Professor Bas de Gaay Fortman: ‘Landenbeleid gaat vooral uit van zelfprofilering’

Zambia is één van de landen die zal afvallen als partnerland van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking. Dit terwijl ons land al tientallen jaren een bilaterale ontwikkelingsrelatie met het Afrikaanse land onderhoudt. Emeritus hoogleraar Bas de Gaay Fortman heeft een speciale band met Zambia en betreurt het afvallen. De Nederlandse hulp aan het land was juist heel effectief met een ‘kiene ambassade.’

In zijn Focusbrief maakte staatssecretaris Ben Knapen bekend dat Nederland vijftien partnerlanden heeft geselecteerd waar het zich op gaat focussen bij ontwikkelingssamenwerking. De staatssecretaris baseerde zijn keuzes voor de partnerlanden op ondermeer de volgende criteria: het inkomens- en armoede niveau van het desbetreffende land, de mogelijkheden om de Nederlandse speerpunten vorm te geven, de vraag in welke landen Nederland kan bijdragen aan zelfredzaamheid, de mate van goed bestuur, naleving van de mensenrechten en de omvang van de hulpprogramma’s.

Onbegrijpelijk

Bas de Gaay Fortman, voormalig politicus van GroenLinks en hoogleraar economie en rechten van de mens aan de Universiteit van Utrecht, heeft een speciale band met Zambia. Hij woonde er in de jaren zestig en zeventig en is steeds bij dit land betrokken gebleven. De Gaay Fortman vindt het onbegrijpelijk dat Zambia geen partnerland meer is. ‘Het heeft een heel laag inkomen; toch is er in de afgelopen jaren veel aan capaciteitsopbouw gedaan.’

De Gaay Fortman vraagt zich af waarom elk nieuw kabinet steeds weer een nieuwe lijst opstelt van focuspunten en een al dan niet daarmee samenhangende landenkeuze maakt. ‘Elke bewindspersoon begint daar opnieuw mee. In het verleden kenden we achtereenvolgens begrippen zoals ‘concentratieland’ of ‘thematische landen, of ‘milieuland’ en ‘mensenrechtenland’. En nu gaat het dus om ‘ partnerlanden’. Het is onzinnig. De keuzes gaan vooral uit van zelfprofilering.’

Eigen dynamiek

De Gaay Fortman is van mening dat de speerpunten meer gaan over Nederland dan over de ontwikkelingslanden. ‘Wat zijn speerpunten in de dynamiek van het land waarmee ons land wil samenwerken? Ieder land heeft zijn eigen dynamiek. De bilaterale hulp waar het hier om gaat, vraagt om kiene ambassades met mensen die daar oog voor hebben en kansen pakken om aan structurele verbetering van de levensomstandigheden mee te werken: opportunity snatching dus.

 De ambassade werkt goed in Zambia, is goed geëquipeerd, kent de omgeving waarin gewerkt moet worden. Voor elk land waarin we actief zijn zou moeten worden uitgegaan van een ‘Power & Change analyse’. Voor Zambia is zo’n analyse enige jaren geleden ook gemaakt. Dat gebeurde in opdracht van de ambassade door Zambianen zelf, maar daar heeft de staatssecretaris kennelijk niets mee gedaan; het is zelfs de vraag of hij die kent.’

 Wisselende koers

In Zambia heeft de focus volgens de Gaay Fortman voornamelijk op gezondheidszorg en onderwijs gelegen; twee aandachtsgebieden die in het nieuwe kabinetsbeleid minder prioriteit krijgen. ‘Helaas wordt het Nederlandse beleid teveel bepaald door de steeds wisselende bewindslieden op ontwikkelingssamenwerking en wijzigt het daarom steeds van koers.

 Zo vond Agnes van Ardenne, een voorgangster van Knapen, dat we verschrikkelijk goed waren in onderwijs maar nu is onderwijs gedegradeerd tot ‘ondersteunend aan de speerpunten’. We kunnen niet aantonen dat meer ontwikkelingssamenwerking tot meer economische ontwikkeling leidt. Wel weten we dat investeringen op het terrein van gezondheidszorg en onderwijs een positief effect hebben op armoedebestrijding.’

 Niet extreem problematisch

Dat de hulp van Nederland wegvalt, acht De Gaay Fortman niet extreem problematisch voor Zambia. ‘We zijn niet de grootste donor, we moeten onze invloed niet overschatten. Zambia is overigens geen gemakkelijk land. Dit komt mede door de politieke situatie die na de dood van de vorige president is ontstaan. Zijn opvolger ken ik nog uit de tijd dat ik zelf in Zambia woonde, hij was toen Minister van Buitenlandse Zaken.

Het gaat onder zijn bewind helaas niet goed met het voorkomen en bestrijden van corruptie. Dat is geen reden om de hulp stop te zetten. Je moet nu nog inventiever zoeken naar effectieve kanalen. De Nederlandse ambassade was daar heel goed mee bezig. Ze kennen de politiek-economische omgeving in Zambia. Het Nederlandse onderzoek naar effecten van hulp in ontwikkelingslanden, is trouwens ook sterk verbeterd.’

 Morgen op deze site een stuk over de landenlobby voor Burkina Faso

Auteur
Marieke Remmen

Datum:
30 maart 2011