde munt?

Onafhankelijkheid wordt meestal in twee stappen gedefinieerd. De eerste stap is dat je als persoon of organisatie niet beheerst wordt door machten van buitenaf. Je leeft en handelt volgens je eigen plan. Voor ontwikkelingsorganisaties betekent dit de mogelijkheid om eigen keuzes te maken over progamma’s, partners, manier van werken enzovoorts. Het ligt voor de hand dat ngo’s dit niet alleen nationaal maar ook mondiaal nastreven. De tweede stap in de definitie van onafhankelijkheid is de mogelijkheid om simpelweg te bestaan zonder daarbij afhankelijk te zijn van iets of iemand anders. Hier gaat het bij ngo’s om financiering, maar ook om erkenning en de beschikbaarheid van politieke en wettelijke ‘ruimte’ die nodig is om te kunnen handelen naar eigen wens. Deze tweede stap is een stuk moeilijker te bereiken door ngo’s dan de eerste. Vooral financiële onafhankelijkheid is voor ngo’s vrijwel onmogelijk te waarborgen. Maar financieel afhankelijk zijn van een ander, hoeft niet te betekenen dat jouw keuzes ook van diegene afhankelijk zijn.

Drie dingen zijn dus belangrijk voor de onafhankelijkheid van een ngo; eigen keuzes kunnen maken, politieke en wettelijke ‘ruimte’ om vrij te handelen en idealiter zelffinanciering. Aan de hand van het Open Forum on CSO development effectiveness[3] wordt dit geïllustreerd.

Mondiaal maatschappelijke initiatief

Het idee voor het Open Forum is door de tijd heen ontstaan. Binnen het welbekende programma over hulp effectiviteit van de OESO/DAC maakt de rol van maatschappelijke organisaties een grote ontwikkeling door. Op de high level forums in Rome en Parijs hadden maatschappelijke organsiaties geen invloed op wat er werd besloten. In 2007 startte een tweezijdig initiatief vanuit de OESO en vanuit de organisaties zelf om de invloed te vergroten. Hierdoor werd het maatschappelijk middenveld in Accra (het derdehigh level forum) uitgedaagd om hun visie, rol en effectiviteit uiteen te zetten. Zo werd het Open Forum geboren. Sindsdien is de invloed van maatschappelijke organisaties sterk toegenomen. Afgelopen november kon de volgende stap worden gezet; echt meedoen in Busan. Het Open Forum laat weten blij te zijn met de verkregen erkenning en de verworven politieke ruimte (zie paragraaf 22 van de slotverklaring in Busan)[4]. Toch moet er nog wel gewerkt worden aan een gunstig klimaat voor het maatschappelijk middenveld om hun werk goed te kunnen doen.

Gebonden en onafhankelijk?

Het feit dat het Open Forum als aparte partij mee doet aan overleg op het hoogste niveau laat zien dat er misschien inderdaad wel een mondiaal publiek domein aan het vormen is. Er is een duidelijk verschil tussen de positie van het Open Forum en de staten te zien. Dat betekent dat de maatschappelijke organisaties niet door staten worden beïnvloed en zelf prioriteiten kunnen stellen. Ook wordt de politieke en wettelijke ruimte voor maatschappelijke organisaties op mondiaal niveau groter en duidelijker, alhoewel hier nog veel vooruitgang kan worden geboekt. Ondanks deze vormen van onafhankelijkheid is het Open Forum toch gebonden aan onder meer nationale overheden voor hun financiering. Door goede afspraken met de donoren en de verscheidenheid van financiële bronnen lijkt die afhankelijkheid echter niet door te werken in de keuzes en vrijheden van het Open Forum.

In tegenstelling tot landen waar wetten gelden die zware beperkingen opleggen aan het maatschappelijk middenveld, geeft de Nederlandse overheid veel ruimte en ondersteuning aan het Nederlandse middenveld. Financiële onafhankelijkheid is voor ngo’s zowel nationaal als internationaal vrijwel onmogelijk. Om de ‘N’ van NGO echt te waarborgen zullen goede afspraken en andere financiële bronnen dan alleen de overheid nodig zijn. En het zijn toch echt de ngo’s zelf die dat moeten regelen.

 


[1] Wapner, P. ‘Politics Beyond the State: Environmental Activism and World Civic Politics’ World Politics (April 1995) pp 311 – 340

[2] Ruggie, J. ‘Reconstituting the Global Public Domain – Issues, Actors and Practices’,European Journal of International Relations (2004) Vol. 10(4): pp 499 – 531

[3] http://www.cso-effectiveness.org/

[4]

Auteur
Mieke van Dixhoorn

Datum:
06 januari 2012
Categorieën: