‘De optimisten hebben het vliegtuig uitgevonden’

In 1995 sloot toenmalig minister Jan Pronk voor ontwikkelingssamenwerking duurzaamheidsverdragen af tussen Nederland, Costa Rica, Benin en Bhutan. Dit leidde tot een multilateraal partnerschap op basis van gelijkwaardigheid. Nederland was niet alleen financier, maar ook deelnemer aan het programma. Toen Costa Ricanen gingen protesteren tegen de uitbreiding van Schiphol en Bhutan de Zeeuwse dorsvlegel wilde beschermen trok Nederland de stekker eruit. De samenwerking tussen de drie ontwikkelingslanden ging echter door. Maandagmiddag presenteerden ze de resultaten in Den Haag.

’s Ochtends in Hotel Eden Babylon wordt Vice Versa enthousiast begroet door Marianella Feoli, de projectleidster van het zuid-zuid-project, waarmee we eerder al een interview hadden. De complete Costa Ricaanse delegatie is druk bezig in de lobby. Het blijkt dat minister René Castro Salazar al twee weken lang op reis is; hij baalt dat hij de Champions League-finale heeft gemist. Maar goed, hij is hier om de Nederlanders en morgen de EU duidelijk te maken dat de successen en lessen van het pioniersproject tussen Costa Rica, Benin en Bhutan niet verloren mogen gaan.

Castro is zelf als Minister van Milieu nauw betrokken geweest bij de eerste fase van het programma (1994-1998), toen nog met Nederland als vierde partner. Hoewel de Costa Ricanen eerst sceptisch waren over het ‘gekke Nederlandse idee’, kunnen ze nu toegeven dat ze er baat bij hebben gehad. Dankzij het programma is bijvoorbeeld de Costa Ricaanse ontbossing omgekeerd en kon Costa Rica op de klimaatconferentie in Cancun in 2010 goede sier maken met haar groene beleid. Vooral in de tweede programmacyclus (2007-2010), toen Nederland zich al had teruggetrokken, kwam de samenwerking tussen de drie landen echt van de grond. Nu hij minister van Buitenlandse Zaken is wil Castro daarom het programma graag promoten in Europa.

Volgens Castro is de waarde van zuid-zuid-samenwerking dat verantwoordelijkheid voor de resultaten wordt gedeeld, dat het om tweerichtingsverkeer gaat en dat het hopelijk duurzamer is dan noord-zuidsamenwerking, hoewel het nog te vroeg is om daar een definitieve uitspraak over te doen. Ook de samenwerking tussen de verschillende publieke en private stakeholders noemt hij als een groot pluspunt, hoewel hij graag ziet dat er een betere balans tussen de P’s van PPP komt: minder overheid en ngo’s, en meer bedrijfsleven.

Verandering ‘ontwikkelingsparadigma’

Op de bijeenkomst in de namiddag schuiven de drie landendelegaties aan tafel bij een aantal bekenden uit de Nederlandse ontwikkelingssector om ze van het nut van zuid-zuid samenwerking te overtuigen. Marianella Feoli houdt haar presentatie over het project (dezelfde als drie weken terug in Wageningen), waarna de excellenties en panelleden hun zegje mogen doen.

Roberto Bissio, coördinator van Social Watch, betreurt dat ‘ontwikkeling’ in Europa nog steeds gezien wordt als een opvoedingskwestie. Alsof ontwikkelingslanden jonge kinderen zijn en dezelfde stadia moeten doorlopen als oudere kinderen om te ‘slagen’ voor hun ontwikkelingsdiploma. Het voordeel van zuid-zuid samenwerking is dat de landen elkaar tenminste als gelijken benaderen. Landen moeten in de eerste plaats verantwoording afdragen aan hun burgers, niet aan de EU.

