NGO’s: maak jullie voorstellen openbaar!

Veel nieuws deze week over het medefinancieringsstelsel. We weten welke organisaties door gaan en welke niet, hoeveel bedragen ze hebben gekregen, hoe hoog ze scoorden en hoe blij of teleurgesteld ze al dan niet waren. Vice Versa ging op zoek naar meer inhoudelijke analyses en sprak met drie wetenschappers: Peter van Lieshout (Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid), Rob Visser (universiteit Utrecht) en Lau Schulpen (Centre for International Development Issues Nijmegen).

Zo’n ‘happening’ als MFS-2 was bij ontwikkelingsorganisaties als ook op de redactie van Vice Versa, zo nuchter worden de uitslagen ontvangen in de wetenschappelijke wereld. Er lijkt zich een zekere MFS-2 moeheid af te tekenen, en de drie wetenschappers waar Vice Versa mee sprak staan eigenlijk te popelen om het over meer inhoudelijke zaken te hebben. Hopende op een haarscherpe analyse van de uitslagen van MFS-2, wat de uitslagen zouden kunnen betekenen voor de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking, of er innovatieve trends aan te wijzen zijn binnen de programmavoorstellen en wat dies meer zij, vangt de Vice Versa bij de wetenschappers helaas bot. Want, zo zeggen de wetenschappers, de beoordelingscriteria gingen niet over de inhoud. Bovendien zijn de inhoud van de voorstellen en de beoordelingscriteria zijn niet bekend. En hoe kun je dan dus een inhoudelijke analyse maken?

MFS-2 aan het einde van z’n levenscyclus

Met Peter van Lieshout is Vice Versa al snel uitgepraat. Het raadslid van de  Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid participeert liever helemaal niet in de discussie. Hij verwijst naar eerdere uitspraken: dat MFS-2 aan het einde van zijn levenscyclus is en dat er beter energie kan worden gestoken in de vraag hoe je op een inhoudelijke manier de rol van NGO’s in moet vullen. Dat is wat er in het rapport ‘Minder Pretentie, Meer Ambitie’ staat, en dat is wat de mening van de Raad over het stelsel is. Van Lieshout heeft verder ook geen oordeel over de inhoud van de voorstellen, want hij heeft de individuele aanvragen niet kunnen zien. ‘Niemand kan een goed inhoudelijk oordeel vellen als de aanvragen niet openbaar staan’, aldus Van Lieshout. Hij richt zich liever op de toekomst van de rol van NGO’s in plaats van het hele medefinancieringsstelsel nu weer te gaan evalueren.

Discussies over geld leiden aandacht af

Rob Visser, cultureel antropoloog aan de Universiteit Utrecht en als wetenschapper in dienst bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, vindt de uitslagen niet erg verrassend. ‘Als je tien euro nodig hebt en je vraagt twaalf euro, dan begin je natuurlijk te mekkeren dat je meer had willen hebben.’ Maar de schade valt volgens hem wel mee. Daarmee heeft professor Visser zo ongeveer alles wel gezegd over de uitslagen, want hij moet bekennen dat hij de berichtgevingen over MFS-2 niet zo precies heeft gevolgd. Niet zonder reden: hij vindt dat die discussies over geld eigenlijk de aandacht afleiden van waar het werkelijk om gaat.

Visser: ‘Er is zoveel aan het veranderen in de wereld. NGO’s moeten aan een revisie van hun bestaan beginnen. De bestaansredes die ze hebben opgevoerd dateren uit de jaren ‘70, maar er is inmiddels heel veel veranderd en er zijn wel 10.000 NGO’s bijgekomen. Ze moeten een andere functie krijgen: minder dienstverlenend, meer gericht op lobby bij het bedrijfsleven en de overheid om de armoedebestrijding in de wereld te verdedigen. Dat vraagt om een ommezwaai. Deze is overigens al wel plaats aan het vinden, bijvoorbeeld met het initiatief Civic Driven Change. Ik zou het jammer vinden dat dit door alle energie die wordt besteed aan het MFS-2 ondergesneeuwd zou worden. Er zijn belangrijker zaken.’

Aanbodzijde en vraagkant

Daarbij meent de Utrechtse wetenschapper dat het hele MFS-2 stelsel te veel van de aanbodkant in plaats van de vraagkant uitgaat. ‘Onder de noemer van hervormingen en modernisering zijn we aan de verkeerde kant bezig. Er zijn nu weer allemaal van de vreselijk nieuwe beoordelingscriteria, maar de ontwikkelingssector moet zich daar helemaal niet mee bezig houden. Richt liever je aandacht en energie op de vraagkant.’

