Ellen: Foucault over de linkse hobbyist

Het marktdenken neemt toe binnen ontwikkelingssamenwerking. Toch heeft de linkse hobbyist niets te vrezen. Ellen Mangnus filosofeert over de macht van het woord, en geeft hen die niets van het bedrijfsleven willen weten een waardevol advies mee van Foucault.

Twee van de belangrijkste speerpunten van het nieuwe Nederlandse ontwikkelingsbeleid zijn de ontwikkeling van de private sector en een grotere rol voor het bedrijfsleven. De meningen hierover zijn verdeeld. Harm van Oudenhoven zette op de website van Vice Versa een aantal mogelijke positieve en negatieve consequenties uiteen. Hij heeft veel ervaring als ondernemer in ontwikkelingslanden en ondervond aan den lijve dat zogenaamde duurzame investeringen van westerse bedrijven niet altijd tot de gewenste ontwikkelingen leiden.

Bedrijven kunnen zorgen voor werkgelegenheid en uiteindelijk kan de economische groei de gehele bevolking ten goede komen. Maar, stelt Harm van Oudenhoven, de meeste investeringen worden gedaan in bedrijven die op export gericht zijn en geven daarom geen impuls aan de lokale markt. Hij vindt dat we ons moeten afvragen of bedrijven werkelijk zo integer zijn en of ontwikkelingsorganisaties voldoende expertise hebben om te investeren in bedrijvigheid.

De nieuwe speerpunten van de regering passen bij een grotere beweging in de samenleving: het marktdenken. Wat bekent deze denkwijze voor ontwikkelingssamenwerking? En wat als deze niet met onze eigen denkwijze overeenstemt? Moet dan toch elke organisatie meegaan in dit marktdenken?

Het discours

Als we over het over denkwijzen hebben, is Michel Foucault de man die we moeten raadplegen. Foucault is een van Frankrijks bekendste moderne filosofen. Hij leefde van 1926 tot 1984 en deed veel onderzoek naar hoe denkwijzen onze wereld structuur geven en bepalen hoe wij ons gedragen. Foucault gebruikt het begrip discours om uit te leggen hoe we onze wereld ordenen. Een discours is volgens Foucault een geheel van communicatieve handelingen (gesproken of geschreven) die een bepaald object construeren. Een discours is dus meer dan alleen uitleg over een object, het geeft betekenis aan dat object. Een discours is bovendien tijdsgebonden: door de de geschiedenis heen worden aan dezelfde objecten andere betekenissen gegeven.

Dat klinkt vaag! Gelukkig kan Foucault ons met zijn onderzoek duidelijk maken wat hij bedoelt. Foucault laat zien dat met de komst van de psychiatrie als wetenschap ‘de gek’ een nieuwe betekenis kreeg. In de middeleeuwen hoorden gekken bij het uitschot van de samenleving: ze waren één met de werklozen, de zwervers en de armen. Met de komst van de psychiatrie werden gekken gecategoriseerd in verschillende typen gekken. Ook werden gekken op deze manier onderscheiden van de ‘normale’ mens. Speciale methoden werden ontwikkeld om de gek in toom te houden of te genezen.

Ik hoor u denken: wat betekent dit discours nu voor onze ontwikkelingssector? Welnu, met de komst van het marktdenken is er een categorisering opgetreden binnen onze sector. Om zich te kunnen onderscheiden als zakelijk en professioneel, hadden aanhangers van het marktdenken een ander type ontwikkelingswerker nodig. En zo werd die geboren: de linkse hobbyist! Met de term ‘linkse hobbyist’ wordt verwezen naar alle ontwikkelingswerkers die zich bezighouden met activiteiten die marktontwikkeling niet als eerste doel hebben.

Foucault is ervan overtuigd dat een discours ook een systeem van macht is. Een discours bepaalt wie wel en wie niet de autoriteit heeft om iets te zeggen. Denk aan experts die iets mogen zeggen over een bepaalde problematiek. Het discours stelt de norm voor wat ‘normaal’ en geaccepteerd is. De linkse hobbyist is in dit geval degene die aan het kortste eind trekt. De meeste mensen zijn niet graag het buitenbeentje en sluiten zich aan bij de heersende denkwijze. Zo wordt deze niet alleen in stand gehouden, maar ook steeds machtiger. En zie hoe onze sector zich aan de macht van het marktdenken onderwerpt! Woorden als duurzame ketens, sociale investeringen en ondernemerschap zijn bijna niet meer weg te denken. Het marktdenken lijkt nodig om te overleven, om toegang te hebben tot fondsen, maar belangrijker nog: om mee te mogen praten!

Foucaults advies

Is alle hoop verloren voor de ontwikkelingswerker die niet in het marktdenken mee wil gaan? Helemaal niet. Want volgens Foucault vormt macht een onregelmatig netwerk dat kan verschuiven. Het blijft dus niet in handen van bepaalde denkers. Bovendien weet Foucault dat een periode met een nieuwe denkwijze plotseling kan intreden. Een overgang hoeft helemaal niet geleidelijk te gaan. De boodschap die hij de linkse hobbyist zou meegeven?

‘Blijf rustig uzelf, onderwerp u niet aan de macht van het marktdenken. De macht zal zich verplaatsen en over een paar jaar hebben we een nieuw type ontwikkelingswerker: de rechtse mislukkeling.’

Ellen Mangnus (27) is ontwikkelingseconome, en heeft een grote fascinatie voor filosofie. Voor Vice Versa legt ze actuele kwesties in de ontwikkelingssector voor aan de knapste koppen uit de wereldgeschiedenis. In het dagelijks leven werkt ze als adviseur duurzame economische ontwikkeling bij het Koninklijk Instituut voor de Tropen.

Auteur
Ellen Mangnus

Datum:
12 juli 2011
Categorieën: