Het maatschappelijk middenveld los van de leiband

De nieuwe regering vindt dat maatschappelijke organisaties minder afhankelijk moeten worden van overheidssubsidie. Jack van Ham en ook Rene Grotenhuis signaleerden een nieuwe tendens, waarbij de rol van kritische NGO’s naar de achtergrond wordt geschoven. Welke kansen hebben de maatschappelijke organisaties nog binnen de nieuwe regering? En in hoeverre moeten maatschappelijke organisaties nog afhankelijk blijven van de overheid? Vice Versa vat de discussie die over dit onderwerp is ontstaan samen.

De Nederlandse medefinancieringsorganisaties hebben het volgend jaar waarschijnlijk te stellen met slechts 375 miljoen euro. Tijdens het begrotingsdebat gisteren in de Tweede Kamer nam Kathleen Ferrier (CDA) de laatste hoop op reparatie voor bezuinigingen weg.  Ze kon de Nederlandse NGO’s slechts tegemoet komen met een motie die bijna niets om het lijf heeft: De korting op MFS II per jaar bekijken. Ze riep Knapen op nu nog niet te beslissen over het budget voor de komende vijf jaar. Graag wil ze ieder jaar een debat waarin beslist wordt of het volledige bedrag (van 425 miljoen euro) zal worden uitgekeerd of niet, in plaats van nu al bij voorbaat ieder jaar 50 miljoen te korten.

De nieuwe regering zet de tendens in de richting van verzelfstandiging van de medefinancieringsorganisaties door. In verschillende discussies op het forum op de Vice Versa site werd kritisch gekeken naar deze ontwikkeling. Wat wordt de nieuwe rol van deze organisaties, maar vooral: in hoeverre moeten zij nog afhankelijk blijven van de overheid?

Algemeen belang

Jack van Ham, de scheidend directeur van ICCO, constateerde in een eerdere bijdrage dat Nederland het in het verleden altijd van belang achtte om financiële steun te geven aan een kritisch maatschappelijk middenveld. ‘Onder andere Oxfam Novib, Cordaid , ICCO en Hivos zijn al die jaren mede en voor het grootste deel gefinancierd uit belastinggeld op basis van de decennia geldende opvatting dat de politiek een mandaat had om dat geld voor zaken van algemeen belang toe te kennen, los van de dagkoersen in de samenleving.’

Hij signaleert een nieuw paradigma, verwoord in de Kamerbrief van Knapen. Volgens dit nieuwe paradigma moeten de maatschappelijke organisaties in het vervolg minder afhankelijk worden van de overheid en meer geld uit de samenleving halen. De organisaties zouden te weinig maatschappelijk draagvlak hebben en onvoldoende allianties met andere partijen in de samenleving.

‘Dit terwijl zij samenwerken met tal van bedrijven, de meeste universiteiten, vele organisaties in Nederland en gezamenlijk een achterban hebben van vele miljoenen burgers.’

‘Nederland heeft zich er decennia op voorgestaan voorzieningen voor algemeen belang en nut niet afhankelijk te willen maken van individuele rijkdom maar te willen kiezen voor collectief welzijn en (internationale) solidariteit’, schreef Van Ham. Nu gebeurt dat toch in de ontwikkelingssamenwerking, net als in de culturele sector. ‘Tegelijk de belastingen hoog houden en meer op burgers afwenden is gewoon bezuinigen’, vindt Van Ham.

Verandering

René Grotenhuis, directeur van Cordaid, schreef begin deze week een opiniestuk waarin hij constateert dat de balans van de driehoek markt-staat-civil society verschuift in het nieuwe regeringsbeleid. Een grotere nadruk op bedrijven en overheid in de ontwikkelingssamenwerking leidt volgens hem tot behoud van de status quo, terwijl ontwikkeling juist verandering is.  ‘Voor verandering heb je maatschappelijke organisaties nodig’, schreef hij. ‘Het is een illusie te denken dat overheden en bedrijven dat doen. Zij zijn van de status quo. Ze willen nog wel optimaliseren, maar veranderen liever niet. Daarvoor zijn er teveel gevestigde belangen.’

Ook Grotenhuis signaleert een nieuwe richting in het regeringsbeleid: ‘De keuzen, zoals ze in de basisbrief van de staatssecretaris zijn gemaakt, zeggen veel over de visie van de staatssecretaris op ontwikkeling. Die lijkt eerder te liggen bij optimalisering van de status quo dan bij verandering.’

Weg van de leiband

De regering zou moeten blijven investeren in het maatschappelijk middenveld, vindt Grotenhuis.