Rob Visser denkt niet dat men, daar aan die vraagkant, wakker ligt van de ontwikkelingen in Nederland. ‘Als je ze zou vertellen dat er allianties gevormd zijn tussen meerdere clubs, zouden ze zeggen: “o God, dan krijgen we nog meer bezoek, nog meer clubs!” Ze denken echt niet, “o wat een winst voor ons.”’

En over het geld dan, die discussie is toch wel belangrijk voor ze? ‘Natuurlijk zullen ze vragen naar het geld, maar zo afhankelijk van Nederland zijn ze nu ook alweer niet. De goede NGO’s hebben al lang een consortium met meerdere landen die hen steunen. We moeten de afhankelijkheid van Nederland niet overdrijven. Ik ken bijvoorbeeld een NGO in Pakistan die al aan de zaken aan het vooruitlopen is en nu heel actief geld aan het werven is van de eigen overheid. Ze zitten niet stil.’

Verder geen diepgaande analyses over MFS-2, want ook bij Rob Visser geldt: de inhoud van de voorstellen zijn niet openbaar, dus kan er niet veel over de uitslagen gezegd worden.

De eerste slag is binnen

Verreweg het meest uitgebreide commentaar kwam van Lau Schulpen, wetenschapper aan het Centre for International Development Issues Nijmegen (CIDIN), die al meerdere keren in Vice Versa aan het woord is gekomen over MFS-2. In de uitslagen viel het Lau Schulpen op dat er nog drie allianties waren afgevallen. ‘Ik had verwacht dat organisaties die door de eerste ronde waren, ook wel door de tweede zouden komen. Maar het ministerie is beduidend strenger geweest.’ Omdat de uitslagen niet openbaar zijn, kan hij niet beoordelen of dit al dan niet terecht is geweest. ‘Ik moet er simpelweg van uitgaan dat deze organisaties er niet in geslaagd zijn het ministerie van de kwaliteit te overtuigen.’

Verder vindt ook hij de uitslagen niet erg verrassend. ‘Iedereen had natuurlijk verwacht dat geen enkele organisatie exact zou krijgen wat ze aangevraagd hadden. Dat met name de grotere organisaties naar verhouding fors gekort zouden moeten worden, ook dat had iedereen verwacht.’ Hij vindt dat de sector, in z’n geheel, erg blij zou moeten zijn omdat het bedrag van 425 miljoen euro per jaar is vastgehouden. ‘De staatssecretaris had nu al kunnen besluiten om fors te bezuinigen. Hij heeft echter het volledige bedrag toegekend. De eerste slag is dus binnen.’

Lau Schulpen begrijpt desalniettemin de teleurstelling van de ontwikkelingsorganisaties, die minder kregen dan ze aangevraagd hadden. Toch denkt hij dat het vergelijken van de gevraagde en uitgekeerde subsidiebedragen niet de juiste manier is van kijken is. ‘Als je naar de aangevraagde bedragen kijkt, dan gaan de clubs erop achteruit. Maar als je kijkt naar de subsidies die ze kregen tot 2010 en dat vergelijkt met wat ze in 2011 zullen krijgen, dan gaat meer dan de helft van de organisaties erop vooruit. En er soms fors op vooruit. Dat is een heel ander verhaal.’

Geen inhoud

Maar daarna stokt het vraaggesprek over MFS-2. Want er kan helemaal niets gezegd worden over de inhoud van de voorstellen. Wil Vice Versa weten wat de uitslagen zeggen over eventuele toekomstige trends in de ontwikkelingssamenwerking? Op welke thema’s de nadruk zal gaan liggen? Of in hoeverre de voorstellen innovatief te noemen zijn? Het zijn voor Schulpen onzinnige vragen in het kader van het MFS-2 systeem: ‘Het MFS-systeem is opgezet om alle organisaties, ongeacht in welk thema ze zitten, op gelijke mate te beoordelen. Als men een debat wil over de inhoud, dan had het systeem anders ingericht moeten worden.’

Bovendien zijn de voorstellen en beoordelingen niet openbaar gemaakt. Of er veel innovatieve voorstellen tussen zitten, weet Schulpen dan ook niet. ‘En ook of het systeem ruimte voor innovatie biedt en dat beloont of faciliteert, vind ik onmogelijk om te beoordelen, omdat ik die voorstellen niet heb’, aldus de wetenschapper. Graag zou hij een onderzoek willen naar hoe het beoordelingssysteem precies gewerkt heeft. ‘Ik zou alleen al als belastingbetaler, en als onderzoeker helemaal, graag willen weten op grond waarvan het ministerie besloten heeft die 425 miljoen per jaar uit te geven.’