René Grotenhuis, directeur van Cordaid,  benadert zuid-zuid samenwerking vanuit het kader van zijn favoriete communities of change. Hij ziet het als een paradigmaverschuiving waarin mondiale kwesties de toon zetten en niet zozeer individuele landen. ‘We moeten mondiale kwesties niet los zien van lokale problemen’, aldus Grotenhuis. Klimaatverandering is een voorbeeld van zo’n mondiale kwestie die gevolgen heeft voor lokale gemeenschappen wereldwijd.

Geen standpunt over zuid-zuid samenwerking an sich

Duidelijk is er wat scepticisme onder de toehoorders over het rooskleurige advocacy-plaatje dat ze krijgen voorgeschoteld. Vanuit de zaal stelt Theo van Koolwijk (Warner Strategy & Fundraising) de kritische vraag: ‘Hoeveel geld heeft dit programma gekost?’ Volgens Feoli is het programma goedkoop gebleken: slechts 13 miljoen van Nederland en 4 miljoen van lokale investeerders. De Bhutanese afgevaardigde voegt eraan toe dat de Nederlandse belastingbetalers gerust kunnen zijn: hun geld is goed besteed.

Bram van Ojik van het Ministerie van Buitenlandse Zaken dankt de afgevaardigden voor hun lovende woorden richting Nederland, maar vraagt zich af of die wel helemaal terecht zijn. Na een week koortsachtig rondvragen binnen het ministerie kon hij niemand vinden die iets afwist van het zuid-zuid programma, laat staan dat Buitenlandse Zaken er een standpunt over kon innemen. Hij maakt een punt door te zeggen dat een standpunt over zuid-zuid samenwerking an sich niet heel zinvol is: zuid-zuid relaties kunnen zowel positief als negatief zijn, net als noord-zuid relaties overigens. Dit programma is misschien een positief voorbeeld, maar er is meer onderzoek nodig om te bewijzen dat zuid-zuid hulp ook echt beter is.

PvdA-kamerlid Sjoera Dikkers voelt zich ook wat ongemakkelijk bij de bedanken aan het adres van Nederland en haar belastingbetalers. De succesvolle samenwerking is volgens haar vooral het werk van de landen zelf. Bovendien heeft Nederland als welvarend land toch een verplichting richting de rest van de wereld. Als antwoord op Van Oijk grapt ze dat als Buitenlandse Zaken dan toch geen mening heeft, ze vast geen bezwaar hebben om er wat extra geld in te stoppen.

Desinteresse vanuit Nederlandse politiek

De Nederlandse desinteresse wordt pas echt duidelijk, als blijkt dat drie van de vier genodigde politici het laten afweten. Europarlementariër Judith Sargentini (GroenLinks) is in Polen, Eerste Kamerlid Eric Smaling (SP) heeft zich bij Dikkers afgemeld en Kathleen Ferrier (CDA) is alvast naar Brussel. Wel heeft Ferrier een boodschap naar organisator Mirjam van Reisen gestuurd, die de laatste in de zaal vanaf haar Blackberry voorleest.

Minister Castro verbaast zich: ‘De Nederlanders weten niet meer dat zij het zaadje hebben gepland. Nu het programma zo’n succes is geworden, is Nederland er niet om het applaus te ontvangen.’ Ook uit commercieel oogpunt laat Nederland kansen liggen: ‘Nederland sluit haar ambassades in Latijns-Amerika. De Duitsers en ook de Chinezen intensiveren hun relaties juist, want die zien ons continent als een goede bodem voor investeringen.’ Castro hoopt dat zuid-zuid samenwerking, en sponsoring daarvan door de EU(-landen), de weg vrij kan maken voor nieuwe handelsrelaties en meer foreign direct investment (FDI).

Wat Castro betreft maken Europese landen geld vrij om nieuwe zuid-zuid projecten te ondersteunen. Natuurlijk zijn er ook sceptici – maar Castro gaat niet op kritische vragen in. ‘Het zijn de optimisten die het vliegtuig hebben uitgevonden; en de pessimisten de parachute. Ik geloof dat we hier getuige zijn van vliegtuigbouwers.’