Maar hoeveel bewegingsvrijheid krijgen de organisaties nog binnen dit nieuwe klimaat? Weinig, zo werd een paar weken geleden duidelijk, toen Rosenthal ICCO op het matje riep om haar steun aan de Palestijnse website Electronic Intifada. ‘Met deze opmerking van Rosenthal wordt precies de vinger op de zwakke plek gelegd in de verhouding tussen de overheid en het maatschappelijk middenveld’, reageerde oud-topambtenaar Paul Hassing. ‘De overheid beschouwt de bijdrage aan bijvoorbeeld ICCO als hun geld en dus dient dit besteed te worden conform hun wensen.’ Hij vindt de inmenging van Rosenthal ongewenst. ‘Dan had de overheid maar geen middelen moeten toezeggen aan ICCO.’

Bouke Berns, werkzaam op de Nederlandse ambassade in Washington, stelde (op persoonlijke titel) precies dit probleem ter discussie in een reactie op Grotenhuis. ‘Het is de vraag in welke mate een organisatie nog maatschappelijk is als deze substantiële steun van de overheid krijgt’, schreef hij. ‘Dit is helemaal het geval als de civil societies de competitie aan moeten gaan met elkaar voor deze steun; zij die de onafhankelijkheid van deze organisaties dan in twijfel trekken hebben een argument.’

Ook Paul Hassing vraagt zich af waar de onafhankelijkheid van organisaties als Cordaid is gebleven. ‘Waar zijn ze uitvoerders geworden van de Nederlandse overheid?’  Volgens Hassing hebben Nederlandse NGO’s het principe van macht en tegenmacht verkwanseld, omdat ze te dicht op de overheid zitten. ‘Vreemd genoeg wijzen ze daar wel op in ontwikkelingslanden’, merkte hij op.

Jack van Ham gaf in een interview in de nieuwe IS aan dat ICCO al vaker problemen had met haar afhankelijke positie. ‘Ik was ooit trots als ik in het buitenland uitlegde dat de Nederlandse overheid kritische organisaties financierde,’ vertelde hij aan IS. Tot minister Verdonk en Van Ardenne hem terugfloten nadat ICCO een kritisch programma over Verdonk had gefinancierd. ‘Op dat moment hebben we besloten: Over vijf jaar willen we als ICCO maximaal de helft bij het ministerie halen. Weg van de leiband.’

NGO’s moeten slim zijn

Dat Grotenhuis pleit voor overheidssteun aan maatschappelijke organisaties, vindt Van Ham verklaarbaar met het oog op de Nederlandse geschiedenis. ‘Nederland had vertrouwen in zijn eigen sterke democratie en steunde maatschappelijke organisaties, ondanks het feit dat ze zich vaak tegen overheidsbeleid verzette. Dat systeem (in tegenstelling tot bijvoorbeeld de US waar deze steun bij lage belastingen van charitas moet komen) koesterden wij. Collectief welzijn was meer waard dan individuele rijkdom. Dat gedachtegoed is snel omgeslagen en nu moet je je inderdaad gaan afvragen of maatschappelijke organisaties niet losser van deze overheid moeten gaan opereren.’

Michel Groenenstijn (Be-More), Manuela Monteiro (Hivos) en Harry Derksen (ICCO) deelden op deze site hun gedachten over een nieuwe rol voor maatschappelijke organisaties. Een rol waarin ze niet meer, of in ieder geval minder afhankelijk zijn van overheidssubsidie. Alledrie denken ze dat de medefinancieringsorganisaties gebruik moeten maken van hun unieke kennis en netwerk. Volgens Groenenstijn kunnen Nederlandse NGO’s optreden als middle-men tussen ondernemers hier en daar. Monteiro gaat nog een stap verder en ziet de organisaties zelfs als matchmakers die de beste huwelijksarrangementen tussen noordelijke en zuidelijke (handels) partners arrangeren. Derksen pleit voor samenwerking met andere spelers via de ‘blue ocean strategy.’ ‘Met echt goede ideeën zijn we in staat om mensen en middelen te mobiliseren en zijn we hopelijk wat minder afhankelijk van een overheid die om de paar jaar haar keuzes voor thema’s en landen verandert.’

Er bestaat een discrepantie tussen de lange termijn visie binnen de ontwikkelingssamenwerking en de korte termijn doelen die binnen de politiek gehaald moeten worden. Waarom en wanneer kregen de maatschappelijke organisaties niet meer de kans om hun eigen strategie met overheidssubsidie uit te voeren, ongehinderd door bemoeienis van bovenaf? En hoe komt het dat de overheid niet meer wil investeren in een kritisch maatschappelijk middenveld? Dat zijn vragen die van wezenlijk belang zijn in de toekomst van de Nederlandse NGO’s. Jack van Ham zal de komende dagen zijn mening over dit probleem geven in een nieuw opiniestuk.