Of het beoordelingssysteem van het ministerie op zichzelf goed is, is een tweede. ‘Je zou kunnen zeggen dat de eisen die aan organisaties zijn gesteld te ver doorgevoerd zijn. Het systeem is eigenlijk vooral een uiting van gebrek aan vertrouwen in de sector. Het is erop gericht om bij voorbaat een bepaalde schijnzekerheid op te bouwen, waarvan iedereen in de sector zich realiseert dat het een bepaalde schijnzekerheid is. Men kijkt naar wat de organisaties zich voornemen. Met alle respect, maar dan ligt het er voor een belangrijk deel maar net aan hoe je het opschrijft. Als je het goed kunt opschrijven heb je geluk.’

MFS-2 moeheid

Afgezien of die beoordelingscriteria nu wel of niet juist zijn, vindt Schulpen, net als Rob Visser, dat het hele MFS-2 debat veel te veel over geld gaat terwijl er wel belangrijker zaken zijn die de aandacht verdienen.  Hij is dan ook een beetje MFS-2 moe en zou liever een  inhoudelijke discussie voeren over de rol van NGO’s, zoals ook het WRR rapport beoogt. ‘Ik hoop dat dat hele gedoe van MFS na drie jaar nu eindelijk achter de rug is en dat we de ruimte krijgen van zowel het ministerie als maatschappelijke organisaties om echt over de toekomst na te denken. Dat we vanuit een meer ontwikkelingsperspectief gaan kijken wat de potentiële meerwaarde van ontwikkelingsorganisaties is. Ik hoop dat die ruimte nu eindelijk eens een keer mag ontstaan, en dat iedereen uit die kramp van “het gaat alleen maar over geld” schiet’.

Lau Schulpen vindt het in eerste instantie aan de NGO’s en het ministerie om een invulling te geven aan die toekomstige rol van NGO’s. ‘Het is aan de organisatie om te bepalen hoe ze daarin staan en wat zij als hun toekomstige rol zien. Op basis daarvan kun je erover nadenken hoe we dat financieel en organisatorisch gaan inrichten’

Zet plannen integraal op de website

We zijn een beetje afgedwaald: uiteindelijk hadden we het immers over de uitslagen van het MFS-2 stelsel. Om het in het kader daarvan toch nog een beetje over de inhoud te kunnen hebben, komt Schulpen nogmaals terug op de openbaarheid van de programmavoorstellen. ‘We hebben als buitenstaanders inhoudelijk heel weinig in handen. En dus ga je je focussen op datgene wat je wel ziet: hoeveel geld de organisaties gekregen hebben. En dan ben je snel uitgepraat natuurlijk.’

Schulpen roept organisaties dan ook op hun plannen integraal op de website te zetten, met de beoordeling van het ministerie erbij. ‘Als we dan toch over transparantie praten, laat dan als NGO zien wat je van plan bent en laat als ministerie zien wat je hebt gedaan. Het ministerie is overtuigd van het eigen systeem. Laat dan aan de Nederlandse bevolking zien hoe dat gewerkt heeft. Laat daar een open discussie over ontstaan. Waarom moet daar zoveel mist over bestaan? Waarom mogen wij dat niet weten?’ klinkt het vurig vanuit de telefoon.

Die openbaarheid is in Schulpens visie niet alleen belangrijk voor de transparantie, maar zeker ook van belang gezien de discussie over ontwikkelingssamenwerking: ‘Er is zoveel onzin over ontwikkelingssamenwerking uitgeroepen, niet in de laatste plaats door allerlei politici, die bijna niet tegengesproken kunnen worden omdat we niet weten hoe het echt zit. Iedere randdebiel kan zomaar iets roepen en dat moet je als sector niet accepteren. Het enige dat je dan kunt doen is laten zien hoe het echt zit.’

Eigenlijk was Vice Versa dus snel uitgepraat over de uitslagen van het MFS-2. Want hoe lang kun je praten over een paar getalletjes? Je kunt er een paar lijstjes van maken, je kunt rangschikkingen maken en enkele percentages uitrekenen. Maar dan houdt het verhaal toch echt op. Het is tijd voor een volgende stap in het debat – nog voordat het debat over de maatschappelijke rol van NGO’s uitbarst – want het debat over MFS-2 mág nog eventjes gevoerd worden: het gaat maar liefst over 2, 125 miljard euro. Dus, alsjeblieft, NGO’s, doe het voor de belastingbetaler, de achterban, de onderzoeker en alle geïnteresseerden: maak jullie programmavoorstellen openbaar!

Auteur
Selma Zijlstra

Datum:
05 november 2010
Categorieën: