‘We have Vietnam speaking to us!’

Afgelopen zaterdag vond in Utrecht de tweede bijeenkomst van ‘A Call 2 Action’ plaats. Zeven ‘innovatieve’ initiatieven werden gepresenteerd. Een enkele 40+’er liep er rond om zijn of haar ervaringen te delen, voor de rest waren de aanwezigen jong en hadden één doel voor ogen: ontwikkelingshulp moet anders.

‘Redesigning development aid’, ‘I believe in the future we are going to transform people’s lives’, ‘partnerships can change the world’. De ambities zijn torenhoog op de tweede bijeenkomst van ‘A Call 2 Action’, een beweging van jonge mensen uit de ontwikkelingssector die op zoek zijn naar nieuwe manieren van ontwikkelingssamenwerking. Van de 200 deelnemers die op de eerste ‘A Call 2 Action’ bijeenkomst afkwamen in januari, zijn er zo’n veertig jongeren overgebleven die concreet met nieuwe initiatieven aan de slag willen gaan. Deze kwamen zaterdag 21 mei bijeen in Seats 2 Meet in Utrecht om hun plannen door te spreken in zogenaamde ‘co-creation sessions’.

Een startpagina voor boeren

Facilitators zorgden ervoor dat de soms al te idealistische ambities van de initiatiefnemers werden vertaald naar concrete, haalbare plannen. Het resultaat aan het einde van de dag: zeven, redelijk duidelijke, uitvoerbare initiatieven. Zo is er is het idee van ‘ID-Leaks’: plan is een soort ‘redactie’ te vormen van mensen die actief willen gaan reageren op forums zoals Sargasso, Joop en Trouw, om een positief tegengeluid te vormen voor het negatieve imago van ontwikkelingshulp. Een ander wil met een ‘startpagina’ beginnen voor boeren uit ontwikkelingslanden om informatie voor hen toegankelijk te maken. De projectgroep ‘Partners for Change’ wil een event organiseren waar young professionals uit het bedrijfsleven en de ngo’s, als ook jongeren uit ontwikkelingslanden zelf, op zoek kunnen gaan naar partnerships. Een geheel vrijblijvende bijeenkomst mag het niet worden: uiteindelijk is het doel vijf nieuwe partnerships te ontwikkelen die dag. Twee jonge meiden willen Nederland ‘fair’ maken. Dit met behulp van een website waarin alle fair trade producten in kaart worden gebracht.

Gedurende de dag mocht het geluid van de mensen uit het ‘Zuiden’ uiteraard niet ontbreken. Met behulp van een livestream verbinding konden zij de besprekingen volgen en hun commentaar geven. Echte inspraak van ‘de stem uit het Zuiden’ bleek nog een stapje te ver voor de haperende technische verbinding, waar het beeld enkele minuten achterliep. Maar zo af en toe sijpelde er een chatbericht door. ‘We have Vietnam speaking to us!’ riep een deelnemer enthousiast.

Jong versus oud

Dat het niet zomaar de zoveelste initiatieven zijn, maar dat er wel degelijk een visie achter zit, maakt Bart Veenstra, een van de initiatiefnemers van ‘A Call 2 Action’, duidelijk in zijn openingsspeech. ‘We willen een transitie van “traditionele ontwikkelingshulp” naar internationale samenwerking, dat niet gebonden is aan specifieke instituties en gemainstreamed wordt in alle aspecten van de maatschappij.’ Veenstra, die werkzaam is bij het KIT, identificeert een verschil tussen wat hij definieert als de oude, oftewel typische‘geitewollensokkengeneratie’, en de jongere generatie. ‘Jongeren willen andere manieren van ontwikkelingssamenwerking, maar in onze eigen organisaties vinden onze ideeën niet genoeg weerklank.’

Vandaar ‘A Call 2 Action’: jongeren nemen het heft in eigen handen om internationale samenwerking te ‘herstructureren’. De beweging is wars van institutionele belangen en subsidiekaders: zij laten zich door niemand de wet voorschrijven.

Verfrissend

De verschillende groepen gaan de komende maanden aan de slag met hun ideeën – mits er uiteraard de nodige tijd en commitment blijft: hetgeen nog niet eens zo vanzelfsprekend is aangezien bijna iedereen full time werkt. De vervolgbijeenkomst vindt plaats in september. In december zal er een Innovation Award uitgereikt worden aan het Meest Innovatieve Actieplan 2011.

Of daar in de zaaltjes van Seats 2 meet, met een handjevol jongeren, de ontwikkelingshulp daadwerkelijk wordt geherstructureerd, is de vraag. Ook kunnen er vraagtekens worden gezet bij de enigszins kunstmatig aangegeven scheiding tussen de ‘oude’ en de ‘nieuwe’ generatie ontwikkelingswerkers. Maar dat er een generatie jonge ontwikkelingswerkers opstaat, die kritisch kijkt naar hun eigen rol en openlijk vraagtekens durft te zetten bij de huidige manier van ontwikkelingssamenwerking, is zeker – en verfrissend.